Lichtvoetig door de kunstgeschiedenis

Door: Adri Altink

De eerste Wereldtentoonstelling vond in 1851 plaats in het Crystal Palace in Londen. Sindsdien zijn er zesendertig gevolgd over de hele wereld (dit jaar in Osaka in Japan). Aandachttrekkers zijn niet alleen uitvindingen of nieuwe technieken, maar ook cultuur en kunst.
Schoonmakers hebben met de beste bedoelingen meerdere keren kunst ongedaan gemaakt. Zo poetsten zij eens het werk Fettecke (vette hoek; een stuk boter dat langzaam langs een muur naar beneden gleed) weg.
Voor kunst die op een andere manier wegraakt hebben we tegenwoordig de detective Arthur Brand die verdwenen werken weet op te sporen.
Het zijn zomaar drie voorbeelden van nevenaspecten van kunst die worden beschreven in 321 Superslimme dingen die je moet weten over kunst van Mathilda Masters, weer in samenwerking met illustratrice (en vormgeefster) Louize Perdies.

Hun boeken beginnen een imposante serie te worden. Ze bestaan uit korte teksten over de meest uiteenlopende onderwerpen. Van de titels beginnen er vijf met ‘321 superslimme dingen die je moet weten over …’ Drie andere zijn met 123 of 77 dingen wat dunner, maar hebben wel dezelfde opmaak en opzet. Ze gaan over wat je moet weten voor je dertien wordt, dieren, geschiedenis, wetenschap, natuur, klimaat, liefde en seks en wonen. En nu is er een nieuw deel over kunst.
De verzameling maakt des te meer indruk omdat alle teksten vloeien uit het toetsenbord van één en dezelfde auteur, die zich flink ingelezen moet hebben in die verscheidenheid van onderwerpen.

Rondgang
Ook het boek over kunst heeft weer 321 tekstblokken van een halve of (meestal) hele pagina over één kunstwerk of -thema. Ze hebben voor het overgrote deel een anekdotisch karakter maar bieden al bij al wel degelijk een brede en informatieve inkijk in hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis.
Alles is ondergebracht in vier hoofdstukken met de duidelijke titels: Wat, Wie, Hoe en Waar. Het eerste beschrijft vormen van kunst van het beschilderen van het lichaam 200.000 jaar geleden in Soedan tot een (tijdelijk) fresco van de Belg Luc Tuymans dat tot afgelopen mei te zien was in het Louvre. In het tweede gaat het over individuele kunstenaars, mecenassen, verzamelaars, handelaren enzovoort. Materialen en technieken zijn het thema van hoofdstuk 3 en het laatste maakt een rondgang langs plekken (musea, landschappen, gebouwen en academies) waar kunst te zien is of wordt gemaakt.

Maier
Masters is een enthousiaste en lichtvoetige vertelster die kennis paart aan prikkelende bewoordingen.  Dat komt heel vaak al tot uiting in de koppen van de stukjes zoals ‘Winkelen in de woestijn’, ‘De kunst is vooral om niet te vallen’ en ‘Kunst met kevers’. Ze besteedt ook aandacht aan andere vormen dan de usual suspects. Weetje 175 is een mooi voorbeeld: ‘In 2007 kocht John Maloof een doos met 30.000 negatieven op een veiling (…) In de doos zat ook een naam – Maier – maar Maloof had geen idee wie dat was. Tot hij in april 2009 een overlijdensbericht in de krant zag staan: Vivian Maier. Ze bleek een nanny die op de kinderen van rijke gezinnen uit Chicago paste, maar tegelijkertijd voortdurend foto’s nam van het dagelijks leven in de stad; van spelende kinderen; van zichzelf weerspiegeld in etalageramen, spiegels en wieldoppen’. Maloof spoorde via internet meer foto’s op (100.00 tot 150.000) die regelmatig tentoon worden gesteld – ‘beelden die het kindermeisje zelf nooit gedrukt zag’,
Als je dat leest word je nieuwsgierig, maar het is nog eens inlevend en spannend verteld.

Grapje
De kleine tekeningetjes, in zwart/wit en in kleur, van Perdieus vergroten het leesplezier. Het zijn steeds toespelingen op wat Masters schrijft, maar ook vaak miniatuurschetsjes van het besproken onderwerp: het urinoir van Marcel Duchamp, Nighthawks van Edward Hopper en het reuzenbeeld van Ron Mueck dat in Museum Voorlinden te zien is, enzovoort. Je herkent er het oorspronkelijke werk duidelijk in, maar vaak met een Perdieus’ grapje.

Heel jammer is dat in het boek geen registers van namen en begrippen zijn opgenomen. Er worden in de verschillende artikelen wel doorverwijzingen gemaakt naar een ander weetje over hetzelfde onderwerp, maar wie langere tijd door het boek dwaalt krijgt regelmatig de behoefte iets nog eens terug te zoeken: waar stond dat ook al weer? Dan zou je een snellere ingang willen hebben.

Anderzijds: 321 Superslimme dingen die je moet weten over kunst is geen boek dat je achter elkaar moet lezen. Vergelijk het met een grote snoeptrommel. Als je de inhoud daarvan meteen verorbert raak je snel verzadigd. Je zou het eerder kunnen behandelen als een scheurkalender. Elke dag een stukje tot je nemen en daar naar behoefte wat verdieping bij zoeken op internet. Dan hou je na 321 dagen anderhalve maand over om bij te komen. Of opnieuw kris kras door Masters’ kunstgeschiedenis te wandelen.

321 superslimme dingen die je moet weten over kunst

321 superslimme dingen die je moet weten over kunst

Mathilda Masters

Illustrations by: Louize Perdieus

Uitgever: Uitgeverij Lannoo

ISBN 9789020955132

300 pagina’s

Prijs: € 24,99

Kopen bij Libris