Robijntje en de Wolf speelt vanaf de eerste bladzijde met de verwachtingen van de lezer. De rode cape, het bos en de tocht naar oma roepen meteen herinneringen op aan het bekende sprookje Roodkapje, maar Saskia de Jong kiest bewust voor een andere richting. In plaats van een verhaal over gevaar en ontsnappen, schrijft ze een eigentijds verhaal over angst, beeldvorming en de moed om zelf na te denken.
Robijntje trekt iedere donderdag door het bos naar haar oma. Ze kent de verhalen over de wolf maar al te goed en neemt die zonder twijfel aan. Wanneer ze de wolf uiteindelijk ontmoet, verwacht ze een monster. Wat volgt, is echter geen klassiek sprookjesgevaar, maar een ontmoeting die haar hele blik op de wereld verandert. Juist daarin schuilt de kracht van dit boek: het laat jonge lezers zien hoe gemakkelijk vooroordelen ontstaan en hoe moeilijk het soms is om daar doorheen te kijken.
‘De wolf antwoordt: “Ik ben een beetje anders,
een speling van de natuur. Wolven praten eigenlijk niet.
Ik heb geluk of misschien wel pech.”’
Vooroordelen
Wat vooral opvalt, is hoe natuurlijk het verhaal zich ontvouwt. Robijntje is geen personage dat zich zomaar laat sturen door de angsten van anderen. Ze kijkt, twijfelt en ontdekt gaandeweg dat de werkelijkheid minder eenvoudig is dan de verhalen die in haar dorp rondgaan. Daardoor krijgt het boek een verrassend gelaagde ondertoon, zonder dat het zwaar of belerend wordt.
De stijl van De Jong sluit mooi aan bij jonge lezers. De 42 hoofdstukken zijn compact en overzichtelijk, waardoor het verhaal veel vaart houdt. Toch zit er ritme in de taal; sommige passages hebben bijna iets sprookjesachtigs, wat goed past bij de sfeer van het boek. Het bos voelt levendig aan: soms vriendelijk, soms dreigend, maar vaak met iets geheimzinnigs.
‘Maar wat hij zei klonk niet onaardig. Zelfs een beetje verlegen.
En zij? Robijntje?
Wat had zij gezegd?
Dat hij raar was.
Dat hij weg moest.
Dat hij iedereen bang maakte.
Niet bepaald gezellig. Heel onaardig zelfs.’
Ook visueel maakt het boek indruk. De illustraties van Anna Boterman geven het verhaal een warme uitstraling en versterken de fantasierijke sfeer. Vooral de combinatie van expressieve personages en rijke details zorgt ervoor dat elke pagina iets nieuws laat zien. De tekeningen ondersteunen niet alleen het verhaal, maar voegen een extra laag toe aan de beleving.
Wat Robijntje en de Wolf uiteindelijk zo sterk maakt, is het klassieke gegeven om iets eigens, hedendaags te vertellen. Het boek nodigt kinderen uit om verder te kijken dan eerste indrukken en laat zien hoe verhalen kunnen veranderen wanneer je zelf durft te luisteren. Daarmee is Robijntje en de Wolf niet alleen een sfeervol sprookje, maar ook een verhaal dat nog even blijft hangen nadat het uit is.









