Categorie: 9+
-
Met zijn toegankelijke taalgebruik schetst Wouter Klootwijk zorgvuldig de beleefwereld van Luuk en Kaat, die in de buurt van een haven wonen. Hun vader is mosselvisser. De wereld van deze kinderen is klein: alles speelt zich af rondom hun huis in de buurt van de haven en de zee en de avonturen zijn niet groter dan de dagelijkse dingen in het leven, inclusief de dagen dat je je verveelt. Hierdoor leren we veel van de omgeving en de sfeer van de omgeving van deze broer en zus. Over het gevaar van eb en vloed, over dat krabben niet vooruitlopen, over de weg langs de zeedijk richting de frietfabriek en het Havenhotel.
-
De familie van Farid heeft het niet makkelijk, het is een hard leven. Het heeft al jaren nauwelijks geregend en de taliban worden steeds machtiger. Halverwege 2019 besluiten Farids ouders hem te laten vluchten, ze hebben België, in hun hoofd om daar asiel aan te vragen met de hoop dat de familie zich later bij hem mag voegen. Farids vader regelt de transfers met mensensmokkelaars. Dit kost duizenden dollars. Dat de mensensmokkelaars eerder niet dan wel betrouwbaar zijn neemt hij op de koop toe.
-
‘Haal mij van deze hanger. Grijp mij uit deze kast. Laat mij hier niet hangen. Pak me beet. O, houd me vast.’ Gedichten over kleding. Wellicht niet het eerste onderwerp waaraan je denkt bij het bepalen van een thema voor een dichtbundel. Maar Ted van Lieshout besloot om het wél te doen met Ommouw me. Het is een bundel vol gedichten, in beeld en taal, waarin hij betekenis probeert te geven aan hoe belangrijk kleren voor ons zijn. En wij voor onze kleren.
-
Van bij de opening van Zij kwamen ons halen wordt de lezer meegezogen in een beklemmende en angstige sfeer. Een klop op de deur betekent het wrede eind van het relatief gelukzalige leven van de familie Rijper. Niets zal daarna nog hetzelfde zijn. Die nacht wordt de hele familie overgebracht naar Kamp Amersfoort en voor sommigen onder hen is het de laatste keer dat ze elkaar zien.
-
Vega ziet dingen die anderen niet zien. Dansende wiskundesommen, een klaslokaal dat verandert in een kasteel, allerlei dieren en andere schepsels. Het hart van een giraf is ongelooflijk groot van schrijver Sofia Chanfreau en illustrator Amanda Chanfreau staat er vol mee. Vega’s vader vindt het maar niets. Bij hem hoeft Vega niet aan te komen met een verhaal over de slurftandige rompling, een schepsel op twee poten dat zijn lange snavel om zijn lijf geslagen houdt. Haar moeder is weg en Vega kan zich haar niet herinneren. Als haar vader een nieuwe vriendin krijgt, een ijskoningin, verandert alles.
-
Over bioluminiscentie is het kinderboek Licht verschenen van de Britse illustrator Jennifer N.R. Smith die ook de teksten verzorgde. Dat Jennifer Smith allereerst tekenaar is valt aan de uitgave te zien want Licht is vooral een prachtig geïllustreerd boek. Veel pagina’s hebben de diepdonkere achtergrond van de diepzee, de aardbodem of de nacht, waarop Smith haar talent kan botvieren. Daardoor lijken haar lichttekeningen vol witte of lichtgekleurde stipjes en lijntjes des te meer te stralen. De teksten zijn erg kort gehouden.
-
Ik verdwaalde in mezelf, reflecteert de vijftienjarige hoofdpersoon en verteller Ivan aan het eind van Dat stomme boek. De 10+ -jeugdroman uit 2013 van Tiny Fisscher beleeft dit jaar alweer zijn negende druk. Het is een boek met veel vaart en met de nodige humor. Een heftige queeste naar een verdwenen vader houdt de spanning er voortdurend in en het nuchtere, opstandige en relativerende commentaar van hoofdpersoon ‘Iev’ zal voor veel tieners herkenbaar zijn.
-
Wie terugdenkt aan de schooltijd en zich van de taallessen alleen nog de haiku en het elfje herinnert, mist een hoop. In Dichter bij de seizoenen laat Westera de lezer (opnieuw) kennismaken met de brede verscheidenheid aan versvormen die de Nederlandse taal rijk is. Zo lees je een spicht over de bonte specht en schreef Westera een ollekebolleke over thuisblijvers in de winter. En kende je het kwatrijn al? Geen paniek als er geen belletje gaat rinkelen. In het laatste deel van de bundel, ‘Over de versvormen’, worden alle versvormen die voorbijkomen duidelijk besproken en uitgelegd.
-
‘Wie de gedichten van Kees Spiering leest, begrijpt opeens hoe je tegelijkertijd nu en ooit kunt lezen, hoe woorden naar warm hout kunnen ruiken en dat poëzie een hemel kan zijn.’ Dat schrijft Edward van de Vendel in het voorwoord van Nog lang geen later. Juist deze zinnen, zetten de lezer op scherp en zorgen voor een kleine voorbereiding voor wie aan deze bundel begint.
-
Misschien is de titel van Het dierendoodboek van Stern Nijland wat misleidend. Alles wat in het boek staat heeft met de dood te maken, maar toch gaat het vaak niet over de dood. Het is een boek dat bruist van het leven. Nijland, die zelf de illustraties maakte begint met een korte uitleg. De dood is heel natuurlijk in het dierenrijk, zegt hij, doodnormaal. ‘Eten en gegeten worden, daar gaat het om. Elk dier is voedsel voor een ander, dat is de voedselketen. Dood doet leven.’ Daarna bespreekt hij de natuurlijke aspecten van dierendood voor hij verder gaat met onnatuurlijke veroorzaakt door de mens.
-
Dat angst een slechte raadgever is, wordt in het nieuwe werk van Marte Jongbloed bevestigd. Mijn vader in de mottenballen speelt zich af in Nederland, ten tijde van de Koude Oorlog. De tienjarige Simon Pieters wil weten waar zijn vader, Montague, uithangt, die op mysterieuze wijze is verdwenen. Simons moeder is overstuur, maar houdt haar lippen stijf op elkaar. De spullen van haar man verbergt ze in dozen op zolder, met een paar mottenballen erbij.
-
De twaalfjarige Alfúr heeft een heel normaal leven in Arndís Pórarinsdóttirs Salto. Hij heeft twee ouders, een broertje van drie en een beste vriend met wie hij graag turnt. Totdat ineens zijn leven op zijn kop staat. Volgens zijn ouders en de peuterschool heeft zijn broertje Eiki namelijk autisme. Alfúr kan het niet geloven. Ineens moet er van alles veranderen in zijn huishouden en wordt bevraagd of Eiki überhaupt vrienden zal kunnen maken. Alfúr neemt het op zich om te bewijzen dat zijn broertje Eiki helemaal niet anders is. Zal dit hem lukken? En heeft hij wel gelijk?
-
Het zal je maar gebeuren. Je leeft een prachtig leven, totdat je ineens geraakt wordt door de bliksem. Het overkomt Yoko in Bliksemkind van Hans Hagen. Als ze vervolgens weer bij bewustzijn komt, heeft Yoko een steen in haar handen waarmee ze zieken kan genezen. Het hele dorp loopt uit en alle kwalen worden door Yoko onder handen genomen. Mét resultaat. Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje. Al gauw stromen vanuit alle hoeken van het land mensen toe, op zoek naar genezing.
-
Ronnie de roerdomp en het geheim van het moeras van Arjan Dwarshuis en Marieke ten Berge is een feest voor iedereen die van vogels houdt. Zelfs wie niets met vogels kijken heeft zal na het lezen met meer plezier de vogels om zich heen zien en horen. Het is een boek dat je het liefst in één keer uit leest. Of misschien zou het nog fijner zijn als Ronnie de roerdomp helemaal nooit uit was.
-
Een boek van Jean-Claude Mourlevat is een literaire traktatie waarvan je blijft genieten en die de honger naar lezen op verschillende manieren kan stillen. Dat geldt onverkort voor het nieuwe avontuur van Jefferson, Een verdwijning met een staartje. We leerden Jefferson en de dierenwereld waarin hij leeft, kennen in zijn eerste avontuur waarin hij de moord op zijn kapper oplost. Het is een paar jaar later en Jefferson (egel en student geografie) en zijn beste vriend Gijsbert (varken en verwarmingsmonteur) leiden een rustig leventje, totdat hun vriendin Simone (konijn) plotseling spoorloos verdwijnt.
-
Wat hebben een eenogige dwerg, een theatrale zakkenroller, een oud vrouwtje dat de toekomst ziet, een blinde vos die kan praten, een koorddanseres zonder ouders, een jonge koetsier met sproeten en een jongen die speeldoosjes maakt met elkaar te maken? Het zijn allemaal personages uit de boekenserie De zeven sleutels van Tom Rijpert. Samen gaan […]
-
De stripreeks Krypto voor negen jaar en ouder gaat over het geheimzinnige meisje Orelia dat een speciale relatie heeft met onderwatermonsters. In deel vier met de titel ‘De IJmist’ worden niet alle geheimen rond Orelia onthuld. Maar de gebeurtenissen in het album werpen wel een nieuw licht op mistige organisatie Krypto uit de reekstitel. Auteur Hans Jørgen Sandnes (1979) gebruikt een tekenfilmachtige stijl en ook het kleurgebruik roept de animatiefilm in de herinnering.
-
De beste vrienden Stijn en Storm voetballen bij FC Rapitas. Ze zijn erop gebrand om het kampioenschap te winnen van SV EMS, die de Stieren worden genoemd. De rivaliteit blijft niet alleen op het voetbalveld.
-
‘Iedereen denkt dat ik Drikus een bloedneus heb geslagen om die kip, maar dat is niet waar.’ De eerste zin van Over een zombiefilm en gelukkige getallen van Jaco Jacobs maakt meteen nieuwsgierig. Als de titel van het boek dat al niet heeft gedaan. Waar de gelukkige getallen vandaag komen merk je op de eerste bladzijde al meteen op. ‘Ik heet Martin Antonio Retief. Ik ben 13 jaar, 11 maanden en 12 dagen oud.’ Martin houdt ervan om dingen te tellen. En gelukkige getallen bestaan echt, blijkt later in het verhaal.
Recent
-
Een angstaanjagende zomer in Huize Helmoedt
Recensie door: Linda Wilting -
Miet De Bruyn
Meedeinen
-
Wie is er nou bang voor een wolf?
Recensie door: Melanie Roseboom








































