Geen gewone tuin

Door: Saskia M. Toussaint

Heb je De vijver in handen, houd het dan een beetje schuin tegen het licht om hier en daar glansstukjes te ontwaren in het blauw van het water. Je kunt de omslag bijna beschouwen als een samenvatting van wat er in dit verhaal gebeurt. We zien twee kinderen, de hoofdpersonen van het verhaal met hun IJslandse namen Fífa en Spoí. In de wat vormloze witte viervoeter met pluimstaart herken je toch duidelijk een hondje. Verder zie je veel gereedschap, een vergrootglas en overal moddervegen. Wat is er gebeurd in deze tuin? In de hoek zit een langpootspin met een dik zwart lijf, er zoeft een vogel voorbij en er zijn verschillende grote en kleine insecten met hun eigen gezichtsuitdrukkingen. Heb je ooit een regenworm zien glimlachen of een slak genoeglijk zien kijken?

Een plastic ding, een metalen troepje
Het eerste zinnetje zet de toon: ‘Dit is mijn tuin’ zegt Fífa. Ze is de ik-persoon en beschrijft haar tuin in de verschillende seizoenen. Ze vertelt ook dat ze hem deelt met andere mensen uit haar gebouw. Een streng ogende dame, twee keldermannen, haar rossig bebaarde vader en natuurlijk andere kinderen. In het gras staat een standbeeld dat doet denken aan de Deense kleine zeemeermin, maar dan met een zeehondenuiterlijk en ook iets minder bevallig.

Op een dag vinden Fífa en Spoí ineens een kuil in de tuin die ze toch zo goed dachten te kennen. Na de eerste verbazing ‘Waarom ligt er in vredesnaam een kuil in onze tuin?’ gaat hun fantasie los. Als in een stripverhaal is op die pagina met tekstballonnen verbeeld wat het zou kunnen zijn. Een meteoriet? Een enorme vingerafdruk? Misschien een reuzentrol? Ook het hondje denkt er iets van en in zijn ballonnetje zie je waarop hij hoopt. De vrienden maken een lijst hoe ze aan informatie kunnen komen en internetten staat pas op nummer 7. Als Fífa’s vader suggereert om gewoon een schep te pakken, gaan ze enthousiast op zoek naar graafgereedschap in de kelder. Wat ze daar allemaal vinden is vernuftig getekend en uitgestald op de vloer met daarbij de namen van al het gereedschap. Ook al wist je niet dat je het wilde weten, je leest het allemaal: een lakkwast, een veger zonder steel, een plastic ding. Ze gaan aan de slag en de geestdrift spat ervan af, zowel in beeld als in woord. Een zinnetje dat de dynamiek goed weergeeft is van Fífa: ‘We scheppen erop los, we graven gretig door keien en klei’. Wat ze allemaal vinden staat wederom in tekeningetjes uitgestald: een flessendop, lange spijker, een metalen troepje. Insecten komen kijken of worden naar boven gewoeld en ze zijn bijna menselijk getekend met hun nieuwsgierige blikken: de berkenpedaalmot, een knikstaartje, een messingkever…  Spoí fantaseert ondertussen over een moerasmummie.

Bazige vijverbazen
Omdat het een ongewone tuin is, bereiken ze de bodem van de kuil. Vinden de vrienden iets? Dan komt iemand met het idee om er een vijver van te maken. De kuil vullen is een klusje voor een hele dag en het water klotst over de rand. Buurvrouw Bára (IJslands voor golf) vindt dat dit op de huisvergadering besproken had moeten worden en de eerste steekmug dient zich al aan. Maar, de vijver is een feit en nu kan het grote genieten beginnen. Fífa laat het gelukzalig weten: ‘onze vijver’.

Die bezitterigheid, dat kan natuurlijk niet goed gaan, want iedereen, zowel mens als dier, wil genieten van deze vijver. Hoe bewaar je de rust en hoe communiceer je zonder dat je het op de spits drijft? Zou de vriendschap met Spoí standhouden? En, hoe diep kun je zinken? Dit kun je allemaal lezen in dit nieuwsgierig makende verhaal. De kleuren van de illustraties veranderen prachtig mee met de ontwikkelingen en de ooit glanzende vijver verliest gaandeweg haar sprankeling.

Onderkoelde humor
Rán Flygenring is opgegroeid in IJsland en heeft voor haar werk o.a. de Nordic Council Literatuurprijs gewonnen, maar ook diverse nominaties zoals de Astrid Lindgren Memorial Award. In De ongelofelijke avonturen van de miraculeuze Mauwlien (2015) en het (nog) niet vertaalde Leben, Sterben und Kaninchen (2025) zien we haar kenmerkende tekenstijl. Deze is vlot en heeft iets schetsmatigs, soms zelfs een beetje onaf, maar zonder dat het stoort. De personen en dieren die voorkomen in haar eerdere boeken zouden zomaar familieleden kunnen zijn van iedereen die voorbijloopt, -vliegt of -kruipt in De vijver. Dit prentenboek heeft ze zowel geschreven als geïllustreerd en het raakt soms aan een stripachtige vorm; het is plezierig gevarieerd om te bekijken en te lezen. Waar sommige boeken veel of juist weinig aan de verbeelding overlaten, is De vijver een ware ontdekkingstocht, want wat is er veel te zien! Volg bij het herlezen eens de keldermannen, een aantal vogeltjes of het hondje. Let op de details, de gezichtsuitdrukkingen, waar iedereen naar kijkt of wat ze denken. Vergeet tot slot de zeehondenmeermin niet, want deze tuin is tenslotte geen gewone tuin.

De vijver

De vijver

Rán Flygenring

Vertaling door: Laura Molenaar

Illustraties door: Rán Flygenring

Published: 2025

Uitgever: Uitgeverij Blauw gras

ISBN 9789493374386

64 pages

Prijs: € 14,99

Kopen bij Libris