In 2017 haalde de Amerikaan Peter McIndoe een bijzondere grap uit waarin hij een samenzweringstheorie verspreidde dat alle vogels in de VS tussen 1959 en 1971 door de overheid zijn uitgeroeid en vervangen door vogelachtige drones die burgers bespioneren. Aanvankelijk werd hij uitgelachen, maar toen er berichten kwamen over het gebruik van surveillancedrones in China bleken enkelen zijn theorie niet meteen te willen verwerpen. Toch werd hij tijdens openbare optredens vooral bespot of werden mensen boos op hem. Daardoor realiseerde hij zich hoe complotdenkers zich moeten voelen die belachelijk worden gemaakt: ‘Die worden boos, nemen afstand en gaan juist nog meer in hun eigen verhaal geloven’.
Jan Paul Schutten, auteur van een alsmaar groeiende lijst van kinderboeken over geschiedenis en wetenschap, vermeldt de anekdote in zijn pas verschenen Complot. Je moet complotdenkers niet bestrijden door te doen alsof ze gek of dom zijn, wil hij maar zeggen. Ga met ze in gesprek door vragen te stellen, becommentarieer de antwoorden niet, maar vraag door.
Dossiers
Dat is wat Schutten op een bepaalde manier zelf ook doet in zijn jongste boek. Hij toont uitvoerig aan hoe complotdenkers argumenteren en hoe hun beweringen gemakkelijk onderuit te halen zijn, maar hij duikt ook in de redenen waarom zij – vaak geen domme mensen – tot hun stellingen komen. En: hoe iedereen vatbaar kan worden voor dergelijke theorieën door denkfouten die we allemaal maken in ons dagelijkse leven.
Complot bestaat uit acht hoofdstukken die Schutten ‘dossiers’ noemt. Tot die benaming komt hij omdat ze alle acht zijn samengesteld als een pakket van rapporten, interviews, krantenberichten en historische overzichten. De acht complotten die Schutten uitvoerig behandelt zijn die over de aarde die plat is, de maanlandingen die nooit hebben plaatsgevonden, 9/11 dat door de overheid zelf is georganiseerd, UFO’s en aliens, klimaatverandering als bedacht probleem, de fabels van de fossiele industrie, de wereldheerschappij van de elite en covid als instrument van regeringen om mensen in hun macht te krijgen. Daar komen nog eens acht theorieën bij als beknopt voorbeeld van andere complotten: de wereld die bestuurd wordt door reptielen, de organisatie van de moord op Kennedy, de bouw van de piramides door aliens, de kaping van je brein door geheime diensten, de werking van vaccins, de ware bedoeling van de ‘chemtrails’ (witte sporen) achter vliegtuigen, de heerschappij van de farmaceutische industrie en de kinderhandel.
Wantrouwen
Al die ‘dossiers’ zijn strak van opzet. Schutten begint steeds met een schets van het onderwerp, gevolgd door een beschrijving van de complotgedachte. In de analyse geeft hij eerst een historisch overzicht (er is bijvoorbeeld in 1450 v. Chr. al sprake van UFO’s) en daarna een kritische benadering van de argumenten van de complotdenkers, verklaringen, (fictieve) interviews en bewijsstukken en een slotoordeel. Schutten sluit elk dossier af met een interessante psychologische beschouwing over hoe ons denken werkt, hoe we de waarschijnlijkheid van een theorie kunnen toetsen en hoe we kunnen controleren of een bericht nepnieuws is.
Aan vrijwel alle complotdenken ligt volgens Schutten het gevoel ten grondslag dat er dingen gebeuren waarop we geen invloed hebben of waarvoor heldere verklaringen ontbreken. Als iets onverklaarbaar is of wantrouwen wekt zoeken we houvast. De belangrijkste partij in onze maatschappij die wordt gewantrouwd is de overheid, maar ook machtige multinationals (oliemaatschappijen) of grootverdieners (banken, farmaceuten) zijn moeilijk te doorgronden. Dus zullen ze wel op vermeerdering van hun macht uit zijn. Soms is dat ook zo. Schutten laat bijvoorbeeld zien hoe ver de tentakels van de fossiele industrie reiken door hun lobbywerk en het vele geld dat ze kunnen stoppen in campagnes en zogenaamd objectieve onderzoeken.
Columniste
Wat Complot echter het leukst maakt is de aandacht voor onze eigen vatbaarheid voor dat soort theorieën. Zo laat hij een fictieve columniste de vraag stellen wat je zou doen als je hond erg ziek is: alle dierenartsen verklaren dat hij ongeneeslijk is en dat je hem beter kunt laten inslapen. Op één arts na. Die zegt dat het vanzelf weer goed komt. Gevolg is dat je gaat twijfelen. Tabaksfabrikanten, de vleesindustrie en oliemaatschappijen betalen onderzoekers en pr-bedrijven dik om dat soort twijfels te zaaien aan zaken waar bijna alle wetenschappers het doorgaans over eens zijn. ‘Twijfel is macht’, schrijft deze columniste via de pen van Schutten.
Complot is luchtig geïllustreerd in zwart-wit door Koen Aelterman in de vorm van karikaturale tekeningen, allerlei icoontjes, post-its en grafiekjes in dikke belijningen. Hij en auteur Schutten hebben daarmee een belangrijk boek geproduceerd dat ook voor volwassenen bijzonder verhelderend kan zijn. Leer kritisch denken, lijkt vooral de boodschap. En daar is het nooit te laat voor!









