Als het op een verjaardag over luchtvaart gaat en je kunt vertellen dat de broers Orville en Wilbur Wright in 1903 bij Kitty Hawk voor het eerst los van de grond kwamen met hun zelfgebouwde vliegtuig, maakt dat misschien al enige indruk. Je kunt alleen flink omvergeblazen worden door iemand die toevallig Vliegen! van Jacek Ambrożewski heeft gelezen. In dat overvolle boek ben je al op pagina 24 beland voor het over deze twee waaghalzen gaat.
Op de voorgaande bladzijden is het al zeer uitgebreid gegaan over zaadjes van planten die het luchtruim kiezen, zoals de helikoptertjes van de acacia en de pluizenbolletjes van de paardenbloem, over vliegende dieren (niet alleen vogels en insecten, maar ook vissen, kikkers en zelfs slangen), over verhalen en legendes van alle continenten waarin mensen en dingen luchtreizigers zijn (Icarus, vliegende tapijten en vuurpijlen) en tenslotte over ondernemende constructeurs die dachten dat de zwaartekracht met vogelveren op de rug of met ingenieuze vleugelimitaties te overwinnen moet zijn – daaronder ontbreekt Leonardo da Vinci niet. Uiteraard wordt nog het verhaal verteld van de broers Montgolfier met hun eerste luchtballon. Maar na de gebroeders Wright gaat de auteur helemaal los.
Gespecialiseerd
De Pool Jacek Ambrożewski (1989) is illustrator van beroep. Hij won in eigen land al verschillende prijzen, maar verschijnt in Nederland voor het eerst met zijn getekende geschiedenis van de luchtvaart. Voor Vliegen! verzorgde hij zowel de tekst als de tekeningen. Daar kun je des te meer bewondering voor hebben omdat niet alleen de illustraties getuigen van gespecialiseerde kennis, maar ook de geschreven uitleg. Ambrożewski moet zich bijzonder goed in documentatie en misschien zelfs in de praktische wereld verdiept hebben.
Vliegen! is bovendien geen uitgave die je even achteloos doorneemt. Het grootformaat boek (38 x 28 cm) kent maar minimale marges. Elke bladzijde staat dus van boven tot onder en van rechts naar links boordevol kleurrijke tekeningen en ter zake doende beschrijvingen. Alle onderwerpen krijgen twee pagina’s toegemeten. Aan de bovenrand een kader met een samenvatting in vier of vijf regels over de twee pagina’s en daaronder als een soort stripverhaal uitgewerkte tekeningen. Ook in die plaatjes staan weer toelichtende teksten in soms erg kleine letters.
Zonne-energie
Ambrożewski tekent bijzonder gedetailleerd. Een ruime plaat van de cockpit van het Russische gevechtsvliegtuig MIG-29 bijvoorbeeld laat het volledige dashboard zien met precies uitgewerkte meterstanden en hoogtegegevens. Hetzelfde is het geval op de pagina’s over het tweedekker toestel de Havilland Tiger Moth waarop alle meters en wijzers staan afgebeeld met een tekstuele toelichting op hun functie.
Op die manier komen achtenveertig onderwerpen ter sprake die steeds in twee pagina’s worden uitgewerkt en min of meer chronologisch zijn gerangschikt van de vroegste geschiedenis tot de drones en de Solar Impulse, het vliegtuig op zonne-energie, in onze tijd. Een bloemlezing van thema’s: zeppelins, propellerloze toestellen, passagiers- en vrachtvliegtuigen, bommenwerpers, helikopters, de geluidsbarrière, vliegtuigbouw, deltavliegen enzovoort.
In die stortvloed ontbreken warempel toch nog onderwerpen, zoals de ruimtevaart, UFO’s en beroemde vliegrampen. Maar dat kan het boek nauwelijks worden tegengeworpen omdat Vliegen! volgens de ondertitel alleen over de geschiedenis van de luchtvaart gaat (Ambrożewski werkte in Polen overigens wel mee aan een boek over paranormale verschijnselen, zoals UFO’s).
Vliegen! is een onuitputtelijke bron van informatie over de luchtvaart met prachtige tekeningen en rijk aan informatie. Het is zo overvol dat je snel verzadigd raakt als je een paar onderwerpen achter elkaar doorneemt. Gedoseerde inname is aan te bevelen. Daarmee heb je dus een boek in handen dat je weken van de straat houdt. En waarschijnlijk kun je daarna gerust weer opnieuw beginnen.









