Soms vraag ik me af of ik een boek nog wel voor kan lezen aan mijn kleinkind. Een boek dat al generaties meegaat heeft soms ongepast taalgebruik of er komen wreedheden in het verhaal voor waar we kinderen vandaag de dag, om duidelijke redenen, niet mee willen confronteren.
Toen we in Nederland woonden, lazen we zonder problemen het verhaal van De drie Biggetjes voor. In onze versie zwaaide de moeder de biggetjes uit en vervolgens bouwde ieder biggetje, op eigen wijze, een huis. De hongerige wolf die uiteindelijk het stenen huisje van het ijverige derde biggetje niet omver kon blazen, viel via de schoorsteen in een pot die op het vuur stond, wist daar miraculeus via diezelfde schoorsteen weer uit te komen, het bos in te vluchten om vervolgens nooit meer iets van zich te laten horen of zien.
Toneelspel
Mijn drie kinderen speelden verhalen vaak met elkaar na. De grote verkleed- en rekwisietendoos in de hoek van de kamer en de kinderboekenkast waren voor elkaar gemaakt. Mijn zoon en dochters toverden een deel van de huiskamer om in een podium en leefden zich vervolgens helemaal uit in hun toneelspel.
In het verhaal van de drie biggetjes speelde mijn jongste het luie biggetje dat een huisje van stro maakte. Met een aantal kluwens wol die hij uit de rekwisietendoos haalde, bouwde hij snel zijn huisje. ‘Nu kan ik uitrusten,’ zuchtte hij.
Mijn middelste nam de rol van het tweede biggetje op zich, haalde takjes van buiten en legde die binnen op de grond. ‘Nu ga ik spelen,’ zei zij tevreden en pakte de doos met puzzels.
De oudste bouwde een stevig huis met de meubelen.
‘Schiet eens op,’ riep mijn middelste, maar haar zus negeerde haar en werkte stevig door.
Even later fungeerde een teddybeer als wolf en blies de huisjes van mijn zoontje en middelste dochter om, terwijl de oudste een pan uit de keuken haalde. Ze legde takken op de salontafel en plaatste de pan, die ze met water vulde, op de takken. Snel verschool ze zich met haar broertje en zusje achter de bank en met zijn drieën gilden ze: ‘Biggetje, biggetje, laat me binnenkomen.’ Met veel gejoel gooiden ze de teddywolf in de pan, waarna de jongste hem weer uit de pan haalde en de lucht in smeet. Iedere keer lag de teddybeer drijfnat ergens in ‘het bos’ en toen ik overal natte plekken in de kamer ontdekte, verplaatste ik, onder luid protest, het spel naar buiten.
Klassiek of hedendaags
De Kostelijke Kleuterreeks boekjes zijn meeverhuisd naar Australië en bij gebrek aan nieuwe Nederlandse kinderboeken lees ik het verhaal van De Drie Biggetjes aan mijn kleinzoon voor. Mijn kleinzoon giert het uit als de wolf met zijn donkere stem roept: ‘Dan snuif ik en dan puf ik en ik blaas je huisje om.’
Binnen mum van tijd, alsof het in de genen zit, springt hij op en gebiedt mij de rol van alle drie biggetjes op me te nemen, terwijl hij de wolf speelt. Even later draaien we de rollen om en word ik de wolf.
Een stemmetje in mijn hoofd knaagt en herhaalt dat ik echt meer moderne kinderboeken uit Nederland moet aanschaffen, maar mijn kleinzoon laat zien hoe prachtig hij dit oude verhaal vindt. Hoe het uitgebeeld kan worden en tot praatstof leidt: liefde, familie, angst, luiheid, ijver, zorgdragen, hoop, samenwerking, veiligheid en zoveel meer thema’s.
De Engelstalige biggetjes
Een half jaar later komt mijn kleinzoon thuis van de peuterschool met een eigen gemaakt kunstwerk in zijn handen. Ik zie een plakwerk van biggetjes en drie huisjes.
‘Oma, de juffrouw las vandaag het verhaal van De Drie Biggetjes voor, maar deze biggetjes zijn niet in jouw land geboren. Ze spraken geen Dutch en toch deden ze precies hetzelfde als de Dutch biggetjes.’
Ik glimlach en bedenk dat sommige ‘oude’ verhalen het meer dan waard zijn om mee te emigreren.









