Ik loop met mijn kleinzoon door ons dorp en vriendelijk groet hij een man die in de portiek van een failliet gegane winkel ligt en wakker wordt. Naast de man staat een winkelwagen waarin zichtbaar een aantal dekens en wat kleding liggen.
Dakloos
Mijn kleinzoon blijft stilstaan. ‘Waarom slaapt die man niet in een bed, Oma?’ Ik trek aan de arm van mijn kleinzoon in de hoop dat hij met me verder zal lopen, maar hij blijft stokstijf staan. ‘Waar is jouw bed?’ vraagt hij aan de onbekende als ik niet onmiddellijk antwoord geef. Er komt wat gegrom vanuit de portiek, maar geen verstaanbare woorden.
‘Kom, we lopen verder,’ moedig ik mijn kleinzoon aan.
‘Je hebt wel rommel om je heen,’ zegt mijn kleinzoon en hij wijst naar de plastic bekers, sigarettenpeuken en twee volle vuilniszakken. ‘Wij kunnen die vuilniszakken wel in onze container gooien, Oma.’
‘Het is lief dat je wilt helpen, lieverd, maar de vuilniszakken zijn van deze meneer en daar zitten zijn spulletjes in.’ Ik trek wat harder aan zijn arm en een moment later lopen we weer verder, maar mijn kleinzoon blijft vragen. ‘Waarom slaapt hij niet thuis, Oma?’
Ik leg hem uit dat sommige mensen geen huis hebben. Dat sommige mensen arm zijn en geen onderdak kunnen betalen. Dat er rijke en arme mensen op de wereld zijn en dat dat heel jammer is. En dat als je niet genoeg geld hebt je dakloos kunt worden.
‘Gelukkig heeft deze meneer wel een dak,’ zegt mijn kleinzoon bijna opgelucht. ‘Het dak van de portiek.’
Troep opruimen
Thuis aangekomen begint het te regenen en besluit mijn kleinzoon de inhoud van zijn speelgoeddozen over de vloer te spreiden. Hij speelt de hele middag met al zijn lego, blokken en autootjes. Ook de doos vol natuurspulletjes, zoals stenen, bladeren, honkey nuts en takjes gebruikt hij in zijn spel en aan het eind van de middag kijk ik hem aan en zeg: ‘Kom op, we gaan samen alle troep opruimen, voordat jouw mama en papa van hun werk thuiskomen.’
Vol verontwaardiging staat mijn kleinzoon ineens voor me, handen in zijn zij. ‘Dit is geen troep, Oma. Dit is een stad!’ Hij wijst naar de blokken en stenen die als huizen dienen en naast de wegen, gebouwd van takken en bladeren, staan.
‘Je hebt helemaal gelijk,’ zeg ik snel. ‘Het is beslist geen troep. Oma had moeten zeggen: we gaan de stad weer in de doos doen en oma gaat voorlezen.’
‘Een stad kan niet in een doos, Oma.’
Maar voorlezen vindt mijn kleinzoon gelukkig heerlijk en in mum van tijd is alles opgeruimd en zit hij klaar op de bank.
Geen vuilnisbelt, maar een knutselparadijs
‘Vandaag gaan we een schitterend nieuw boek lezen,’ zeg ik en ik laat hem het boek van Boutje van de rommelberg, geschreven door Mirjam Oldenhave en prachtig geïllustreerd door Rick de Haas, zien.
Het verhaal gaat over Boutje die met zijn papa in hun huisje op wielen bij de vuilnisbelt woont. Veel mensen vinden dat een troep, maar Boutjes vader zegt dat de rommelberg een knutselparadijs is. Boutjes vader wordt onterecht door de politie opgepakt en ook het huisje op wielen van Boutje en zijn vader wordt weggehaald. Als Boutje een meisje ontmoet dat in een luxueus huis woont, met een hek van tralies ervoor, gaan ze samen op avontuur om de vader van Boutje uit de gevangenis te bevrijden.
De thema’s in het verhaal, het schrijnende verschil tussen rijk en arm, de creativiteit en vindingrijkheid, liefde, vriendschappen en vooroordelen, zijn prachtige aanknopingspunten om heerlijke gesprekken met mijn kleinzoon te hebben. En terwijl ik voorlees gaat hij helemaal in gedachten mee op avontuur en wordt Boutje zijn denkbeeldig vriendje.









