Wally de woudgeest

Door: Miet De Bruyn

In Het overkwam me gewoon van Wally De Doncker beschrijft de auteur zijn eerste levensjaren vanuit een bijzonder perspectief. Eerst vertelt hij als ongeboren baby vanuit de buik van zijn moeder, vervolgens vanuit het standpunt van een pasgeborene en tenslotte vanuit zijn denkwereld als peuter en kleuter. Het verhaal eindigt bij Wally’s laatste schooldagen als kleuter. Daarnaast zaait de auteur regelmatig twijfel over de aangehaalde gebeurtenissen. Zo gaat het er bijvoorbeeld heel vreemd aan toe als papa de geboorte van Wally gaat aangeven bij de gemeente. De gemeentebeambte is het duidelijk niet eens met de keuze van ‘Wally’ als naam: ‘”Het spijt me. Wally is een woudgeest. Je gaat je kind toch niet naar een woudgeest vernoemen? Een sater? Dat brengt ongeluk.” Plotseling begon hij als een medicijnman te dansen.’ Een gemeentebeambte die danst als een medicijnman: hier krijgt het verhaal een magisch-realistisch trekje.

 Een pinguïn in habijt

De Doncker schetst zijn vier eerste levensjaren aan de hand van een aantal typische gebeurtenissen in een kinderleven: de eerste schooldag, een verhuis, snoep gaan kopen, verstoppertje spelen, bang zijn, leren eten, … Ook de mensen die belangrijk zijn in het leven van kleine Wally komen uitgebreid aan bod: mama, papa, de hele familie, de onthaalmoeder, de buren, de kleuterjuf en de boze directrice van de kleuterschool. De Doncker laat de lezer vaak glimlachen. Na de verhuis naar een andere streek in Vlaanderen, lezen we bijvoorbeeld: ‘Prei was porei en bij ons “pret”, maar de smaak was allesbehalve prettig.’ Over de kennismaking met zijn eerst kleuterjuf lezen we dit: ‘Ik werd verwelkomd door een vrouw die een beetje op een pinguïn leek. Op haar hoofd had ze een grappige kap die opwaaide tegen de wind.’ Op de bijhorende illustratie van Miou-Miou Van den Bossche zie je een collage met daarop een foto van een in het zwart geklede non, met het hoofd van een pinguïn, die minzaam neerkijkt op de kleine Wally.

Het is niet altijd rozengeur en maneschijn in de grote familie De Doncker en ook daarmee wordt de kleine Wally geconfronteerd: ‘Op het einde van de ruzie begon nonkel Freddy te huilen. Omdat hij weer eens spijt had. Maar de volgende dag was hij opnieuw dronken. Het ging maar door. En daarom hing er altijd een wolk van verdriet bij oma en opa.’ De illustratie hierbij maakt de woorden nog ontroerender: we zien een grijze wolk die droevig kijkt en dikke tranen huilt op de kleine Wally, die er beteuterd bijstaat.

 Drie benen

Het idee van De Doncker om te schrijven vanuit de baby, peuter en kleuter die hij was, is grappig en origineel, maar de auteur maakt het zichzelf zo niet makkelijk. De Doncker praat vanuit de leefwereld van een heel jong kind, maar doet dat voor een doelpubliek van negenjarigen en ouder. Dat is een aartsmoeilijk evenwicht om aan te houden en het taalgebruik klinkt soms nogal onnatuurlijk. Bijvoorbeeld als ongeboren baby Wally het heeft over zijn geboorte: ‘Het vruchtwater begon langzaam weg te ebben.’ Of: ‘Nu duwde ik meteen tegen haar bekken.’ Of als kleuter: ‘Je rook de lucht van diesel, maar het bloemenparfum van tante Trijs ging eroverheen.’ Hier klinkt de stem van een volwassene, niet die van de piepjonge verteller en evenmin die van het wat oudere doelpubliek. De taal in dit boek hinkt zo soms op twee benen, of zelfs op drie.

 Knippen en plakken

Wally De Doncker werd in 1958 geboren in Tielt en was oorspronkelijk leraar leesbevordering in de lagere school van het college van Dendermonde. Voor een aantal Belgische en Nederlandse tijdschriften schrijft hij bijdragen over de internationale dimensie van kinder- en jeugdliteratuur. Hij schreef tientallen boeken en zijn werk werd vaak vertaald. In zijn boeken probeert hij kinderen en volwassenen te boeien. Dat geldt duidelijk ook voor Het overkwam me gewoon. De bijzondere zwart-wit illustraties van Miou-Miou Van den Bossche doen het uitstekend bij dit wat magisch-realistische en nostalgische verhaal. Ze bestaan telkens uit een mix van authentiek beeldmateriaal van de auteur, getekende elementen en geknipte delen, die samen unieke, treffende en grappige collages vormen. Misschien wat jammer dat het knappe werk van Van den Bossche aan helderheid en scherpte verliest, door het wat gelige papier waarop het boek gedrukt is. Voor de fans van dit verhaal en dit duo is er goed nieuws. Bij De Eenhoorn verscheen intussen het vervolg: Ik was een ster, waarin De Doncker en Van den Bossche, op dezelfde manier, nu de basisschool-jaren van Wally beschrijven en verbeelden.

Het overkwam me gewoon

Het overkwam me gewoon

Wally De Doncker

Illustrations by: Miou-Miou Van den Bossche

Uitgever: De Eenhoorn

ISBN 9789462917407

88 pagina’s

Prijs: € 17,95

Kopen bij Libris