Miet De Bruyn
Column

Meedeinen

Lees hier deel 1 van Miet de Bruyns Wondere wereld

Aan boord van een (vracht)schip heerst een strikte hiërarchie. De kapitein op de Charlotta is niet autoritair, maar wel een krachtige leider en de bemanning heeft veel respect voor hem. Hij is bijna continu aanwezig op de brug, de bemanning kan altijd bij hem terecht; hij probeert de derde officier (net afgestudeerd, nog weinig ervaring) vriendelijk en geduldig zo veel mogelijk te leren en hij neemt zonder aarzelen de beslissingen die nodig zijn. Aan de wal is ook niet elke baas even deskundig of aardig, maar daar ga je elke avond gewoon naar huis en klaar is Kees. Aan boord is Kees nooit klaar: zo lang als de reis duurt, is het schip je thuis. De master, zoals de kapitein aan boord ook vaak genoemd wordt, is continu verantwoordelijk voor iedereen die zich op het schip bevindt. Elk bemanningslid, elke passagier, vertrouwt hem zijn leven toe en dat is geen boutade. Vertrouwen is hier geen loos woord; een baas hebben waar je voor de volle 100% op kan rekenen, is op een schip van levensbelang, letterlijk. Een goede kapitein, is als een goede vader: streng als het moet, maar altijd rechtvaardig.

Misschien is dat ook een van de redenen waarom ik zo graag passagier ben op een vrachtschip. Niet alleen omwille van de zee, de havens, het schip, hoewel die ook allemaal fantastisch zijn. Precies dat vertrouwen hebben in de mensen die dit schip runnen; je lot en je leven volledig aan hen toevertrouwen. De controle loslaten, en even geen verantwoordelijkheid dragen. Uiteraard geldt dit alleen voor de passagier(s) en die kunnen dat alleen maar doen, omdat de bemanning de verantwoordelijkheid, ook die voor de passagier(s), wél draagt. Zo bijzonder is het dat we zo welkom zijn aan boord en dat de bemanning ons toelaat om even in hun wereld te treden. ‘Het is wat het is’ of ‘Go with the flow’ zijn hier geen clichés; ze zijn de dagelijkse realiteit. Meedeinen met wat er gebeurt, je aanpassen aan het leven aan boord en aan elke verandering die zich voordoet: je hebt immers geen keuze, het schip met alles erop en eraan, daar moet je het mee doen, op zee. Er zijn geen opties, je hebt simpelweg te accepteren wat er gebeurt en hoe de dingen lopen.

‘Misschien moet je uit een overbevolkt land komen om te beseffen wat leegte met mensen doet. De ruimte om je heen lijkt zich naar je binnenste te verplaatsen; je ademt vrijer, alsof niets meer je borstkas beknelt.’ Zo zegt Jan Brokken het in zijn verhaal De zee van zuiver zand. De weidse, onmetelijke, lege zee: zover je kijkt, niets anders te zien, dan altijd bewegend water. En ja: nergens anders adem ik zo diep en zo vrij. Maar ook hoe onwaarschijnlijk mooi ze is, de zee, hoe ze klinkt, hoe ze ruikt, hoe grillig ze is: lieflijk kabbelend het ene moment en onwaarschijnlijk razend het andere. En haar blauw, haar onweerstaanbaar blauw, in mínstens vijftig tinten! Mooier kon het niet worden, dacht ik, … tot we het ijs bereikten. Kemi en Oulu zijn immers havens in het noorden van Finland, in Lapland, aan de Botnische golf. Dat betekent pakijs, ook nog in april. De Charlotta moest hard werken om door het ijs te varen en je kon haar tot op de brug hevig voelen schudden en trillen. Zo ver het oog reikte, één ijsvlakte in oneindig veel schakeringen van wit én, in het licht van de ondergaande zon, vooral van blauw, lichtblauw. Nu pas weet ik écht wat ze met ijsblauw bedoelen. Het werd dus wél nóg mooier.


Alles hangt natuurlijk af van je context en situatie. Want wat voor mij als passagier een bron van schoonheid is, is voor het schip een bron van spanning. IJs is een hindernis die genomen moet worden en vraagt veel geduld en concentratie van de bemanning. In deze tijd van het jaar geraken de schepen met ijsklasse (speciaal gebouwd en uitgerust om te varen op noordelijke wateren), zoals de Charlotta, normaal gezien door het ijs zonder ijsbreker. Als die toch moet opgeroepen worden, is dat een flinke uitdaging wat navigatie betreft. Zelfs een ijsbreker kan vast komen te zitten als het ijs onverwacht heel dik is. Vermits het schip vlak achter de ijsbreker vaart, moet er dan heel snel naar bak-of stuurboord gemanoeuvreerd worden om een aanvaring te vermijden. En dat is geen makkie met een geladen vaartuig dat 11.759 ton weegt!

Als u ook graag een idee krijgt over het leven als passagier aan boord van een vrachtschip, kan ik u De blinde passagiers aanbevelen, een boeiende roman van Jan Brokken. Cargo Vie (13 Uitvaren) van Pascal de Duve is eveneens een aangrijpend boek over dat onderwerp. Voor filosoferen en mijmeren over de zee, kan u zeker terecht bij Een kleine filosofie van de zee van Laurence Devillairs. Als u ook van audioboeken houdt en graag meer te weten komt over de hiërarchie aan boord, dan kan ik u het hoorspel The Caine Mutiny Court-Martial van Herman Wouk aanraden. Over het pakijs, kan u bijvoorbeeld meer lezen in Poolnacht: Adrien Gerlache en de Belgica-expeditie van Jozef Verlinden. Voor jongeren schreef Willy Schuyesmans daarover de spannende roman De winter van de Belgica.

Wordt nog vervolgd!