Op hernieuwde verkenningstocht door Nederland en om een beetje uit te rusten van de remigratie ging ik vorige week maandag naar Oude Willem en ik bleef daar een aantal dagen.
‘Ik heb je nooit over Oude Willem gehoord,’ zegt mijn dochter als ik haar over mijn uitstapje vertel. ‘Over al je andere Nederlandse vrienden heb je mij van alles verteld, maar Oude Willem ken ik niet. En waarom noem je hem oud?’
‘Oma heeft een vriend die nog ouder is dan Oma,’ verklaart mijn kleinzoon die zijn moeder vragend naar mij ziet kijken. ‘Maar eerst was hij een jonge Willem. Ja toch, Oma?’
Een herder of een zeerover
Ik lach en vertel ze dat Oude Willem een buurtschap in de provincie Drenthe is en dat ik daar een week samen met een vriendin in een huisje bivakkeerde. Dat mijn vriendin en ik dagelijks fietsten en dat we, toen we Oude Willem op een dag uit reden, langs een huis kwamen waar in sierlijke letters “Jonge Willem” op de voorgevel gegrafeerd stond.
Nu lacht mijn kleinzoon. ‘Zie je wel?’
‘Het plaatsje heet waarschijnlijk zo omdat er heel vroeger een herder met de naam Oude Willem op de woeste grond ronddoolde en daar zijn schapen liet grazen.’
Denkende dat ik genoeg uitleg heb gegeven laat ik het hierbij, maar mijn kleinzoon reageert onmiddellijk met dat hij niet weet wat een herder is. Als ik hem verteld heb over het leven van een herder, en in Nederland vooral de schaapsherder, roept hij: ‘Oma, hebben herders verkleedkleren aan?’
Ik antwoord dat ik denk dat herders in Nederland over het algemeen een lange regenjas dragen en een soort van wandelstok bij zich hebben.’
‘Geen lapje voor hun oog? Zoals een zeerover? Of een helm op, zoals een astronaut?’
‘Nee.’
‘Oma, dan wil ik geen herderspak. Kan jij een zeeroverspak voor mij maken en opsturen naar Australië? Morgen hebben we verkleeddag op school, maar een Oude Willem met alleen maar een jas en een stok vind ik niet leuk.’
De teleurstelling op het gezicht van mijn kleinzoon, als even later duidelijk is dat zijn oma niet zomaar een herderspak of een zeeroverspak kan maken dat de volgende dag vanuit Nederland in Australië aankomt, is groot. Ik zie hoe hij me mist en ik voel hoezeer ik hem mis.
Opgehoepeld
‘Jij bent een Oude Oma, ‘zegt hij dan. ‘Niks aan. Net als die Oude Willem van jou.’
Mijn hersenen werken uit alle macht en scannen mijn boekenkasten en ineens zie ik het boek dat ik nu voor moet lezen. Woeste Willem, een schitterend geïllustreerd boek over de vriendschap tussen het jongetje Frank en de brommerige zeerover Woeste Willem. Ingrid en Dieter Schubert zijn de auteurs en illustrators en via de site van de uitgever zijn er prachtige (knutsel) activiteiten en een kleurplaat te vinden, die bij de thema’s van het boek passen.
‘Ik heb een verhaal over een andere Willem,’ opper ik. ‘Over een piraat en zijn vriendje dat eerst niet zijn vriendje was en over een kraaiennest, een verrekijker, stokken, een oud laken, een zeeroverskist, de tand van een vliegende zwaardtandhaai, een piepklein zeemeerminnetje, een schatkaart …’
‘Lezen, Oma. Please!’ Geduldig, maar vol enthousiasme zit mijn kleinzoon voor het digitale scherm even later naar mij te luisteren.
Als ik aangekomen ben bij: “‘En nu opgehoepeld!’ brult Willem,” is mijn kleinzoon al aan het schaterlachen en als ik het boekje helemaal uitgelezen heb, roept hij: ‘En nu opgehoepeld, Oma!’









