Categorie: Fictie

  • Zoektocht naar jezelf

    Door: Marco Zoon

    Kilometers zonlicht van Marike Goslinga is een boek met twee gezichten. Het is vlot geschreven, leest makkelijk weg en je blijft tot het einde nieuwsgierig hoe het verder gaat met Peer en Leonne. Tegelijk roept het de vraag op waar het boek nu precies over gaat. Om met die laatste vraag te beginnen, de rode draad in het boek is een wezenlijke en diepe vraag: ‘Wie ben ik?’ De hoofdpersonen Peer en Leonne (beide 15) worstelen hier ieder op hun eigen manier mee.

  • Mysterieuze overstromingen in Rotterdam

    Door: Tyche van der Vossen (17 jaar)

    Wanneer ben je echt jezelf? Deze vraag staat centraal in het boek Parel en tij van Anniek Rodenburg. Het verhaal gaat over Riv die in de vierde klas van het Kastanjelyceum zit. Ze heeft een gezellige groep vrienden, maar Riv heeft een groot geheim. Ze is namelijk een zeemeermin.

  • Een onhandige mestkever op weg naar zijn dromen

    Door: Lara Gerse

    ‘Dit is Jonas. Jonas de mier. En Jonas zit tot over zijn oren in de problemen. Het grootste deel van zijn lichaam en vier van zijn zes poten zitten vast in een hoop kleverige, grijze, taaie vossenpoep.’ Zo begint het boek Ze noemen me mier van de Duitse schrijfster Dita Zipfel. De gezellige, vrolijke, onnozele toon van het verhaal is meteen gezet. Jonas denkt dat hij de grootste mier ter wereld is, maar hij is eigenlijk een mestkever. Hij is erg onhandig, kan niet goed bouwen en niet zoveel dragen als de anderen. Ook kan hij niet goed ruiken en zien, waardoor hij regelmatig in de problemen komt, bijvoorbeeld op zijn kop vast in de vossenpoep.

  • Mienie, een paardje vol capriolen

    Door: Ingrid Bilardie

    Stel, je hebt een paardje, zo klein als een grote hond. Maar je hebt nog geen allerbeste vriendin. Wat doe je dan? Precies wat Fee doet: je neemt je paardje mee naar school. Dat is de start van een serie vlot opeenvolgende avonturen. Paardje Mienie houdt zich natuurlijk aan geen enkele instructie en blijkt niet onder de indruk van het fenomeen leerkracht. Mienie bezoekt de kleuters, zet het muzieklokaal op stelten en bemoeit zich met de gymles. Helpt dat Fee om vrienden te maken? Of maakt dat het juist lastiger? 

  • Allemachtig krachtig schrijfwerk

    Door: Ingrid Bilardie

    Het kan heel verkeerd uitpakken: een boek met een truc. Je loopt het risico dat de nadruk meer op de truc dan op het verhaal komt te liggen. De truc die Karst-Janneke Rogaar gebruikt in De alchemist op de richel bestaat uit twee zelfopgelegde beperkingen. Ze wil zo veel mogelijk woorden met een ch-klank gebruiken in de tekst en slechts bruin, wit, blauw en oranje in de illustraties. En dat pakt zeker niet verkeerd uit. 

  • De wensen van Gekko veranderen alles

    Door: Juno Blaauw

    Een waarschuwing, daar begint het mee, Els Pelgroms Het levende hoofd. En misschien is dat ook wel nodig, want Pelgrom vraagt iets van haar lezers, jong en oud. ‘Wie alles wil weten, van de hoed en de rand, wordt ten sterkste aangeraden dit verhaal niet te lezen.’ Grappig is natuurlijk dat juist mensen die alles […]

  • Lief is goed

    Door: Ingrid Bilardie

    Salah Naoura levert met De wonderbaarlijke reis van mevrouw Suzette een juweel van een prentenboek af. Mevrouw Suzette woont precies in het midden van de eeuwenoude brug over de brede rivier. Haar beroep is fluitenmaakster en daar zijn haar buren niet zo blij mee. Al dat gefluit! Ze is ook erg lief van aard. Ze helpt bedelaars, oude vrouwtjes en katten. En prompt vindt ze een mandje met een baby: Bas. Ook daar zijn haar buren niet zo blij mee. Niet alleen hebben ze nu last van fluiten, ook nog eens van een huilende baby!

  • Welk kind wil niet een regenboogdroom

    Door: Marjet Maks

    Het prentenboek-debuut Regenboogdromen van Anne Eekhout is een boek voor ijseters en monsters. ‘Regenboogdromen, dit is hoe ze heten! De lekkerste ijsjes van alle planeten.’ Dochter is een sloddervos, ze laat graag haar speelgoed rondslingeren en moet haar kamer opruimen en krijgt als beloning van mama een ijsje. Niet zomaar een ijsje, maar een hele dikke hoorn met ‘dubbel vanille en room, eromheen chocola, karamel, hopjesvla die zorgen voor tintelend ijskoude stoom, streepjes van suiker in negentien kleuren, dat is de smaak van regenboogdromen zo heerlijk, zo zoet en zo koud.’ Maar die kamer opruimen is een probleem. Overal ligt speelgoed: een pop, een fluit en een tamboerijn, kleurpotloden, een dinosaurus, allemaal heel levendig en kleurrijk geïllustreerd door Madeleine van der Raad.

  • Niemand had haar ooit van zijn leven al gezien

    Door: Tonneke van Roosmalen

    Toermalijn is een heerlijk sprookje om te lezen waarvan je op de eerste bladzijde al vermoedt dat het allemaal wel goed zal komen met Prinses Toermalijn en haar zachte zoenen. Zoals meestal in sprookjes valt er een les te leren. Het motto ‘hoogmoed komt voor de val’, ervaren vele van de ‘dappere’ ridders. Hun avonturen worden met veel humor verteld en verbeeld. En wie de mysterieuze Ridder Onyx is, dat mag de lezer zelf invullen.

  • Knotsgek en steengoed

    Door: Marjet Maks

    Anna is bang. Bang om van de hoge duikplank af te springen; bang voor haar strenge moeder die politieagent is; bang voor haar spreekbeurt over ijsberen, die haar klasgenootjes vast saai zullen vinden. Ze is bang voor klimaatverandering en haar toekomst. Het mannetje in haar borst roept om het even: ‘Jij bent bang, voor altijd bang, bang, bang, bang – boem, boem, boem!’ Dat maakt indruk, vooral als die tekst in een groot handschrift van Lam zelf tussen de regels staat.

  • Spannend fantasieverhaal

    Door: Marjet Maks

    Dankzij de rijke fantasie van Jan de Leeuw beleeft dappere en slimme Mahmood in dit nieuwe deel, Mahmood en de gouden honden weer een spannend avontuur. Mahmood is de jongste zoon van de directeur van de plaatselijke zoo in een niet nader benoemde stad. De elfjarige jongen is getuige van een bende losgeslagen honden die de stad en het park, waarin veel daklozen bivakkeren, onveilig maakt. Waar komen deze honden, van poedels, pitbulls, pekineesjes tot herders ineens vandaan? En zijn ze echt vals? Of is er een andere oorzaak?

  • Een heel mens worden in Nederland

    Door: Joke Aartsen

    Met citroeninkt schrijft de jonge Talar uit de gelijknamige roman van Maral Noshad Sharifi haar geheimen op. Meester Hans heeft haar deze tip aan de hand gedaan. Wat ze schrijft is onleesbaar voor anderen tenzij zij weten dát er iets staat en hoe dat zichtbaar te maken. In de roman blijft haar lijstje geheimen ongelezen, ook haar moeder kan het niet lezen. ‘Net zoals ze mij niet kan lezen’, constateert de oudere Talar misnoegd. De lezer van Citroeninkt heeft dan al intens meegeleefd met het schrijnende verhaal van vluchtelinge Talar

  • Wolfje wil wel eens iets alleen doen

    Door: Tonneke van Roosmalen

    Het boek Het wolfje dat geen roedel nodig had van Gaia Willemars en Anouschka Boswijk begint knus in de wolvenroedel waar iedereen alles altijd samen doet. Maar Wolfje zou zo graag eens alleen op stap gaan. Vader Wolf zegt: ‘Wolven gaan niet alleen naar buiten, wolven doen alles samen.’ Wolfje vraagt zich af of er dieren zijn die er wel alleen op uit gaan. Dan vraagt hij zijn brus om met hem mee naar buiten te gaan, maar die blijft liever bij de roedel. “Ik ga op zoek, denkt Wolfje, naar vreemde bossen, naar plekken waar dieren alleen leven.”

  • Avonturenroman, een jongen en een tijger

    Door: Marjet Maks

    In Mahmood en de bende van de tijger door Jan de Leeuw woont de elfjarige Mahmood in de dierentuin. Hij is dol op de dieren en zijn lievelingsdier is de tijger William Blake. Als de tijger plotseling verdwenen is, gaat dat Mahmood aan het hart. Helaas is hij de enige die echt begaan is met het lot van de tijger. De plaatselijke politie laat zich vooral van zijn slechtste kant zien door zonder slag of stoot Arthur, de verzorger van het ‘katten’-eiland te verdenken van diefstal. Arthur vlucht het terrein af en de directeur van de Zoo, Mahmoods vader, komt niet over als een daadkrachtige man die opkomt voor zijn mensen of zijn dieren.

  • De natuur herstelt zichzelf

    Door: Tyche van der Vossen (17 jaar)

    Wiek woont en werkt samen met andere wezen in luciferfabriek Vonk. Het is een nare plek om te wonen. De kinderen moeten de hele dag keihard werken, slapen op de grond, krijgen alleen smakeloze pap te eten en moeten zich aan de strenge regels van Ma Boeman, de verschrikkelijke fabriekseigenaar, houden. Als Ma Boeman een wees zat is, gooit ze deze in de Bodemloze Put op de binnenplaats. Maar wanneer Wiek een piepkleine baby vindt en verzorgt verandert alles.

  • Ook al wordt er op hen gejaagd, de eekhoorns geven de moed niet op

    Door: Ingrid Bilardie

    Dit prentenboek opent met twee eekhoorntjes. Zij vertellen dat zij houden van gymnastiek en jagen haten. Tijdens de dorpsvergadering stemmen ze samen met Haas dan ook vol passie tegen de jacht. Het mag niet baten, de meerderheid stemt voor. Haas en de eekhoorntjes slaan de borrel over en gaan snel terug naar het bos. Ze hebben wel iets beters te doen: nootjes verzamelen. Maar de jagers komen en Haas wordt in haar oor geschoten. De dreiging van de jacht blijft, begrijpen de eekhoorns. Wat nu? 

  • Sterk duo

    Door: Marjet Maks

    Net als de Dikke en de Dunne, Bassie en Adriaan of Snip en Snap zijn slungeleend Sjon en verenbol Don samen ook een sterk duo, dat werkt volgens het principe aangever en ontvanger. Samen zijn ze slim en praktisch of dom en onhandig. Ze maken grapjes, of stellen onhandige vragen en dat werkt vertederend. Dit derde deel, Don en Sjon en de zeven pissebedden, volgt op Die kleine is Don, de lange is Sjon en Don en Sjon brengen geluk. Deze reeks grappige, spannende en rijk geïllustreerde boeken voor beginnende lezers is verschenen in de serie Tijgerlezen van Querido.

  • Huilen van het lachen of…?

    Door: Tonneke van Roosmalen

    Het publiek wacht vol spanning af, de spots gaan aan en de muziek begint… Maar dan gaat de telefoon. Eén voor één laten de artiesten de arme circusdirecteur in de steek. De clowns hebben ruzie met elkaar, de goochelaar heeft zichzelf per ongeluk weggetoverd, en zo gaat het maar door, om wanhopig van te worden. Toch laat circusdirecteur Pavlof de moed niet zakken: ‘Is er in het publiek misschien iemand die wil helpen?’

  • Niet zoveel denken, maar doen

    Door: Berber Reykers

    Op de eerste bladzijde van Keigoed, of bijna van Arno Bohlmeijer vraagt Musje tijdens het kijken van het Journaal aan haar vader of soldaten altijd moeten vechten. Haar vader legt uit dat er ook hulpdiensten zijn voor als er een ramp gebeurt. ‘Dus,’ zei Musje, ‘kunnen zij naar mama toe in het Tehuis?’ Musje heeft haar moeder al een hele poos niet gezien en echt weten wat er aan de hand is, doet ze niet. Haar vader verklaart na een tijdje haar afwezigheid als volgt: ‘Omdat mama soms té lief is, of té goed.’ 

  • Te veel verdriet om beneden te zijn

    Door: Lara Gerse

    In het boek De jongen op het dak vertelt Aline Sax het verhaal van een jongen die op het dak van een flatgebouw zit zodat hij niet beneden hoeft te zijn. Wat beneden is, moet beneden blijven. Boven op het dak ziet niemand hem, niemand weet dat hij daar is. Boven op het dak ben je veilig voor gevoel. Boven op het dak hoef je niks.