Categorie: Poëzie

  • Geen hoed want de pet staat te goed?

    Door: Alma Lanjouw

    Een koddig, ritmisch rijmend prentenboek, dat uitnodigt om samen te lezen en te fantaseren. Een kind neemt je mee in een eigen wereld waar het geen probleem is dat de groenteverkoper een papegaai geeft in plaats van een peen. In Wat ruik ik? Een beer! loopt de ik-persoon, een jong kind, van winkel naar winkel. Is de ik-figuur een hij, zij of hen? Het maakt voor het verhaal niet uit. Dat voelt prettig, dat het kind alleen ik is; elk kind kan deze ik zijn. Het kind wandelt, in zichzelf gekeerd, door het boek. Met herhalingen en verrassingen: ‘Ik ging naar de winkel en vroeg om …’, krijgt het kind steeds een dier in plaats van het gevraagde.

  • Avonturen dichtbij huis

    Door: Linda Wilting

    De eerder verschenen gedichten van Simon van der Geest en zijn nieuwe werk zijn gebundeld in Plassen op schrikdraad. Het is een fijne verzameling gedichten over avonturen dichtbij huis, waar je soms een beetje moed voor nodig hebt. De gedichten nemen je mee naar situaties die je misschien niet elke dag beleeft, zoals ’s nachts zwemmen in de zee of het scheren van een schaap. Maar ook kleine avonturen, zoals springen van de hoge duikplank of klimmen in een boom, komen voorbij. Het zijn niet alleen de grote avonturen die moed vragen; ook in kleine dingen schuilt lef.

  • De moed om te vliegen

    Door: Inge Noordzij

    Vlieg! zegt de vloer is een nieuwe dichtbundel van Eva Gerlach. Een op het oog dun boekje, maar met een grootse inhoud. Aangevuld en verrijkt met prachtige illustraties van Trui Chielens. Gerlach schrijft over onderwerpen die dicht bij de belevingswereld van tieners liggen. De fase van het ontdekken van jezelf en je plek vinden in de wereld om je heen. Ze vertaalt deze thema’s in gevoelige maar krachtige poëzie en maakt de lezer deelgenoot van de ontdekkingsreis van een meisje in de tienertijd. De bundel maakt op een indringende en ontroerende manier duidelijk dat opgroeien niet zonder moeilijkheden verloopt.

  • Een kleurrijke slinger kindergedichten

    Door: Linda Wilting

    De bundel Elk versje is een visje opent met versjes over bedtijd en het wakker worden, en zwermt daarna speels langs dieren, eten, broertjes, zusjes, gevoelens en andere herkenbare thema’s. De overgangen tussen de gedichten zijn verrassend en vindingrijk. Een versje over een tand loopt over in een gedicht over een krokodil bij de tandarts, dat weer overgaat in een versje over de kapper. Deze slimme schakelingen maakt dat je wilt blijven lezen. Ze zorgen voor een glimlach bij elke nieuwe bladzijde, want er valt steeds iets nieuws te ontdekken of te bespreken.

  • Zware emoties in poëtische zinnen

    Door: Wendy de Bert

    In Het laatste jaar kruip je als lezer in de huid van Nate. Het einde van groep 7 is aangebroken en de nieuwe klassenindeling wordt bekendgemaakt. Nate en zijn beste vriend PS zitten volgend jaar voor het eerst niet meer bij elkaar in de klas. En dat verandert alles.  ‘Luke en PS gaan naar het sportveld en schoppen een bal naar elkaar, zoals PS en ik al deden toen we in de onderbouw zaten.  Maar ik blijf achter op het schoolplein.’ 

  • Poëtisch-religieuze novelle

    Door: Olivier Rieter

    Je kunt de novelle Boot van de Vlaamse schrijfster Siska Goeminne op meerdere manieren lezen. Twee interpretaties die zich opdringen zijn een religieuze en een poëtische interpretatie. […] De novelle bevat beeldend werk van Staf Roels, dat bijdraagt aan de sfeer. Het verhaal lijkt geschikt voor alle leeftijden, al zullen jeugdige lezers misschien niet voldoende bagage hebben om de religieuze boodschap met een korrel zout te nemen.

  • Lekker lachen

    Door: Linda Wilting

    Na de succesvolle bundels Ik wou dat ik een vogel was en Een wonderprachtig dier, brengt Uitgeverij Ploegsma opnieuw een parel van een gedichtenbundel uit: Lachen, gieren, brullen. Deze bundel bevat meer dan 100 vrolijke, verrassende en soms hele grappige gedichten, vergezeld van de speelse illustraties van Matt Hunt. Een ideale keuze voor zowel jong als oud, die bewijst dat gedichten allesbehalve moeilijk en serieus hoeven te zijn – ze kunnen vooral ontzettend leuk zijn! Waar de vorige bundels nog een gedicht voor iedere dag boden, is dit boek juist een uitnodiging om onbeperkt door te bladeren. Geen vaste volgorde, maar een eindeloze stroom van leuke en soms wat ondeugende poëzie die kinderen (en volwassenen) zal verrassen en verwonderen.

  • Twee koppige katten in een poëtische toegift

    Door: Wendy de Bert

    Met de kibbelende poezen Hannes en Hassan in de hoofdrol gaat een nieuwe poëziereeks van schrijver en dichter Edward van de Vendel van start. In iedere bundel twaalf en een half gedicht, over een bijzonder onderwerp en iedere keer geïllustreerd door een andere getalenteerde illustrator. Hannes en Hassan weten meer dan jij is het eerste, zeer geslaagde deel van wat hopelijk een lange reeks van poëziebundels wordt. Voor deze aftrap koos Van de Vendel een partner met wie hij al eerder een succesvolle samenwerking had: illustrator Martijn van der Linden. 

  • Felix is een zwarte kater

    Door: Tonneke van Roosmalen

    Als de kat van huis is… geschreven door Maria Donkelaar en Martine van Rooijen is een bundel korte verhaaltjes op rijm. De titel van elk verhaal is een spreekwoord. De familie muis, de teckel Bella en de zwarte kater Felix beleven grappige, spannende en soms verdrietige avonturen waarin de betekenis van het spreekwoord duidelijk wordt. Zo besluit Ma Muis dat ze een feestje gaan bouwen als blijkt dat de kater Felix een avondje van huis is. En dochter Muis bedenkt dat ze kat Felix een bel om moeten binden zodat de muizen minder gevaar lopen.

  • Geen kinderachtige gedichten voor kinderen

    Door: Hettie Marzak

    Wat boffen de kinderen van nu! Speciaal voor hen brengt Stichting Plint vier keer per jaar een tijdschrift uit waarin beeldende kunst en poëzie worden samengebracht, Dichter getiteld. Dichter in de betekenis van poëzieschrijver, maar zeker ook van ‘dichterbij’, omdat op deze laagdrempelige manier elk kind kan kennismaken met kunst en poëzie. En ook ‘dichter’, omdat door het lezen van poëzie je wereld intenser en intiemer wordt. Elk nummer heeft een thema, waarover zo’n vijftig dichters een splinternieuw gedicht schreven, een enkeling zelfs twee. Onder deze ‘dichters van dienst’ zijn heel bekende, zelfs beroemde namen van mensen die heus niet alleen voor kinderen schrijven. De gedichten zijn dan ook bedoeld voor ‘kinderen van 6 tot 106’, zoals op de voorkant te lezen staat. 

  • Poëzie voor iedere dag

    Door: Inge Noordzij

    Schrijfster Rian Visser en illustrator Janneke Ipenburg hebben met Het is een zachte dag vandaag een warme en toegankelijke bundel vol kinderpoëzie gemaakt. De bundel bevat veel fijns om voor te lezen aan kinderen en is voor de volwassen lezer even aansprekend. Het is Visser gelukt om in heldere en hartverwarmende taal woorden te geven aan alledaagse en herkenbare gevoelens waarbij ieder gedicht wordt ondersteund en verrijkt door de wondermooie illustraties van Ipenburg.

  • Hoe belangrijk kleren voor ons zijn

    Door: Inge Noordzij

    ‘Haal mij van deze hanger. Grijp mij uit deze kast. Laat mij hier niet hangen. Pak me beet. O, houd me vast.’ Gedichten over kleding. Wellicht niet het eerste onderwerp waaraan je denkt bij het bepalen van een thema voor een dichtbundel. Maar Ted van Lieshout besloot om het wél te doen met Ommouw me. Het is een bundel vol gedichten, in beeld en taal, waarin hij betekenis probeert te geven aan hoe belangrijk kleren voor ons zijn. En wij voor onze kleren.

  • Pleidooi voor de natuur en de taal

    Door: Inge Noordzij

    Wie terugdenkt aan de schooltijd en zich van de taallessen alleen nog de haiku en het elfje herinnert, mist een hoop. In Dichter bij de seizoenen laat Westera de lezer (opnieuw) kennismaken met de brede verscheidenheid aan versvormen die de Nederlandse taal rijk is. Zo lees je een spicht over de bonte specht en schreef Westera een ollekebolleke over thuisblijvers in de winter. En kende je het kwatrijn al? Geen paniek als er geen belletje gaat rinkelen. In het laatste deel van de bundel, ‘Over de versvormen’, worden alle versvormen die voorbijkomen duidelijk besproken en uitgelegd.

  • ‘Zouden ze het eindelijk begrijpen?’

    Door: Melanie Roseboom

    ‘Wie de gedichten van Kees Spiering leest, begrijpt opeens hoe je tegelijkertijd nu en ooit kunt lezen, hoe woorden naar warm hout kunnen ruiken en dat poëzie een hemel kan zijn.’ Dat schrijft Edward van de Vendel in het voorwoord van Nog lang geen later. Juist deze zinnen, zetten de lezer op scherp en zorgen voor een kleine voorbereiding voor wie aan deze bundel begint.

  • Een ontroerende blik op gemis door de ogen van een kind

    Door: Inge Noordzij

    In ons leven krijgen we op allerlei manieren te maken met het onvermijdelijke verdriet en gemis dat bij de dood hoort. Dat geldt niet alleen voor volwassenen maar ook voor kinderen. Hoe ga je daarmee om als ouder, grootouder, leerkracht of iemand anders die dicht bij een kind staat? Wat zeg je? Hoe kun je troost bieden? Woorden zijn in deze situaties soms moeilijk te vinden en met kinderen praten over de dood kan ingewikkeld zijn. Mireille Geus geeft in Papa, ik mis je op een troostende, krachtige en, waar het kan, luchtige manier woorden aan gemis.

  • Spot overheerst in het leven van alledaagse dingen

    Door: Mandy Pijl

    Zoals sommige bands er een genoegen in scheppen conceptalbums te maken, zo maken Bette Westera en Sylvia Weve dichtbundels met een thema. Zoals het onlangs verschenen ‘Zo voel je dat’, waarin ze alledaagse dingen, van een moeilijke som tot een gestolen fiets aan het woord laten.

  • Gedichten om gelukkig van te worden

    Door: Miet De Bruyn

    Volgens de achterflap is dit boek: ‘Een vrolijk stemmend cadeau voor feestvarkens en geluksvogels van alle leeftijden.’ Zo is Daar buiten op het feest van Miep Diekmann voor de allerkleinsten: ‘je kan me toch niet vangen / dan brul ik met mijn tijgerkop / en eet ik je in één hap op’.

  • 333 gebruiksaanwijzingen bij jezelf

    Door: Esther Bos

    ‘Welkom lieve lezer.’ Met deze open armen verwelkomt Jaap Robben iedereen die in zijn forse bloemlezing Heel de wereld wordt wakker stapt, met 367 pagina’s kindergedichten. En dan geeft hij nog een vriendelijk extra duwtje, voor wie met onwennige, aarzelende voeten draalt voor de drempel van de poëzie. Hij voegt namelijk een bijsluiter bij: ‘Soms voelt poëzie als een soort gebruiksaanwijzing bij jezelf.’ Met ogenschijnlijk heel alledaagse woorden, die door wat ertussen staat, ‘je net op een nieuwe manier door het raam naar buiten laten kijken.’

  • We mogen meer een biggetje zijn

    Door: Mandy Pijl

    Edward van de Vendel en Martijn van der Linden laten in deze bundel met ontroerende, grappige en soms ernstige gedichten zien dat geluk kan schuilen in heel verschillende dingen.

  • De eigenzinnigheid van jeugdpoëzie

    Door: Mandy Pijl

    Bij het samenstellen van de bloemlezing Tikken tegen de maan viel schrijver en dichter Joke van Leeuwen voor gedichten die de vrijheid laten zien waarmee je met taal kunt omgaan. Het moet wel gek lopen wil de lezer die gevoelens niet delen.