Oorlog op de Veluwe

Door: Joke Aartsen

De historische jeugdroman Reservekinderen van Joke Eikenaar geeft een boeiend beeld van het leven van middeleeuwers uit verschillende standen van de bevolking tegen de achtergrond van een ‘bijna niet te beschrijven burgeroorlog’ rond 1375 op de Gelderse Veluwe. De historische achtergrond is de strijd om de macht tussen de zussen Mechteld en Maria van Gelre nadat hun beide broers in 1371 vlak na elkaar zijn overleden. Mechteld claimt haar recht als oudste vrouwelijke opvolger, de drie jaar jongere Maria meent dat haar achtjarige zoon de hertogstitel toekomt. Daarnaast worden verschillende bastaardkinderen ingezet in de machtsstrijd. Andere edelen en grootgrondbezitters en zelfs de bevolking mengen zich volop in de strijd, die uitmondt in een achtjarige oorlog.

Het vraagt in het begin van de roman wel wat van de lezer om de verhaalwerkelijkheid op een rijtje te krijgen. Er worden veel personages geïntroduceerd uit verschillende sociale klassen en met gecompliceerde familierelaties. Bovendien speelt het verhaal zich af op wisselende locaties, soms min of meer synchroon, soms met kleine of grotere tijdsprongen en er spelen de nodige erftwisten en andere brouillages. Gelukkig is er achterin het boek een uitgebreide namenlijst opgenomen en op de beide schutbladen voor en achter een mooie kaart van het (noordelijke) Oversticht, de omgeving waar het verhaal zich afspeelt en die ongeveer de driehoek Kampen, Zwolle, Elburg beslaat. De perspectief- en tijdwisseling is duidelijk gestructureerd vormgegeven in afzonderlijke hoofdstukjes met een plaatsaanduiding en datum als titel. Zo groeit de grip en wordt de inspanning al snel beloond.

Jeugdig perspectief
Hoofdpersonen in het kloeke boek van 380 pagina’s zijn niet de om macht strijdende zussen of andere volwassen ruziemakers maar juist jongeren. Het verhaal wordt vooral van binnenuit verteld vanuit het perspectief van tiener Lidy, dochter van een roofzuchtige houwdegen en edelman met veel macht in Gelre en Overijssel; vanuit de jonge Noud, zoon van een leerlapper uit het gewone volk die vanwege zijn dwerggroei gevangengenomen is en wordt ingezet als nar in het kasteel van Lidy’s vader; Nouds broer Wolf en vier bastaardkinderen van twee verschillende moeders: Jon, Maura en haar jongere broertjes. De roman beschrijft vooral hún leven, onzekerheden en vragen, soms hun puberverzet, groeiende inzichten en onmacht. En juist dat maakt de(ze) geschiedenis in veel opzichten interessant, spannend, leerzaam en aangrijpend.

De vijftienjarige Jon is een bastaardkind van Reinoud van Gelre. Hij is een belangrijke pion in de machtsstrijd tussen zijn tantes Mechteld en Maria omdat de mannelijke lijn van zijn overleden vader en diens broer is opgehouden te bestaan, hij erkend is door zijn vader en vanaf zijn zevende aan het hof is opgegroeid. De overleden Reinoud heeft Jon rechten en opbrengsten geschonken van landerijen die feitelijk wingewesten zijn van Herbern van Putten, de vader van Lidy. Jon gaat in eerste instantie net als andere belanghebbenden op jacht naar een aantal concurrerende bastaardkinderen die een gevaar voor zijn positie vormen, onder wie Maura en haar broertjes. Ondertussen voelt Herbern zich aan alle kanten bedreigd en kiest voor de vlucht vooruit.

Coming of age
Dochter Lidy staat erbij en kijkt ernaar. Ze ervaart in alles dat haar leven minder waard is dan dat van haar broers. Van een welopgevoed volgzaam meisje verandert ze in een zelfbewustere oudere tiener. Vrouwen hoeven geen politieke kennis te hebben, leert ze al snel. ‘Weinig brein houdt je klein’. Het lot van een vrouw is verplaatst te worden van de kooi waarin ze als meisje zit naar de kooi waarin ze als getrouwde vrouw terecht komt. Door Noud leert ze dat haar adellijke status op dit gebied extra nadelen heeft. Vrouwen uit zijn ‘voddendorp’ hebben meer vrijheid en zijn gelijkwaardiger aan mannen. En door Noud ontdekt ze wat vriendschap betekent en dat ze dat voor hem voelt. Ook durft ze op een moment haar vaders gedrag te bevragen. Is hij een bullebak? En helaas, natuurlijk, krijgt ze te maken met een aanranding en erger door een brute huwelijkskandidaat die ze afwijst. Lidy wordt steeds sterker en zelfbewuster en dat proces is heel invoelbaar beschreven. Wat haar overkomt, komt dan ook hard aan.

Ondertussen probeert Wolf zijn gevangengenomen broer Noud te bevrijden en zijn de bastaardkinderen Maura en broertjes op de vlucht geslagen voor iedereen voor wie zij dood of levend van waarde zijn. Er wordt dus op meerdere borden geschaakt en dat spel is spannend en wordt met vaart beschreven. Bovendien zijn er verrassende plottwists. Noud wil helemaal niet bevrijd worden. Jon is zelf gaan nadenken, komt tot nieuwe inzichten en realiseert zich dat hij en andere bastaardkinderen gebruikt worden door de adel. ‘Ik ben een bastaard. […] Een reservekind […], bruikbaar in nood.’ Hij kiest uiteindelijk voor zijn échte familieleden.

Joke Eikenaar vertelt in haar ‘verantwoording’ achteraf dat de 14e en 15e eeuw wel omschreven worden als ‘het tijdperk van de bastaarden’. Onwettige zonen in alle stambomen, bijzondere verhalen en dochters als accessoires vormen voor haar de voedingsbodem voor het ontstaan van deze roman. Dat ze veel waarde hecht aan feitelijke (historische) gegevens op alle gebieden is goed te merken in gedetailleerde beschrijvingen van de middeleeuwse wereld en de woordenlijst achterin het boek. Ze voegt daar in haar schrijfstijl originele snufjes beeldspraak aan toe als ‘trots ingezakt als een soesje van slap deeg’, ‘ijle stemmen die een psalm inzetten die als water naar beneden stroomt’ en ‘een deur die zo rot is als een appeltje in december’. Geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaar, is een door Jon verworven inzicht. Gelukkig zijn er ook romanschrijvers die haar een beetje herschrijven en aankleden.

Reservekinderen

Reservekinderen

Joke Eikenaar

Uitgever: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff

ISBN 9789021055886

400 pagina’s

Prijs: € 19,99

Kopen bij Libris