Interview Rob Koops & Maruga Koops

Door: Wendy de Bert

Oerbloed is het schrijversdebuut van Rob Koops en het heeft hem direct met veel succes de kinderboekenwereld ingeslingerd. Hij heeft een dynamische aanwezigheid op de socials, heeft door zijn vriendelijke persoonlijkheid een hoge gunfactor en is naast schrijver ook te beschouwen als leesbevorderaar. Met het Oerbloed minimuseum bezoekt hij scholen, waar hij kinderen én leerkrachten weet te enthousiasmeren voor zijn boeken. Oerbloed is nog maar het begin, want Rob Koops heeft nog véél meer schrijfplannen. Deels samen met Maruga Koops, die voor de Oerbloed-trilogie naast de omslagen ook de paginavullende illustraties maakte én van grote invloed was op het verhaal en het schrijfproces. De twee zijn niet alleen getrouwd, maar zijn ook creatief partners bij het maken van boeken.

Oerbloed – dit gebeurde in De Raadselbreker en De Schaduwsluiper

De Oerbloed-trilogie begint bij de ingetogen Obbe, die bij toeval het Zevende Boek vindt. Wijsgeleerde Gundahart ziet in Obbe de langverwachte Raadselbreker, die de geheimen van het boek zal oplossen. Obbe krijgt de opdracht het mysterieuze boek naar het noorden van Norgië te brengen. Darja, die door Obbe van de verdrinkingsdood wordt gered, sluit zich bij hem aan. En zo begint een enerverende queeste, waarbij ze niet alleen vriendschappen sluiten maar ook dreigende vijanden tegenkomen. Ze verdwalen in het Teleurwoud, maar weten daaruit te ontsnappen. Na de nodige uitdagingen bereiken ze de Vallei des Doods, om het Zevende Boek veilig aan prins Jurriaan te overhandigen. Maar Rafenna houdt hen tegen. Obbe zit gevangen in de hoofdstad Bleydestede, terwijl Darja zich aansluit bij het Leger der Verschoppelingen. Het lukt Obbe om het belangrijkste geheim van het Zevende Boek te ontrafelen. Obbe weet met behulp van Darja te ontsnappen. Lukt het Obbe en Darja om het Zevende Boek in veiligheid te brengen én de raadsels van het boek verder te doorgronden?

Het derde en laatste deel van de Oerbloed-trilogie, De Leugenvanger, ligt inmiddels in de winkel. Met de voorspelling uit het Zevende Boek reizen ze terug naar de Boekenburcht, in een poging meer antwoorden te vinden. Hierdoor komt er een einde aan de verhalen over Obbe en Darja, hun wolfhond Bliksa en de Middeleeuwse wereld Norgië. Hoog tijd om met schrijver Rob Koops en illustrator Maruga Koops te praten over de indrukwekkende Oerbloed-trilogie: hoe is Oerbloed ontstaan en hoe verloopt de samenwerking tussen het echtpaar?

De Oerbloed-trilogie is een uitgebreid verhaal met veel personages en een goed uitgewerkte setting. En dan heb je er ook nog een complete mythologie omheen gecreëerd, over het ontstaan van de mens en het land. Hoe is dit boek, zo uitgebreid en gedetailleerd, tot stand gekomen?

Rob: Het is begonnen tijdens de coronaperiode, voor ons allebei eigenlijk.
Maruga: Het was eigenlijk al ver daarvoor, dat je met het idee rondliep. Alleen hadden we in de coronaperiode ineens veel tijd. Onze jongste dochter zei: je hebt het de hele tijd over dat verhaal, maar nu heb je de tijd om dat boek echt te gaan schrijven. Geen excuses meer om het niet te doen.
Rob: Het idee lag er al even, al zeker 5 jaar. En het was al veel meer dan een idee. Maar steeds stoppen, doorschrijven, niet afmaken. Ik zat vaak vast en was druk met werk of andere dingen. Toen was het nog niet eens Oerbloed: het heette eerst Oerland.
Maruga heeft in coronatijd ook veel geïllustreerd, geoefend. Heel veel onlinecursussen gevolgd.

Was het dan vanaf het begin al duidelijk dat jij de illustraties zou gaan doen?

Maruga: Nou, Rob zei meteen: dat kan jij, die illustraties. Maar ik had in eerste instantie twijfels. Want ik illustreer eigenlijk voor een jongere doelgroep en maak veel wenskaarten. Altijd wat meer schattige karakters, wat ronder en kleurrijker. En dit moest natuurlijk allemaal wat donkerder. En voor een oudere doelgroep. Dus ik had zoiets van: ik weet niet of ik dat wel kan. Misschien wordt het niet mooi, misschien wil de uitgever het niet. Ik weet niet of ik het wel leuk vind. Dus ik had wel allerlei vragen. Maar Rob had vertrouwen. En ook de uitgever [Harper Collins, red.] vroeg in een later stadium: kan Maruga de illustraties niet maken?

Rob: Toen de uitgever ook met het idee kwam, dachten we: laten we het gewoon proberen. Maruga zou een illustratie maken en die gaan we met elkaar bekijken. Vindt Maruga dat het goed gaat, en vindt ze het leuk om te doen, dat is het belangrijkste natuurlijk. Uitgever, Maruga en ik moesten alle drie tevreden zijn. En als één van ons drieën zou zeggen, nou nee toch niet, dan zouden we stoppen. Zo eerlijk moet je ook kunnen en durven zijn naar elkaar.
Toen heb jij een illustratie gemaakt van het Teleurwoud.

Maruga: Ja, een grote spread met een nevelgeest.

Rob: Dat was de eerste en meteen heel erg mooi. Het raakte precies de kern van het boek. Je ziet de personages wel, maar niet in het gezicht. Het is mysterieus, het is een donker bos, er zweeft een nevelgeest. Bestaat-ie wel, bestaat-ie niet? Toen zijn we vanaf daar verder gegaan. Dan is het heel luxe, de illustrator in huis te hebben. Want we hebben echt ook allemaal dingen uitgeprobeerd.

Maruga: In de eerste instantie heb ik ook wel wat meer spot-illustraties geprobeerd. We dachten, dan doen we ze gewoon her en der, ik heb een zwaard getekend en een gang met een schedel. Maar we hadden allebei meteen: dit is het eigenlijk niet. Die illustratie van die nevelgeest was juist heel tof. Misschien moeten we alleen maar voor spreads gaan.

Rob: En dat gaat natuurlijk in een overleg met de uitgever. Met elkaar kwamen we tot het idee: misschien zijn spreads mooi, omdat we dan gewoon kunnen uitpakken met twee pagina’s zwart-wit illustraties. Want dat was wel meteen duidelijk dat het zwart-wit zou worden. Enerzijds kost dat natuurlijk minder, maar anderzijds vonden we het ook sferisch mooier. Hierdoor kon je het gewoon wat spannender maken, wat mysterieuzer en meer met licht en donker werken.

Heeft de uitgever verder nog veel invloed op de illustraties en het beeld dat je creëert?

Maruga: ik vind dat de uitgever altijd wel heel goed luistert naar wat wij vinden en wat wij denken. Dan kijken ze mee en zeggen het ook eerlijk als ze het niks vinden. Maar we hebben veel vrijheid vind ik.

Rob: Een mooi voorbeeld is ook de cover van De Schaduwsluiper. De schets die we daarvoor hadden gemaakt was in eerste instantie veel donkerder. Daarvan zei de uitgever: het is natuurlijk wel een kinderboek. Je ziet meteen een hele donkere cover. En dan ga je met elkaar in overleg: hoe dan wel, wat werkt beter, wel kleuren? En ik moet zeggen dat de uiteindelijke versie mooier is, in de zin: het is beter passend bij het verhaal. Goed om door een uitgever te worden aangescherpt. En ik laat het in klas ook altijd zien: de schets, de ontwikkeling. Het is leuk om te laten zien dat je die eerste schetsen nodig hebt om het eindresultaat te maken. Dat je die stappen soms nodig hebt om tot inzicht te komen.

Maruga: Soms heb je als illustrator iets gemaakt waarvan je denkt: wauw, dit is heel gaaf. Maar dat iemand dan zegt: ‘Ja, maar…’. In eerste instantie denk ik dan: nee, nee, ik vind het echt heel mooi zo. Dan blokkeert heel even iets in mezelf. Maar dan ga je toch door. Uiteindelijk komt er dan toch iets mooiers uit dan je had verwacht. En dat vind ik achteraf heel erg leuk.

Hoe zijn jullie bij uitgeverij Harper Collins terechtgekomen? En als beginnend schrijver meteen met een trilogie!

Rob: Ik kreeg eerst allerlei afwijzingen. De eerste versie bestond uit wel 7 of 9 perspectieven. Die versie had ik koud opgestuurd naar allerlei uitgevers en dan kom je op de zogenaamde “slush pile” terecht. Na meerdere afwijzingen had ik inmiddels contact met Harper Collins. Ik had het verhaal door schrijfcoach Inge van der Krabben laten lezen. En zij zei: “Als ik het goed vind, dan stuur ik het naar mijn uitgever op. En als ik het niet genoeg vind, dan zeg ik het ook eerlijk.” Ik heb haar ingehuurd om mij te coachen, om het verhaal beter te maken. En toen heb ik een versie geschreven met alleen het perspectief van Obbe. Er waren twee uitgevers geïnteresseerd, ik heb gekozen voor degene waar de grootste klik mee was. Eerst het contract voor deel 1 getekend. Meteen wel aan de slag gegaan met het tweede deel. Deel 3 zat ook al in mijn hoofd. We zijn er vol voor gegaan om van Oerbloed een succes te maken. Dat is gelukkig gelukt en ik kon door met schrijven van deel 2.

Het eerste deel, De Raadselbreker werd vanuit het perspectief van Obbe geschreven. Maar in het tweede deel ben je stiekem teruggegaan naar meerdere perspectieven. Moest je de uitgever daar nog van overtuigen, of groeide dat vertrouwen op natuurlijke wijze?

De uitgever wist niet of het wel zo’n goed idee was om het aantal perspectieven uit te breiden. Maar mijn redacteur vond het wel een goed idee en was daar vrij relaxed in. En sowieso merk ik op scholen dat meerdere perspectieven geen probleem is voor kinderen.
In deel 2, De Schaduwsluiper, komt het perspectief van Darja erbij. In die zin is het niets nieuws: Darja kennen we al uit deel 1, alleen zitten we nu in haar hoofd.
In deel 3, De Leugenvanger, heb ik het perspectief van nog twee personages erbij gedaan, waarvan één een nieuw personage.

En je hebt de wereld waarin Oerbloed zich afspeelt, Norgië, uitgebreid. Aan het begin van de drie boeken staat een hele mooie kaart van Norgië, eveneens gemaakt door Maruga. Maar in De Leugenvanger is er nog een extra kaart aan het verhaal toegevoegd van Droogwaerd, de plek waar Darja vandaan komt.

Rob: Een nieuw perspectief erbij, dan is het ook leuk en verrassend om de wereld van Droogwaerd erbij te nemen. Samen kwamen we op het idee van de kaart, hoe Droogwaerd eruit moest komen te zien. Tijdens het maken van de kaart ontstonden nieuwe namen, nieuwe delen van Droogwaerd. En die leverden weer nieuwe termen op die in het boek terecht zijn gekomen. Dat had ik daarvoor niet zo bedacht. Leuk hoe de illustraties weer de tekst voeden.

Met de uitbreiding naar Droogwaerd maak je de wereld groter én krijg je meer te weten over Darja en haar achtergrondverhaal.

Rob: ja, in het verhaal kon ik Darja niet meer terugkrijgen op Droogwaerd. Dan had ik een flashback moeten doen, maar toen dacht ik: ik moet een perspectief op Droogwaerd hebben. We komen daardoor indirect meer over Darja te weten en zo komt de plek Droogwaerd ook een beetje tot leven.

Het derde deel heet De Leugenvanger – net als bij de eerste twee delen een woord dat uit jouw fantasie is gekomen. Was het al meteen duidelijk dat het derde deel hierover zou gaan?

De term is eigenlijk pas ontstaan in een vrij laat stadium, toen ik al aan het schrijven was. Ik heb lang geworsteld met de titel. Het boek zou eigenlijk De Wijsgeleerde gaan heten, maar dat was een bestaand woord. Ik heb hele lijsten met titels gemaakt. Het moest dus net zoiets als De Raadselbreker en De Schaduwsluiper worden, iets wat afgesloten is en niet bestaat.
De Leugenvanger werd een steeds groter deel van het verhaal. Nadat de eerste proeflezers het boek hadden gelezen, heb ik de term ‘Leugenvanger’ nog meer aan het verhaal toegevoegd.

In de vorige delen heb je ook al actuele en sociale problematiek verweven in het verhaal. Zoals de rol van mannen versus vrouwen en gelijkheid binnen een samenleving. Met De Leugenvanger ben je verdergegaan met die maatschappelijke thema’s.

Er zijn veel meelezers die bij personage Bar Melo Bar vergelijkingen zagen met actuele politieke figuren. Er zit ook zeker een knipoog in naar de actualiteit, zoals Bar Melo Bar die de naam van een zee verandert.
Ik heb geprobeerd om het omgaan met leugens in het verhaal te verweven, hoe belangrijk het is om de waarheid te blijven zoeken en ook dat je mag twijfelen over de waarheid. En hoe stellig mensen zijn, als ze zeggen te weten hoe het zit. Dat je daar vraagtekens bij mag zetten. Ik ben oprecht benieuwd of scholen en lezers die zwaardere thematiek herkennen, van het vinden van de waarheid en het omgaan met leugens. Ik hoop dat het voor scholen ook een ingang is om met elkaar in gesprek te gaan. En uiteindelijk hoop je natuurlijk, dat je met het schrijven de wereld ook een beetje beter maakt.

Je hebt zo’n uitgebreide wereld gecreëerd met Oerbloed en er zo lang aan gewerkt. Het lijkt me heel moeilijk om dit los te laten. Hoe is dat nu voor jou, nu de trilogie is afgerond?

Rob: Als ik zeg dat ik er klaar mee was, klinkt het negatief. Maar ik bedoel het meer positief. Op een gegeven moment is het verhaal ook af. Ik heb het idee dat ik wat ik hier heb willen vertellen, heb verteld. En ik vind het einde, een soort epiloog eigenlijk, heel bevredigend. En ik moet zeggen dat het juist ook heel inspirerend is om in een hele andere setting in een nieuw verhaal te zitten. Dus het is ook heilzaam om dat te doen, omdat je dan ook weer helemaal loskomt van Oerbloed.
Kinderen op scholen stellen vaak die vraag: komt er nog een deel vier? Er komt sowieso geen vierde deel. Maar als ik hiermee ooit verder zou gaan, dan zou het eerder een prequel worden. Dan zou ik niet meer terugkomen bij Obbe en Darja, maar het verhaal bijvoorbeeld 400 jaar eerder laten afspelen.

Maruga. Het is wel grappig, Rob heeft het de afgelopen jaren alleen maar over Oerbloed gehad thuis. Altijd een stukje voorlezen, de kinderen het laten lezen. En hij is nu met een nieuw boek bezig en daar gaat het nu de hele tijd over. Ik zei onlangs nog: “Ik mis Obbe en Darja!”

Kun je alvast een tipje van de sluier oplichten van het volgende boek?

Rob: Dit jaar komen twee toneelleesboeken uit bij uitgeverij Zwijssen: De Complotgrot en De Eeuwige Stroopwafelmachine. Heel erg leuk om te doen en het heeft mij aangescherpt bij het schrijven van al mijn dialogen. Ik moet zeggen dat ik bij De Leugenvanger losser ben geworden bij de dialogen. Meer grapjes, maar ik heb ook meer gespeeld met de innerlijke dialoog.
Nu ben ik volop bezig met De Tijdkijker. Het wordt een spannend boek over tijdreizen en het speelt zich af rondom Castellum Hoge Woerd ten tijde van Keizer Hadrianus in het haar 122. Het is een verhaal over vrijheid, verraad en vriendschap. De Tijdkijker staat gepland vóór zomer 2026 en zal ook worden uitgegeven HarperCollins en is bedoeld vanaf groep 7/ 8.

Ga jij ook weer de illustraties verzorgen voor dat volgende boek, Maruga?

Maruga: Ja zeker! Zin in. De komende tijd gaan we brainstormen. Maar ik ben eerst bezig met andere leuke projecten en allerlei nieuwe technieken aan het uitproberen.

Heb je dan wat meer vrijheid om in jouw vertrouwde, kleurrijke stijl te werken? Of ben je daarin nog zoekende?

Maruga: Ik vind het heel leuk om verschillende materialen te werken. Bijvoorbeeld verf, potloden of druktechnieken. Ik begin altijd met schetsen in een schetsboek met potlood, ik ben dan vrijer wanneer ik digitaal werk. Toen ik aan Oerbloed begon, vond ik dat wel spannend. Maar ik hou wel erg van afwisseling. En om verschillende technieken te gebruiken, zoals in het boek In de kleur van de zon. Daarbij heb ik met kleurpotlood gewerkt, bijna niet digitaal.

Liggen er nog andere projecten in het verschiet?

Rob: De Raadselbreker, het eerste deel van Oerbloed is één van de thematitels van de Kinderboekenweek.
En Maruga en ik hebben ook het idee om samen een voorleesboek te maken. En dan kijk je ook meteen: goh, welke stijl zou daarbij passen? Dan is het heel leuk om te kijken wat bij het verhaal past. Illustraties en verhaal groeien dan samen tot één geheel.

Maruga: We hebben nog volop plannen. In het najaar begin ik met het illustreren van een voorleesboek voor Volt!

 

De Leugenvanger

De Leugenvanger

ISBN 9789402717792

320 pagina’s

Prijs: € 19,99

Kopen bij Libris
De Leugenvanger

De Leugenvanger

ISBN 9789402717792

320 pagina’s

Prijs: € 19,99

Kopen bij Libris