Eind 2025 zag ik een bericht over het verschijnen van een boek, Tarda en de Papegaaiengrot, dat bedoeld zou zijn om het gesprek aan te gaan met kinderen over AI en mediawijsheid. Dat maakte mij nieuwsgierig en was voor mij reden om af te spreken met de auteur Hans Hoornstra. Hoornstra is expert in kunstmatige intelligentie en digitale transformatie. Hij publiceerde in 2024 het boek Het Ai van Columbus, dat min of meer onbedoeld ten grondslag lag aan Tarda en de Papegaaiengrot.
Artificiële of kunstmatige intelligentie. Het is voor velen onbekend terrein en daarmee een controversieel onderwerp. Dat is begrijpelijk, maar feit is dat AI bestaat, niet meer weg te denken is en ook veel positiefs kan brengen. Van belang lijkt mij vooral dat mensen die er gebruik van maken dat verantwoord doen, en dus goed geïnformeerd moeten zijn. Dat geldt ook voor kinderen. Ouders en leerkrachten moeten daarom het gesprek met hen aangaan zodat ook kinderen ontdekken wat AI is, hoe het werkt, wat de voor- en nadelen en valkuilen zijn. Zo kunnen zij leren kritisch te kijken naar informatie.
Papegaaiennest
Tarda, de kleine schildpad uit Tarda en de Papegaaiengrot, komt uit haar ei in het nest van papegaaienmoeder Aeria. De kuikens uit de twee andere eieren van Aeria zijn al lang uitgevlogen en Aeria vindt Tarda maar een rare vogel. Gelukkig heeft ze snel door dat Tarda een schildpad is en ze neemt haar liefdevol op: ‘Dit beest was dan wel geen papegaai, maar het was wel háár kind!’

Tot zover is Tarda en de Papegaaienrots een gewoon spannend kinderboek. Kinderen zullen geboeid zijn door het verhaal en de illustraties, maar Hoornstra wil dus dat het boek ook een hulpmiddel zal zijn om met kinderen te praten over mediawijsheid en AI.
Aanleiding voor Tarda en de Papegaaiengrot
Hoornstra vertelt: ‘Ik merkte dat mensen soms moeite hadden om mijn uitleg over de werking van AI te volgen of dat ze dachten “ja, wat kan ik daar nou mee”? Daarom bedacht ik: “leg het eens uit aan een kind”. Zo is Tarda en de Papegaaiengrot ontstaan. In Het Ai van Columbus komt het er in het kort op neer dat ik de werking van AI in het licht zet van vijf semantische ruimtes, vijf ‘plekken’ van betekenis. Die vijf ruimtes zijn de fysieke ruimte, de mentale ruimte, de taalruimte, de digitale ruimte en de AI-ruimte. Dat is theoretisch, maar vormde wél de blauwdruk voor Tarda en de Papegaaiengrot.
‘Mijn doel werd om de werking van AI uit te leggen aan kinderen. Ik wilde een verhaal maken met daarin aandacht voor die vijf verschillende plekken – van de zintuiglijke ervaringen tot AI – op een manier die voor kinderen begrijpelijk is. Maar het moest geen uitlegboek worden, dat werkt niet. Het moest dus een prettig kinderverhaal worden en tegelijkertijd moest de hoofdpersoon die vijf plekken aandoen en verkennen, zodat je het erover kunt hebben.’
Naar school
Als Tarda groter wordt maakt ze vrienden, speelt ze met hen en gaat ze naar school (de taalruimte). Ze kan lezen en schrijven als de beste en juist omdat ze al zoveel beleefd heeft, begrijpt ze heel goed wat ze leest en schrijft:
‘Ze schreef een woord: zee. Ze hoorde het geruis.
Ze schreef zon. Ze kreeg het warm.
Ze schreef thuis. Iets in haar borst lichtte op.’
Op school maakt ze kennis met de mobiele telefoon (de digitale ruimte) en als ze negen is, krijgt ze er zelf ook een. In eerste instantie vindt ze die magisch: ze speelt er spelletjes op en maakt contact met kinderen van over de hele wereld: ‘Ze appte met Igor de IJsbeer die op de Noordpool iglo’s bouwde, en met Guenny de Pingüin van de Zuidpool.’ Maar ze gaat steeds vaker naar korte, nietszeggende filmpjes zitten kijken, blijft de hele dag binnen en raakt helemaal van streek als ze een keer haar oplader kwijt is. Dan maakt ze ruzie met Aeria die haar naar buiten stuurt, waar ze haar grote vriend Orun weer ontmoet. Samen ervaren ze hoe fijn het eigenlijk is om buiten te zijn, om de warmte van de zon te voelen en het waaien van de wind, de zee te ruiken en moe te worden van het ravotten in de branding.
Hoornstra: ‘Met deze verhaallijn probeer ik een ingang te vinden voor het gesprek met kinderen over de mobiele telefoon en duidelijk te maken hoe belangrijk zintuiglijke ervaring is. Ik ben ook een groot voorstander van ervaringsgericht onderwijs, ik geloof dat kinderen te snel de taalwereld ingeduwd worden. Taal is belangrijk, maar zonder die zintuiglijke ervaringen kom je met onderwijs nergens.’
Meester Stocha
Uiteindelijk maakt Tarda met Orun een tripje naar de Echoput en komen we als lezer terecht in de Ai-ruimte. Aeria heeft het Tarda streng verboden om daarheen te gaa
Hoornstra: ‘Ik vergelijk AI met Plato’s grot-allegorie. Die zullen een hoop volwassenen wel kennen. AI zit vast in een “grot van gedigitaliseerde taal” en kent alleen verbanden uit teksten, niet de werkelijke zintuiglijke ervaring. Het zijn “papegaaien” die woorden herhalen zonder de echte betekenis te begrijpen. Wind is … lucht in beweging. Dat is wat de papegaaien antwoorden als Tarda hen vraagt wat wind is. Maar als Tarda daarna vraagt hoe dat voelt, moeten ze het antwoord schuldig blijven.
‘Met dit verhaal van Tarda wil ik kinderen reflectie en bewustzijn bijbrengen, en zorgen dat ze nadenken over technologie, hun eigen ervaringen waarderen en niet blind worden voor de werkelijke wereld.
‘Ik hoop dat het boek een gesprek op gang brengt tussen ouders, leraren en kinderen. We moeten kinderen helpen kritisch te zijn. Niet bang te zijn voor technologie, maar begrijpen hoe ze werkt, en daarbij het belang te kennen van belevenissen, spel en menselijk contact uit de fysieke wereld.’
Tarda geholpen door AI
Ook in de boekenwereld wordt AI beschouwd als een gevaar voor schrijvers, illustratoren en vertalers.
Hoornstra is er bij dit boek duidelijk over: ‘Bij de productie van Tarda en de Papegaaiengrot heb ik zowel bij het schrijven als bij het illustreren gebruik gemaakt van AI. Daar maak ik geen geheim van, al heb ik ook een redacteur ingehuurd die me feedback bij het schrijven gegeven heeft. Voor wat betreft de illustraties: ik ben opgeleid als kunstenaar. Daardoor ben ik bekend met aspecten als vorm, kleurstelling, ruimte, standpunt e.d. en ben ik in staat om nieuwe technologische ontwikkelingen op dit gebied vrij snel te doorgronden en effectief te gebruiken. Zonder die achtergrond had ik nooit de vormgeving van het boek of de illustraties zelf kunnen verzorgen.’
Het is nu aan de lezers of Hoornstra erin geslaagd is om een goed kinderboek te publiceren, en of dat het gesprek zal openen met kinderen over AI en mediawijsheid .

Hans Hoornstra is deskundig op het gebied van kunstmatige intelligentie en digitale transformatie. Hij is o.a. initiatiefnemer van het Net Echt Congres, waar onderwijsprofessionals verkennen hoe Ai op een verantwoorde manier kan worden ingezet.
In 2024 publiceerde hij Het Ai van Columbus.
Hij gaat graag met scholen in gesprek om Ai te integreren in het onderwijs.
Het is de bedoeling om lesbrieven te schrijven bij Tarda en de Papegaaiengrot met achtergrondinformatie voor leraren en ouders waarbij de focus ligt op het openen van gesprekken met jonge kinderen over mediawijsheid











