Categorie: Recensie

  • Een heel mens worden in Nederland

    Met citroeninkt schrijft de jonge Talar uit de gelijknamige roman van Maral Noshad Sharifi haar geheimen op. Meester Hans heeft haar deze tip aan de hand gedaan. Wat ze schrijft is onleesbaar voor anderen tenzij zij weten dát er iets staat en hoe dat zichtbaar te maken. In de roman blijft haar lijstje geheimen ongelezen, ook haar moeder kan het niet lezen. ‘Net zoals ze mij niet kan lezen’, constateert de oudere Talar misnoegd. De lezer van Citroeninkt heeft dan al intens meegeleefd met het schrijnende verhaal van vluchtelinge Talar

  • Een wonderschone reis door de insectenwereld

    Als je je oren in de insectenwereld te luisteren legt, welke verhalen krijg je dan te horen? Schrijvers Bette Westera en Naomi Tieman doen er samen met illustrator Djenné Fila verslag van. Het resultaat is het wonderschone, humoristische en ontroerende Toen rups een vlinder werd.

  • In het onlangs verschenen Bomen vertellen Katie Scott en Tony Kirkham over bomen uit alle windstreken. […] Het is een groot formaat boek waardoor de illustraties van bomen alle ruimte krijgen qua hoogte en breedte. Vooral die precies gedetailleerde en kleurrijke tekeningen maken het boek tot een waar kijkgenot. […] Jonge lezers, die geïnteresseerd zijn in bomen hebben aan dit boek een prima gids. En bij wie er per ongeluk in bladert wordt die interesse ongetwijfeld gewekt.

  • Het begon met een Golliwog

    Op de voorkant van Burgzorgs Blik zit een zwarte jongen. Hij zit met kroeshaar, dikke rode lippen, grote ogen, oorringen in en een ketting van botjes om de nek, voor een drievoetige drum. De grote tenen van zijn – uiteraard blote – voeten dragen ook ringen. Kortom: de veelheid van stereotypen die lang opgeld deden in alle prentenboeken met zwarte mensen erin. Bombo heet de jongen. Op pagina 72 in Burgzorgs Blik staat de afbeelding nog eens maar nu met meer context en dan blijkt het nog erger te zijn. Bombo is de ster in een freak show in het boek Koko’s Circus van illustrator Hank Hart uit 1942. Wie dat boek had kon via strips aan de pagina’s Bombo’s ogen laten rollen en hem zijn tong laten uitsteken.

  • Wolfje wil wel eens iets alleen doen

    Het boek Het wolfje dat geen roedel nodig had van Gaia Willemars en Anouschka Boswijk begint knus in de wolvenroedel waar iedereen alles altijd samen doet. Maar Wolfje zou zo graag eens alleen op stap gaan. Vader Wolf zegt: ‘Wolven gaan niet alleen naar buiten, wolven doen alles samen.’ Wolfje vraagt zich af of er dieren zijn die er wel alleen op uit gaan. Dan vraagt hij zijn brus om met hem mee naar buiten te gaan, maar die blijft liever bij de roedel. “Ik ga op zoek, denkt Wolfje, naar vreemde bossen, naar plekken waar dieren alleen leven.”

  • Avonturenroman, een jongen en een tijger

    In Mahmood en de bende van de tijger door Jan de Leeuw woont de elfjarige Mahmood in de dierentuin. Hij is dol op de dieren en zijn lievelingsdier is de tijger William Blake. Als de tijger plotseling verdwenen is, gaat dat Mahmood aan het hart. Helaas is hij de enige die echt begaan is met het lot van de tijger. De plaatselijke politie laat zich vooral van zijn slechtste kant zien door zonder slag of stoot Arthur, de verzorger van het ‘katten’-eiland te verdenken van diefstal. Arthur vlucht het terrein af en de directeur van de Zoo, Mahmoods vader, komt niet over als een daadkrachtige man die opkomt voor zijn mensen of zijn dieren.

  • Wiek woont en werkt samen met andere wezen in luciferfabriek Vonk. Het is een nare plek om te wonen. De kinderen moeten de hele dag keihard werken, slapen op de grond, krijgen alleen smakeloze pap te eten en moeten zich aan de strenge regels van Ma Boeman, de verschrikkelijke fabriekseigenaar, houden. Als Ma Boeman een wees zat is, gooit ze deze in de Bodemloze Put op de binnenplaats. Maar wanneer Wiek een piepkleine baby vindt en verzorgt verandert alles.

  • Over waarom kunst niet overbodig is

    Recensie door: Olivier Rieter

    ‘Veranderen de mensen de tijden of veranderen de tijden de mensen?’ Het is een vraag die één van de hoofdpersonages van De bleke baron van Anna Vercammen stelt. Deze Felka richt zich tot het andere hoofdpersonage, Felix, met wie ze muziekoptredens verzorgt. Of is het hoofdpersonage van dit boek eerder de titelfiguur? Deze bleke baron zelf zal vinden van wel. Hij heerst over de onderwaterstaat en heeft zijn eigen persoonlijke mythologie (met eenhoorns en kabouters) ontwikkeld. Hij is het type autoritaire heerser dat we tegenwoordig zo goed kennen, ook in Europa of vlak daarbuiten (Orbán, Poetin, Erdoğan).

  • Dit prentenboek opent met twee eekhoorntjes. Zij vertellen dat zij houden van gymnastiek en jagen haten. Tijdens de dorpsvergadering stemmen ze samen met Haas dan ook vol passie tegen de jacht. Het mag niet baten, de meerderheid stemt voor. Haas en de eekhoorntjes slaan de borrel over en gaan snel terug naar het bos. Ze hebben wel iets beters te doen: nootjes verzamelen. Maar de jagers komen en Haas wordt in haar oor geschoten. De dreiging van de jacht blijft, begrijpen de eekhoorns. Wat nu? 

  • 333 gebruiksaanwijzingen bij jezelf

    ‘Welkom lieve lezer.’ Met deze open armen verwelkomt Jaap Robben iedereen die in zijn forse bloemlezing Heel de wereld wordt wakker stapt, met 367 pagina’s kindergedichten. En dan geeft hij nog een vriendelijk extra duwtje, voor wie met onwennige, aarzelende voeten draalt voor de drempel van de poëzie. Hij voegt namelijk een bijsluiter bij: ‘Soms voelt poëzie als een soort gebruiksaanwijzing bij jezelf.’ Met ogenschijnlijk heel alledaagse woorden, die door wat ertussen staat, ‘je net op een nieuwe manier door het raam naar buiten laten kijken.’

  • Sterk duo

    Net als de Dikke en de Dunne, Bassie en Adriaan of Snip en Snap zijn slungeleend Sjon en verenbol Don samen ook een sterk duo, dat werkt volgens het principe aangever en ontvanger. Samen zijn ze slim en praktisch of dom en onhandig. Ze maken grapjes, of stellen onhandige vragen en dat werkt vertederend. Dit derde deel, Don en Sjon en de zeven pissebedden, volgt op Die kleine is Don, de lange is Sjon en Don en Sjon brengen geluk. Deze reeks grappige, spannende en rijk geïllustreerde boeken voor beginnende lezers is verschenen in de serie Tijgerlezen van Querido.

  • Huilen van het lachen of…?

    Het publiek wacht vol spanning af, de spots gaan aan en de muziek begint… Maar dan gaat de telefoon. Eén voor één laten de artiesten de arme circusdirecteur in de steek. De clowns hebben ruzie met elkaar, de goochelaar heeft zichzelf per ongeluk weggetoverd, en zo gaat het maar door, om wanhopig van te worden. Toch laat circusdirecteur Pavlof de moed niet zakken: ‘Is er in het publiek misschien iemand die wil helpen?’

  • De fantasiewereld van Ryan

    Recensie door: Miet De Bruyn

    In het Stinkwoud vindt Ryan een heleboel uitgediende en boze huisraad, onder andere zijn eigen slordig neergegooide zonnebril en een oude mobiele telefoon. Die heet Sam (van Samsung), hij praat, huppelt en gaat met Ryan mee naar huis.

  • Als je stem je wapen is

    Recensie door: Juno Blaauw

    De zestienjarige Starr groeit op in het Amerikaanse Garden Heights, een achtergestelde buurt waar bijna alleen mensen van kleur wonen, maar gaat naar een witte school buiten die buurt: Williamson Prep. Hoe Starr praat, wat ze aan heeft, hoe ze zich gedraagt: alles hangt af van de plek waar ze is. Zowel in Garden Heights als op school past ze zich aan de heersende sociale normen aan. Niet dat dat echt helpt, want overal valt ze op. In The hate u give van Angie Thomas is dat waar alles mee begint. Starr is op een feest in haar eigen buurt, maar toch is ze er niet echt thuis.

  • Dit is een écht liefdesverhaal

    Recensie door: Juno Blaauw

    Dat Nick en Charlie van Alice Oseman sinds een paar maanden in een Nederlandse vertaling in de winkels ligt, hoeft niemand te verbazen. De afgelopen jaren hebben talloze tieners, en stiekem ook een heleboel volwassenen, genoten van de eerste vier Heartstopper-graphic novels (eerst verschenen als webcomic) en de bijbehorende Netflix-serie. Boek vijf komt in november 2023 uit en Netflix-serie 2 staat vanaf 3 augustus 2023 online. Voor wie daar met smart op wacht is nu dus de novelle Nick en Charlie vertaald, acht jaar na de eerste Engelstalige uitgave en volgens de boekomslag ‘een écht liefdesverhaal’.

  • Vroeger komt nooit meer terug

    Recensie door: Huub Bartman

    In Niet meer dan een nummer brengt Elsbeth Jager een relatief onbekend stuk geschiedenis tot leven voor jonge mensen. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van haar vader, Hugo, die bij het uitbreken van de oorlog 10 jaar oud was. Hugo woont samen met zijn vader, moeder en zijn zusje Geesje in een mooi huis met royale tuin in Batavia. Ze leven daar in een koloniale setting samen met wat toen nog ‘inlanders’ genoemd werden.

  • Hedendaags sprookje

    Recensie door: Melanie Roseboom

    Stien en Stan maken zich grote zorgen. Hoe zal deze verstedelijking zich uitbreiden en wat blijft er nog over van de rustige, groene vallei?

  • Niet zoveel denken, maar doen

    Op de eerste bladzijde van Keigoed, of bijna van Arno Bohlmeijer vraagt Musje tijdens het kijken van het Journaal aan haar vader of soldaten altijd moeten vechten. Haar vader legt uit dat er ook hulpdiensten zijn voor als er een ramp gebeurt. ‘Dus,’ zei Musje, ‘kunnen zij naar mama toe in het Tehuis?’ Musje heeft haar moeder al een hele poos niet gezien en echt weten wat er aan de hand is, doet ze niet. Haar vader verklaart na een tijdje haar afwezigheid als volgt: ‘Omdat mama soms té lief is, of té goed.’ 

  • We mogen meer een biggetje zijn

    Edward van de Vendel en Martijn van der Linden laten in deze bundel met ontroerende, grappige en soms ernstige gedichten zien dat geluk kan schuilen in heel verschillende dingen.

  • Tutu’s en vrachtwagens

    Alle dansers uit ‘De notenkraker’ hebben tijdens hun optreden een eigen mandje in het zijtoneel staan met blaarpleisters, scharen en zelfs flesjes nagellak om ladders in panty’s snel te kunnen oplappen. Het is één van de talrijke details in Licht uit, spot aan. Het boek geeft een overzicht van wat er zoal komt kijken bij de uitvoering van een ballet, toegespitst op ‘De notenkraker’ in de beroemde choreografie van Sir Peter Wright. Die voorstelling was voor het eerst te zien in 1984 in het Royal Opera House en wordt nog steeds gedanst.