Tag: Wouter Klootwijk

  • Kinderbelevenissen als een ode aan de eenvoud

    Door: Radboud Hafkamp

    Met zijn toegankelijke taalgebruik schetst Wouter Klootwijk zorgvuldig de beleefwereld van Luuk en Kaat, die in de buurt van een haven wonen. Hun vader is mosselvisser. De wereld van deze kinderen is klein: alles speelt zich af rondom hun huis in de buurt van de haven en de zee en de avonturen zijn niet groter dan de dagelijkse dingen in het leven, inclusief de dagen dat je je verveelt. Hierdoor leren we veel van de omgeving en de sfeer van de omgeving van deze broer en zus. Over het gevaar van eb en vloed, over dat krabben niet vooruitlopen, over de weg langs de zeedijk richting de frietfabriek en het Havenhotel.

  • Jonge Oogst – week 20

    Door: Berber Reykers

    Op een dag hangt Luuk zijn warme theefles aan een touwtje in het koude zeewater. Er steekt een storm op en Luuk en zijn zus Kaat vergeten de fles. Ze zijn kinderen van een mosselvisser en spelen graag in de haven, in weer en wind. Drijfnat op de dijk zijn ze het gelukkigst. Ze vergeten de fles in de zee. Totdat ze maanden later zien dat ze per ongeluk iets heel bijzonder hebben ontdekt…

  • De geneugten van het dagelijkse leven

    Door: Lara Gerse

    Lo woont in de stad. In de zomer gaat hij altijd met zijn moeder naar het dorp. Voor de rust en de stilte. Ze verblijven in de zomerwoonwagen, achter de de schuur van koeboer Ome Dik. In het dorp ontmoet Lo Jet. Jet woont in het dorp, met haar vader Teun. Hoog in de boom begint de zomer is een boek van Wouter Klootwijk over de kleine geneugten van het dagelijks leven. Jet laat Lo zien dat je helemaal niet zoveel nodig hebt voor een leuke en gezellige dag.

  • Jonge Oogst week 46 – 2022

    Door: Carolien Lohmeijer

    Ik hoor er niet meer bij is een boek dat je meteen het verhaal intrekt. Amina ontvangt een brief. In de enveloppe zit een foto waarvan ze dacht dat ze die nooit meer zou zien. Het doet haar terugdenken aan het moment dat ze met haar vrienden uit het AZC bij een boom staat en ze allemaal, één voor één, iets waardevols in een kist leggen. De kist is geheim, de inhoud is geheim en de schuilplaats is geheim. ‘Onze geheimen liggen hier veilig, voor altijd. Nooit zal ik de kist weer opgraven of iemand erover vertellen.’ Dat beloven ze. Na dat moment verliezen ze elkaar uit het oog, want dat was de reden dat ze bij die boom stonden: ze gaan het AZC verlaten op weg naar een eigen leven in Nederland.