Tag: Uitgeverij Blauw Gras

  • Geen gewone tuin

    Door: Saskia M. Toussaint

    Heb je De vijver in handen, houd het dan een beetje schuin tegen het licht om hier en daar glansstukjes te ontwaren in het blauw van het water. Je kunt de omslag bijna beschouwen als een samenvatting van wat er in dit verhaal gebeurt. We zien twee kinderen, de hoofdpersonen van het verhaal met hun IJslandse namen Fífa en Spoí. In de wat vormloze witte viervoeter met pluimstaart herken je toch duidelijk een hondje. Verder zie je veel gereedschap, een vergrootglas en overal moddervegen. Wat is er gebeurd in deze tuin?

  • Zack en zijn vrienden zijn terug!

    Door: Linda Wilting

    In het eerste deel van Het leven van een hagedis van niks van Patrick Ness, verslaat hagedis Zack de grootste pestkop van de school. Je zou denken dat zijn leven daarna een stuk minder zorgelijk is. Helaas, niks is minder waar in Het leven van een hagedis van niks, de bijzonder belangrijke hoed. Vanaf het moment dat Zacks vriend Daniël met een roze hoed naar school gaat, verandert er iets in de vriendschap tussen Zack, Daniël, Alicia, drie hagedissen en Miel, de blinde buizerd. Daar waar de hagedissen eerst altijd samen een eenheid vormden, lijken ze nu uit elkaar te groeien. Alicia heeft een nieuwe vriendin, Daniël lijkt door die hoed opeens populair te worden bij andere leerlingen en ook Miel trekt zich steeds meer terug.

  • Jonge Oogst – 4 – 9 jaar – week 47

    Door: Marjet Maks

    De fantastische bus is een avontuurlijke roadtrip. In een krottenwijk aan de rand van een vervuilde stad woont een groepje dieren, dat besluit de kleine Timo, die vreselijk ziek is te redden. Ze besluiten met z’n allen naar het fantasieland Balanka te trekken, waar de legendarische saffraanlelie groeit, waarvan wordt gezegd dat die alle ziekten ter wereld kan genezen. Maar hoe komen ze daar?

  • Twijfel is macht

    Door: Adri Altink

    Jan Paul Schutten, auteur van een alsmaar groeiende lijst van kinderboeken over geschiedenis en wetenschap, vermeldt een anekdote in zijn pas verschenen Complot. Je moet complotdenkers niet bestrijden door te doen alsof ze gek of dom zijn, wil hij maar zeggen. Ga met ze in gesprek door vragen te stellen, becommentarieer de antwoorden niet, maar vraag door. Dat is wat Schutten op een bepaalde manier zelf ook doet in zijn jongste boek. Hij toont uitvoerig aan hoe complotdenkers argumenteren en hoe hun beweringen gemakkelijk onderuit te halen zijn, maar hij duikt ook in de redenen waarom zij – vaak geen domme mensen – tot hun stellingen komen. En: hoe iedereen vatbaar kan worden voor dergelijke theorieën door denkfouten die we allemaal maken in ons dagelijkse leven.

  • Acht-acht-acht-tien of achttien?

    Door: Evert Zoutewelle

    Van elke honderd kinderen zijn er ongeveer vijf die stotteren. Eenmaal volwassen blijft er van hen nog één over die stottert. Dat komt niet doordat de andere vier kinderen extra hun best hebben gedaan. Het heeft meer te maken met domme pech, aldus Jelmer Soes, de auteur van Het grote vrolijke stotterboek. In deze lichtvoetige bundel, voorzien van illustraties door Coen Hamelink, wordt de lezer op een onbezorgde en speelse manier meegenomen in de wereld van stotteren.

  • Generatie angststoornis

    Door: Joke Aartsen

    beetje angstig dat is alles van de Noorse schrijver Alexander Kielland Krag begint in medias res met een nauwgezette beschrijving van de eerste angstaanval van hoofdpersoon Casper als ik-verteller. Het is die beschrijving die direct duidelijk maakt dat de relativering uit de titel niet op z’n plaats is. Terwijl Casper gewoon gezellig op de bank zit met zijn vrienden Olivier en Aksel wordt hij plotseling en heel heftig overvallen door misselijkheid, trillende handen en onvaste benen, een hamerend hart en een labiel gevoel. De misselijkheid lijkt een illusie, verdwijnt ‘net zo plotseling als ze kwam’. Niks aan de hand, durft Casper dus te denken.

  • Wát zit er op Zacks knie?

    Door: Juno Blaauw

    ‘“Ik benoem jullie allebei tot gangmonitor,” zei schoolhoofd Wombat. “En dat is niet omdat jullie monitorhagedissen zijn,” voegde ze er snel aan toe.’ Toeval, zegt ze, als Zack opmerkt dat alle andere gangmonitors ook… Wat volgt is een eerste hoofdstuk waarin Zack, zijn vriend Daniël en schoolhoofd Wombat vaker wel, dan niet langs elkaar heen praten, een grappig hoofdstuk met een serieuze ondertoon. In Patrick Ness’ Het leven van een hagedis van niks bevinden we ons op een school waar, in de ogen van anderen, alles wat je kan zijn bepaald wordt door de diersoort die je bent.