Hotel Kosmos gaat over de elfjarige Maia die met haar ouders op zomervakantie is in een vakantiepark met de naam uit de boektitel. Schrijver Yelena Schmitz schrijft in een erg sobere of uitgebeende stijl vanuit het perspectief van Maia die ziet hoe het huwelijk van haar ouders op de klippen aan het lopen is. Aanvankelijk houd je Maia voor jonger dan ze is, naiever misschien.
De stijl is het sterkste punt aan het dunne boek. In eenvoudige zinnen zonder opsmuk wordt het perspectief getoond van Maia. Ondanks of dankzij de sobere stilitistische aanpak ontstaat een goed beeld van het karakter van het hoofdpersonage.
Inleven
Het uit elkaar gaan van ouders is een universele thematiek, die natuurlijk wel vaker het onderwerp is van jeugdboeken. Ook de vakantie met het gezin is niet volledig nieuw in jeugdliteratuur. Schmitz schreef over het onderwerp echter een waardevol boek, dat niet alleen kinderen iets kan leren over het thema, dat ze mogelijk van nabij kennen en waaraan ze zelf moelijk woorden kunnen geven, maar dat ook volwassenen iets kan vertellen over de psyche van een kind dat met een dergelijk levensfeit te maken krijgt: niet het einde van de wereld, maar daarom nog niet gemakkelijk.
Het boek kent ook nog elementen van een eerste onschuldige liefde en de liefde voor dieren, ook geen heel nieuwe onderwerpen. Wie op zoek is naar vernieuwing of fantasierijk escapisme kan het boek ongelezen laten, maar in zijn eenvoud biedt Hotel Kosmos voor lezers die liever over de realtiteit en problematieken van echte kinderen lezen, een verhaal dat weliswaar niet tot de verbeelding spreekt, maar wel tot de realiteitszin.
Serieus thema
De jonge Vlaamse schrijver Yelena Schmitz (1996) gaat in haar eerdere boek met de titel Geroezemoes overigens wel in op zaken als verbeeldingskracht en fantasie. Hotel Kosmos is echter eerder wat men in de jaren zeventig en tachtig een ’probleemboek’ noemde. In probleemboeken worden de jonge personages geconfronteerd met serieuze thema’s die voor kinderen en jongeren inzichtelijk worden gemaakt door hen te confronteren met de realiteit, waarvoor vluchten geen soelaas biedt. In probleemboeken gaat het vaak over zaken als racisme, werkloosheid van ouders, handicaps, oorlog, drugs en ook over echtscheidingen, zo staat te lezen in een artikel van Peter van den Hoven.
Sommige probleemboeken hebben een hoog ‘van dik hout zaagt men planken’-gehalte. In vergelijking daarmee is de aanpak van Schmitz bescheiden. Het boek staat uiteindelijk voor de ervaring van dit specifieke opgroeiende kind en niet voor een sjabloonachtig thema als echtscheiding.









