Ada, gevangen op twee eilanden van Imme Dros trekt meteen de aandacht tussen alle ‘moderne’ boeken van het 12+-schap. Met dank aan Dros’ echtgenoot, illustrator Harrie Geelen, die het boek vanbinnen en vanbuiten een middeleeuwse uitstraling gaf door collages van miniaturen uit die tijd. Maar ook het verhaal valt op. Wie het boek openslaat, krijgt in amper tachtig bladzijden een originele en levendige blik op een tijd die ver achter ons ligt: de periode van de graven van Holland.
Ballingschap
Ada is de dochter van Dirk VII, graaf van Holland, en powervrouw Aleid van Kleef. Als Dirk in 1203 ziek wordt en overlijdt, regelt Aleid bliksemsnel een echtgenoot voor haar dan vijftienjarige dochter. Zo kan Aleid via de nieuwe graaf van Holland macht blijven uitoefenen. Maar dan wordt Ada ontvoerd door haar oom Willem, al net zo’n machtswellusteling als haar moeder. Hij grijpt de macht en verbant Ada eerst naar Texel en vervolgens naar Engeland. In ballingschap is Ada eindelijk bevrijd van het keurslijf van haar positie en – vooral – van haar dominante moeder. Ze bloeit helemaal op – tot Aleid haar weer terug weet te halen naar Holland.
Geen saai rijtje graven
In de negentiende eeuw moesten Nederlandse kinderen de graven van Holland nog uit hun hoofd kennen; het handige ezelsbruggetje daarvoor staat achterin het boek vermeld. Ruim een eeuw later hoeft dat niet meer, er is inmiddels heel wat geschiedenis bij gekomen. Maar laat het maar aan Imme Dros over om die periode, die zo’n belangrijke bouwsteen in onze vaderlandse geschiedenis is, tot de verbeelding te laten spreken. Geen saaie rijtjes graven bij haar, maar een kijkje achter de schermen bij een middeleeuwse gravin in spe. Ada vertelt ons vanuit haar puberperspectief hoe het eraan toegaat in de adellijke kringen, waar het er vooral om gaat hoe je macht verkrijgt en behoudt. ‘Deed een graaf wel eens iets anders dan oorlog voeren?’ vraagt ze zich af. Kruistochten, samenzweringen, ontvoeringen, alles om je eigen positie veilig te stellen. Ada’s frisse observaties staan ver af van de feitelijke zinnetjes in een geschiedenisboek en blijven je daardoor ook veel beter bij.
Positie van de vrouw
En zo passeren er meer onderwerpen als vanzelf de revue, in die frisse, bondige en daardoor ook vaak humoristische stijl van Imme Dros. De positie van de vrouw in de middeleeuwen bijvoorbeeld. ‘Mij werd niets gevraagd. Met mij gebeurde,’ constateert Ada nuchter als ze wordt uitgehuwelijkt aan de ruim vijftien jaar oudere Lodewijk II van Loon. Van haar moeder, ‘mama Aleid’, leert ze om haar ogen en oren open te houden om zoveel mogelijk te weten te komen. Wijze raad, die Aleid zelf ook geen windeieren heeft gelegd: ze weet voor elkaar te krijgen (‘hoe weet niemand’) om als eerste vrouw de titel ‘gravin van Holland’ te krijgen. Toch is dat vooral een symbolische functie, want echte macht heeft ze niet – alleen als weduwe of als regentes kan ze macht uitoefenen, niet op eigen titel. En, concludeert de scherp observerende Ada, zelfs de ooit zo machtige Eleonora van Aquitanië legt het af tegen haar tweede echtgenoot Hendrik II, en loopt zo aan tegen de beperkingen van hun tijd. Dan zijn de vrouwen van het gewone volk misschien wel beter af. De vissersvrouwen van Texel, wier mannen vaker wel dan niet ‘op zee blijven’, rooien het prima in hun eentje en de bedienden van Ada hebben in tegenstelling tot haarzelf wél de vrijheid om in Engeland te blijven. Het zijn interessante zaken om over na te denken, en daarna de vergelijking door te trekken naar het nu: hoeveel is er inmiddels veranderd?
Ultieme vrijheid
In ballingschap vond Ada dus de ultieme vrijheid. Zonder de dwingende regels die bij haar positie horen en ver weg van haar bepalende moeder kan ze eindelijk doen wat ze zelf wil. Lekker door het bos rijden op haar paard, bijvoorbeeld. Door de gesprekken met haar bedienden en de vissersvrouwen, en de praktische dingen die ze van hen leert, wordt haar wereld groter en Ada zelfstandiger. In haar dagboek – dat ze heeft gekregen van de ruimdenkende pater Gregorius, haar onderwijzer thuis – volgen we haar ontwikkeling, als een coming-of-age. Als ze wordt teruggeroepen naar Holland, begraaft Ada dit boekje, als een symbolisch afscheid van een vrije periode. Daarin staat zoals ze zelf zegt ‘wie ik blijk te zijn en van plan ben te blijven’. Omdat het boek daar eindigt en er over de rest van Ada’s leven weinig bekend is, kunnen we alleen maar hopen dat ze daar gelijk in had.
Een fris boek dat een klein stukje van onze geschiedenis op bijzondere wijze tot leven wekt.









