‘Maak je maar niet te druk,’ zegt meester Pauwel op een hopeloos moment tegen Bries in De macht van Algas, de nieuwste jeugdroman van Marco Kunst. ‘Er is altijd hoop. Als je dat maar onthoudt. Niemand weet hoe de toekomst eruitziet.’
Die toekomst is nu in deze dystopie die zich afspeelt in 2317. Het westen van Nederland is al tweehonderd jaar eerder opgegeven, teruggegeven aan de zee. Er zijn enkele plukjes land overgebleven waar mensen zijn gebleven, zoals op het voormalig Zeeuwse eiland Walcheren. Hier wonen de hoofdpersonages van dit boek, vier tieners met verschillende achtergronden en kwaliteiten: visserszoon Lutijn, Bries met zijn reuzenpaard, Wikke wier vader bij de duinbewaking werkt en Naomi, haar moeder lijkt onder de plak te zitten van slechterik Serpos van het almachtige bedrijf Algas. Algas is de grootste algenkweker van de wereld. Het bedrijf heeft veel macht en lijkt die macht te misbruiken onder andere door bewoners van hen afhankelijk te maken. Er wordt door het bedrijf genadeloos gebouwd: ‘Walcheren verandert van een lieflijk eiland in een troosteloos industrieterrein.’ Velden, akkers en boomgaarden worden bouwrijp gemaakt voor grootschalige algenteelt. De bewoners zullen in algenteeltfabrieken moeten gaan werken.
Vele ingrediënten maken de roman de moeite waard. In drie delen met elk vele korte hoofdstukjes volgen we in vliegende vaart vanuit wisselend perspectief de kinderen en heftige gebeurtenissen in hun leven zoals een allesverwoestende storm en een schijnbaar cruciaal reddend ingrijpen van Algas. Er zijn raadselachtige ontwikkelingen en personages en er is een spannende opstand. Conciërge Wartelman brengt de humor in het boek door zijn zenuwachtige en grappige taalgebruik. Hij spreekt over ‘kappertalisten’ en ‘bonobo’s’ en strooit met oneliners als ‘prijs de bakker niet voor het brood gesmeerd is’ en ‘jij weet waar Achterham de mosterd haalt.’ Illustratrice Eveline Verburg heeft de fraaie binnenwerkillustraties bij de 59 hoofdstukken verzorgd en een mooie plattegrond van het 24e eeuwse Walcheren die feestelijk verrast bij het openslaan van het boek.
24e eeuw
De toekomst wordt in het boek vormgegeven in een combinatie van origineel en angstaanjagend anders en aandoenlijk herkenbaar. Dat maakt het verhaal niet alleen verrassend en origineel maar ook toegankelijk. In de 24e eeuw is veel, zo niet alles AI- en computergestuurd. Er zijn U-bits als betaalmiddel, drones als ‘big brothers’, ‘glijders’ als vervoermiddel voor welgestelden, dogbots (robothonden), luchtschepen, echte reuzenpaarden van tweeënhalve meter hoog en ver weg op Jan Mayen, het bekende eiland in de Noordelijke IJszee, is sprake van een CCF, een ‘Climate Control Facility’, dat weerfronten kan aansturen. Het klimaat kent in deze tijd een maandenlange regentijd en zes á zeven droge weken. De oude kerncentrale van Borssele werkt niet meer, maar moet ook in de 24e eeuw nog beschermd en bewaakt worden opdat er geen dodelijke straling de zee in lekt. De ‘duinvangers’ van bamboestaken en doek lijken daarentegen ouderwets 21e eeuws en de kinderen gaan nog gewoon naar een school zoals wij die nu kennen en zitten in een lokaal waarin de meester hen voorleest en ‘betovert met zijn stem’. Naar de 21e eeuw wordt gerefereerd als het ‘olietijdperk’. Op de zeebodem heeft Lutijn ‘twee platte, rechthoekige dingen met een glazen voorkant en aan de achterkant vier of vijf kleine glazen oogjes’ gevonden. ‘Op de ene staat een plaatje van een appel en op de andere staat het woord ‘Samsung’ […].’
Al met al genoeg redenen voor de jeugd om De macht van Algas te gaan lezen.
Niets is onmogelijk
De dappere kinderen en hun dieren spelen een grote rol bij een opstand tegen Algas. Wikke denkt even verongelijkt dat ze zich als kind in haar passieve rol moet schikken, maar wordt juist doordat zij de lichtste en kleinste is ingezet voor een belangrijke taak. Naomi leert haarzelf en de lezer wijze levenslessen door te vertrouwen op haar intuïtie en haar gevoel te volgen. Lutijn en zijn broertje Toes kunnen communiceren met tuimelaars en bultruggen die hen helpen, Bries heeft Leun zijn reuzenpaard dat hem lijkt te begrijpen ‘bijna alsof het over een geheime wijsheid beschikt.’ Bries leert en verwoordt ook levenslessen. ‘Soms moet je doen wat je moet doen’ besluit hij op een moment. Hij hanteert de mantra van meester Pauwel: ‘niets is onmogelijk – er is altijd hoop’ en hij realiseert zich aan het eind van het boek ‘Geen van allen zijn we grote helden […] maar het is ons toch maar mooi gelukt.’









