Tag: Toon Tellegen

  • Petronella Catharina

    Dozen vol liefde

    De eekhoorn moet afscheid nemen van de mier. ‘Niet met gejammer en wat zal ik je missen en kom gauw terug en zo’, want daar heeft de mier een hekel aan. Maar dat kan de eekhoorn niet beloven. Hij weet zeker dat hij aan de mier zal blijven denken en hem nooit zal vergeten. In Maar niet uit het hart heeft Toon Tellegen de mooiste dierenverhalen over afscheid verzameld.

  • Vanzelfsprekende onlogica

    Door: Saskia M. Toussaint

    Wat zou jij doen met meer dan twee armen? De octopus, in dit nieuwe verhaal van Toon Tellegen, heeft voor al zijn acht armen een eigen logische functie. Of toch niet? In dit prachtige prentenboek De armen van de octopus lezen we hier meer over. Op de bodem van de zee staat een tafel met daarop wat servies en uit een kommetje steken groene zeewiersprietjes. Verder staat er een bed en een extra stoel voor het bezoek dat misschien langs zou kunnen komen. Om de octopus heen heeft Annemarie van Haeringen verschillende zeedieren getekend met vooruitstekende gebitjes, uitsteeksels en sprekende gezichtsuitdrukkingen die passen bij de sfeer van elke nieuwe bladzijde.

  • Wat is het niets?

    Door: Kris Mattheeuws

    Ondanks zijn hoge leeftijd blijft Toon Tellegen verhalen uit zijn mouw schudden. Al meer dan vijftig titels beschrijft hij ons de lotgevallen van eekhoorn, mier en hun vrienden. Oorspronkelijk werd Tellegen gezien als kinderboekenschrijver, maar ondertussen weten we wel beter. Zijn boeken zijn laagdrempelige pareltjes die troost en verblijding bieden aan jong en oud. Hij heeft de gave om op een gebalde en eenvoudige manier levenslessen en levensvragen te beschrijven. […] De prachtige illustraties van Thé Tjong-Khing maken het geheel af.

  • Gedichten om gelukkig van te worden

    Door: Miet De Bruyn

    Volgens de achterflap is dit boek: ‘Een vrolijk stemmend cadeau voor feestvarkens en geluksvogels van alle leeftijden.’ Zo is Daar buiten op het feest van Miep Diekmann voor de allerkleinsten: ‘je kan me toch niet vangen / dan brul ik met mijn tijgerkop / en eet ik je in één hap op’.