Een beroemde anekdote over schrijver Simon Vestdijk – zou zijn naam op scholen nog ooit vallen? – is dat hij zijn stofzuiger aanzette om zich op zijn schrijven te kunnen concentreren; dan had hij in elk geval geen last van overvliegende straaljagers.
Kun je je met lawaai wel concentreren? In Train je Brain gaan Annemarie Venemans en Esther Walraven tamelijk uitvoerig op die vraag in. ‘Totale stilte werkt het allerbeste’ is hun uitgangspunt. Maar echt stil is het nooit: er tikt altijd een klok of je hoort pratende mensen of verkeer: ‘Dan kan muziek soms juist helpen; je wordt dan niet door elk geluidje afgeleid’. Wat Vestdijk (door de auteurs niet genoemd overigens) deed was dus zo gek nog niet. Er bestaan zelfs afspeellijsten op Spotify en YouTube die kunnen helpen. Zoek maar eens op ‘study music’ of ‘beats per minute’ (bpm), tippen Venemans en Walraven. Bij geschiedenis kunnen 50-80 bpm helpen en bij het leren van een taal 100 bpm. Maar dat gaat dan weer niet voor iedereen op.
Sabeltandtijger
Dit soort uitweidingen laten zien dat Train je Brain heel wat genuanceerder is dan een waarschuwing met een opgeheven vingertje. Het boek brengt bovendien zelf in praktijk wat het aan studieadviezen geeft: herhaling. Die zorgt ervoor dat de stof beklijft.
Zo valt op verschillende plekken te lezen dat het stofje dopamine in onze hersenen ervoor zorgt dat we graag snelle beloningen willen. Daartegenover staat de primaire reactie als je ergens geen zin in hebt. Je holt dan maar het liefste weg zoals je in onze vroegste geschiedenis meteen wegrende bij het zien van een sabeltandtijger. Zelfs het beeld van de sabeltandtijger keert een paar keer terug om de tegenkant goed in te prenten: je kunt iets nog eens proberen. Fouten maken is niet erg. Je leert ervan. Lukt het de tweede keer wel, dan zorgt die dopamine juist voor een blij gevoel.
Stampen
Succesvol leren heeft dan ook veel te maken met de werkwijze van de hersenen. Niet alleen omdat ze de opslagruimte van je kennis zijn, maar ook omdat ze voor aan belangrijk deel bepalen of de manier waaróp je leert effect sorteert. Train je Brain opent met een kort hoofdstuk over hoe je hersenen zijn opgebouwd, maar er wordt steeds op teruggegrepen omdat het brein bepaalt hoe je succesvol kunt leren en welke technieken daarbij werken. Lesstof stampen bijvoorbeeld werkt slecht; je hersenen houden er niet van. Maar iets waar je als een berg tegen op ziet in losse stukjes te lijf gaan vergroot de kans op succes en dus beloning waarbij dopamine vrij komt.
Het boek noemt daarnaast veel andere trucjes om succesvol te leren. Dat doet het niet alleen door (duidelijke) uitleg, maar ook door tal van testen, tips en trucs, grappige feitjes en work-outs waarmee je kunt bepalen wat voor type leerling je bent.
Auteur Annemarie Venemans is academisch onderwijsdeskundige en publiceerde met Train je Brain haar eerste kinderboek. Esther Walraven is eveneens wetenschapper, in de gezondheidszorg. Zij schreef al eerder kinderboeken, onder andere over autisme. Beide auteurs slagen er uitstekend in om door hun taalgebruik en vertelstijl te enthousiasmeren en te prikkelen.
De illustraties zijn van Geert Gratama. Ze vertaalt de tekst soms in simpele schemaatjes of zorgt voor komische kleurenschetsjes. Erg grappig zijn bijvoorbeeld de veertig plaatjes van hersenen in allerlei sporthoudingen die op het schutblad zijn afgedrukt.









