In Futuria van Suzanne Wouda moeten vijanden samen een team vormen. De leden van de bendes van rivaliserende straatjongens worden ontvoerd en hun leiders Kraai en Achilles moeten samenwerken om ze te kunnen redden. Ze zijn meegenomen naar het eiland Futuria waar een pretpark en een oude gevangenis staan. De eigenaar, dokter Gold, is bezig met een verschrikkelijk plan waarvoor hij de ontvoerde jongens zal inzetten. Zijn dochter, Libby, moet kiezen aan welke kant ze staat. Zal het de jongens en Libby lukken om samen te werken en keuzes te maken?
Drie gezichtspunten
De drie personages, Kraai, Achilles en Libby, vanuit wiens perspectief Wouda schrijft, hebben allemaal een eigen stem. Libby klinkt een stuk netter dan de beide straatjongens en Achilles klinkt erg boos en is constant zijn ‘regels’ aan het opnoemen. Kraais stem is wat rustiger dan die van Achilles en tussendoor praat hij in gedachten in schuingedrukte regels met zijn overleden zus Kat. Dit zorgt ervoor dat het verhaal niet verwarrend wordt en dat de personages tot leven komen voor de lezer.
Voorspelbare spanning
Al vrij vroeg in het verhaal is te voorspellen wat het plan van dokter Gold ongeveer inhoudt. Dit zorgt er niet voor dat het boek saai wordt, het boek wordt er juist spannender van. Doordat de lezer weet dat er echt iets ergs met de straatkinderen gaat gebeuren, wordt het nog belangrijker dat ze ontsnappen.
Herinneringen oppoetsen
Naast dat het verhaal erg spannend is, heeft het boek ook een goed uitgewerkt thema: omgaan met verlies. Veel personages in het verhaal hebben iemand verloren of staan op het punt om iemand te verliezen. Zo is Kraais zus Kat een aantal jaar terug overleden en is Libby’s moeder, de vrouw van dokter Gold, ernstig ziek. De personages moeten allemaal leren om verder te gaan met hun leven. Dit doen ze door de herinnering in stand te houden. Kraai bijvoorbeeld doordat hij de stemmen van de mensen met zich meedraagt in zijn hoofd. Dit loopt vloeiend door het verhaal heen, bijvoorbeeld in deze uitspraak van Libbys moeder over de dag van de doden: ‘Je viert niet dat iemand dood is, je viert dat die persoon geleefd heeft, dat je hem of haar gekend hebt. Je poetst je herinneringen op zodat ze weer gaan glanzen.’
Kaarten en icoontjes
De kaart aan het begin van het boek is simplistisch en duidelijk getekend. Alle plaatsen die in het verhaal voorkomen zijn erop aangegeven. De kaart heeft dikke potloodlijnen wat de indruk wekt dat deze door een van de straatjongens uit het verhaal getekend zou kunnen zijn. Elk van de personages heeft een klein icoontje wat aan het begin van hun hoofdstukken afgebeeld staat. Dit zorgt ervoor dat het extra makkelijk is om de hoofdstukken uit elkaar te houden.
Kortom, met Futuria heeft Wouda een spannend verhaal met levendige personages en een goed uitgewerkt thema neergezet.









