
‘”Zal ik hem op je kamer leggen? Dan lijkt de vloer minder leeg.”
“Best”, had Amir gezegd. Maar nu had hij daar spijt van. De vloer leek juist nog leger, omdat het verkeerd was dat er iets anders lag.’
Amir wil het tapijt opruimen, maar, zodra hij het vastpakt voelt hij een stroomstootje door zijn lijf. En even later lijkt het wel of er een golfje door het tapijt gaat: ‘alsof er een cavia onderdoor loopt’. Op dat moment maakt Amir kennis met Zoef, oftewel Zafar Omar Emín Faroek de Veertiende. Een tapijt, niet te verwarren met een kleed!, dat al een eeuwigheid in de familie is, en op zolder ligt te verstoffen.
Een plan
Amir blijkt, net als zijn oudoom Babak, de vleug te hebben.
‘”Wat is de vleug?” vroeg Amir.
“Weet je dat niet?”
Amir schudde zijn hoofd. Het tapijt zuchtte, met een stofwolk tot gevolg.
“De vleug, dat betekent dat je het tapijtvliegen in je bloed hebt. Ik kan alleen vliegen met iemand die de vleug heeft. Anders kom ik nog geen millimeter van de grond, jammer genoeg.”‘
En dan komt Zoef met een ongelooflijk voorstel. Hij beweert dat ze Oela kunnen terughalen. Wat volgt is een even avontuurlijke als ontroerende tocht, waarbij Amir en Zoef op weg gaan naar de Grens. Via onder andere een sprekende wegwijzer, de haas in het wonderwoud, Doloros Deemoed en vadertje Tijd weten ze steeds dichterbij de Grens te komen. Maar het is geen gemakkelijke tocht. Zou het ze lukken om op tijd op de juiste plek te zijn? En kunnen ze Oela inderdaad mee terug nemen, zoals Zoef voorstelt?

Wat Schotveld doet met Zoef! is bewonderenswaardig. Ze weet, in het relatief korte verhaal, het thema ‘afscheid nemen’ een plek te geven zonder dat het ergens zwaar wordt. Zowel humor als ontroering en zowel realiteit als fantasie lopen moeiteloos in elkaar over en nergens voelt het gemaakt. Schotveld neemt je mee in de gedachtengang van de hoofdpersoon Amir, en doet dit op fijngevoelige wijze waardoor je hem gaat begrijpen en net zo hard hoopt dat Zoef en Amir op tijd bij de Grens zijn. Ze biedt de jongere lezer een hoopvol en troostend verhaal, ook als de tocht anders afloopt dan verwacht of gehoopt. Zoef! is daarmee, naast een fantastisch voorleesboek, ook heel goed inzetbaar in de klas of thuis. Het verhaal kan steun geven wanneer er afscheid moet worden genomen van een dierbaar huisdier.
Serieuze boodschap
Naast de ontroerende kant van het verhaal en de grapjes die Schotveld in het verhaal terloops heeft toegevoegd, wat maakt dat dit boek ook voor de volwassen lezer een feest is om (voor) te lezen, schuwt ze een serieuze boodschap niet. Tussen de regels door lees je over ‘Die ordinaire machines, waar er ook steeds meer van zijn. Ze vervuilen de lucht, die vieze dingen.’ Of verderop in het verhaal: ‘”De vele verhalen die er waren, werden langzaamaan vervangen door één,” legde Zoef uit. “De mensen gingen elkaar te lijf, omdat ze dat ene eigen verhaal meer waar vonden dan dat van een ander. Terwijl het natuurlijk niet dondert wat waar is en álle verhalen het waard zijn om gehoord te worden.”‘
Wat niet onbenoemd mag blijven zijn de verwijzingen naar de wereldliteratuur die Schotveld heeft toegevoegd. Een herkenbaar voorbeeld is de onmiskenbare verwijzing naar Alice in Wonderland maar ook invloeden uit de vertellingen van Duizend en een nacht en de Griekse mythologie krijgen in Zoef! een plek. Wanneer je over deze thema’s werkt in de klas biedt het boek een tal van mogelijkheden om kinderen met deze verhalen kennis te laten maken en er samen mee aan de slag te gaan.
Nieuwe samenwerking
In Zoef! ontstaat een nieuwe samenwerking tussen Schotveld en illustrator Nadia Meezen. Waar de schrijfster voor haar eerdere werk samenwerkte met o.a. Annet Schaap, Milja Praagman en Noëlle Smit, kan Meezen nu aan dit rijtje worden toegevoegd. Meezen maakte een prachtig omslag dat meteen nieuwsgierig maakt en verzorgde daarnaast de illustraties in het boek. In zwart-wit, soms klein en ondersteunend bij het verhaal, hier en daar gelukkig ook paginagroot. De speelse en sprekende tekeningen zijn een verrijking voor het verhaal. De paginavullende illustraties bevatten grappige details wat maakt dat je ze steeds opnieuw blijft bekijken en je iedere keer andere dingen opvallen.
Een fijne samenwerking tussen schrijfster en illustrator die naar meer smaakt. Net als het personage Zoef dat, ondanks zijn ‘grote mond voor iemand zonder mond’, hopelijk nog eens in een verhaal of boek van Schotveld zal verschijnen.
Illustraties: Nadia Meezen









