Soms heb ik wat medelijden met mezelf. Er is niemand in huis die mijn tegenslagen ziet of meemaakt en dan word ik wat soloverdrietig. En heus, het verdriet en medelijden mogen er van mij zijn. Het zijn gevoelens die erbij horen en ik laat ze toe. Bovendien weet ik dat ik nooit lang alleen maar verdrietig ben en medelijden hebben met mezelf is na een poosje uiterst vervelend en dus zet ik dan de muziek keihard aan, zing super vals mee met een popsong, eet vervolgens een lekker gebakje of snoep uit de koekjestrommel. Als ik het laatste koekje opgegeten heb, kan het leven zonder medelijden weer verder.
Maanrover
Nog maar een paar weken terug in Nederland, na ruim dertig jaar in Australië te hebben gewoond, kreeg ik gordelroos met vervolgens bijwerkingen. Kan gebeuren, nietwaar? Eenmaal hersteld, viel ik van mijn fiets en verbrijzelde mijn tibiaplateau. Gips volgde, vervolgens een operatie, daarna zes weken been omhoog, in rolstoel en een lang proces van revalidatie voor de boeg. Medelijden met mezelf dus, omdat ik me zo’n pechvogel voelde. Mijn kleinzoon echter bekeek mijn pech van een andere kant toen hij mij in een van onze videogesprekken in de rolstoel zag zitten.
‘Oma, dat lijkt net een Maanrover, of een Marsrover. Ik spring bij jou achterop en dan gaan we naar de rode planeet, oké Oma? Even denken … hoe kan ik bij jou achteropkomen?’ Heel snel had hij daar een oplossing voor door een plank vanaf zijn stoel naar het beeldscherm te leggen. ‘Zo, nu is de Marsrover verbonden met mij.’
‘Klinkt goed, schattebout, maar deze Marsrover kan niet vliegen, dus hoe moeten we ernaartoe?’ Volwassenen zien altijd obstakels, dat bewees ik maar weer.
‘Ik zet er vleugels aan,’ zei mijn kleinzoon. ‘Wacht even.’ Hij holde uit beeld en kwam even later terug met zijn gereedschapskistje. In een mum van tijd zaten er vleugels aan mijn rolstoel. ‘Zie je wel dat we kunnen gaan?’ Aldus vlogen wij naar Mars waar we op onderzoek uitgingen tot aan het moment, vrij snel, dat mijn kleinzoon genoeg had van het onderzoeken en de rolstoel transformeerde in een racewagen.
Racen
‘Je moet mee naar buiten komen, Oma,’ zei hij en voegde daad bij het woord door de laptop in zijn handen te nemen en ermee naar buiten te gaan. Ik had hier weinig in te brengen en werd meegesleept. Eenmaal buiten kreeg ik een vermoeden wat hij wilde gaan doen. Mijn kleinzoon liep naar zijn elektrische motor, zette zijn helm en beschermers op, plaatste de laptop op een boomstam en riep: ‘We gaan racen, Oma. Wie het eerste weer terug is bij de laptop. Eén … twee … drie, en weg was hij, ook uit beeld. Toen hij even later weer terug was, kreeg ik een standje. ‘Je moet wel je best doen, Oma. Je moet sjezen, net zoals “Seef met de sjees.” Vragend keek ik hem aan. ‘Dat boekje wat je mij voorlas toen je nog hier woonde, ben je dat ook al vergeten, Oma?’ Hij rent naar binnen en komt een moment later met het boekje aan. ‘Kijk, dit is Seef. Weet je het nu weer? Seef zit ook in een rolstoel en dat is zijn sjees die zelfs kan vliegen.’ Hij bladert door het boek en ik zie de schitterende illustraties van Hélène Jorna en de prachtige zelf- en voorleestekst van Rian Visser. Hij legt het boek neer en zegt: ‘Nu moet jij gaan sjezen, Oma en oefenen. Ik zal je helpen. Hij start de motor en is er alweer vandoor.
Ik blijf achter op de boomstam en bedenk hoe trots ik ben op een kleinzoon die geen beperkingen, maar juist mogelijkheden ziet.
Voor beginnende lezers. AVI E3/M4. Thematitel Kinderboekenweek 2025.









