Onder de Moken, een volk van iets meer dan 3000 mensen in Myanmar en Thailand, wordt al generaties lang het voorouderverhaal verteld van de Laboon, de gigantische golf die het water van de stranden wegtrekt en alle mensen opslokt.
Toen de wereld in 2004 overspoeld werd door nieuws over een vloedgolf in Azië die meer dan 200.000 slachtoffers maakte, lag het woord tsunami op ieders lip, welhaast als een neologisme. Toch zijn tsunami’s van alle tijden. Dat we dat niet wisten was waarschijnlijk te wijten aan ons eurocentrische denken (de zeebevingen komen hier maar sporadisch voor, zoals in 1908 toen op Sicilië 70.000 mensen omkwamen) maar ook aan ons arrogante denken dat wij heersers over de natuur zijn. De Moken weten wel beter. En met hen de vijfduizend ‘oorspronkelijke volken, zij die er al zijn vanaf het begin. Ze leven in verbondenheid met de natuur op basis van respect en wederkerigheid.
Oorspronkelijk
In haar boek Roots beschrijft Nat Cardozo 22 van die volken verspreid over de wereld. Het totale aantal maakt 5% van de wereldbevolking uit. Ze zijn in de geschiedenis voortdurend bedreigd: hun land en rechten werden geroofd door kolonialisten en nu nog door rijke landen en bedrijven die de bevolking verdrijven omdat er nieuw ontdekte grondstoffen te winnen zijn. Ze werden gedwongen eigen gewoontes af te zweren en vreemde godsdiensten aan te nemen. Maar vooral werden ze beroofd van hun identiteit. Het is een proces dat onder andere gaande is in het verlies van de oorspronkelijke taal. De volken die Cardozo ‘de oorspronkelijke’ noemt spreken nu samen nog 4.000 talen. Volgens de Verenigde Naties verdwijnen die in hoog tempo en is er elke veertien dagen eentje minder.
Natuur
Nat Cardozo (1982) is een Urugayaanse kunstenares en illustrator die zich laat inspireren door de natuur en culturele tradities. Voor het schitterend geïllustreerde Roots verzorgde ze zelf de teksten. Daarvoor raadpleegde ze drie antropologen.
Het begrip ‘roots’ legt ze breed uit; niet enkel als onze persoonlijke stamboom maar als een verbondenheid ‘met al die andere levende wezens en de natuur’.
Alle 22 volken die ze beschrijft krijgen één pagina tekst toebedeeld met daarnaast een paginagroot gezicht van een kind (eenmaal is er een indicatie van de leeftijd: in het verhaal van de Mosuo in China staat de verteller op het punt dertien jaar te worden) van dat volk. Het is versierd met thema’s uit wat ze vertelt over landschap, flora en fauna, culturele uitingen enzovoort. De opzet van de beschrijvingen is steeds identiek. Er is een inleiding waarin de naam van het volk, het aantal leden ervan en de spreektaal worden genoemd. Daarna vertelt het kind over de geschiedenis, gewoonten en de relatie tot de voorouders en de natuur.
Levenslessen
De vertellingen hebben gemeen dat de aarde voor alle volken iets heiligs is. ‘En dat is waar kapitalistische maatschappijen geen oog voor hebben’, schrijft Cardozo. Terugkerende elementen zijn een scheppingsverhaal en eerbied voor en verbondenheid met de voorouders. Van de taal bestaat meestal geen geschreven vorm. Levenslessen worden mondeling aan kinderen doorverteld, maar worden ook weergegeven in kostuums en weefsels: ‘De draden, kleuren en patronen vertellen mythes en legendes die alleen wij kunnen ontcijferen’ zegt het Wayuu-kind uit Venezuela en Colombia. Het kind van de Orang Rimba op Sumatra vertelt over haar band met twee bomen: ‘ze zijn mijn beschermers. Bij de wortels van de eerste, een sentubung, heeft mijn moeder mijn placenta begraven en zo is deze boom voor altijd mijn spirituele broer. De tweede boom, een senggeris, heeft heel hard hout en geeft me kracht sinds de sjamaan (…) een smeersel maakte van de bast en dat op mijn kruin smeerde om zo mijn naam te vinden’.
Schepping
Cardozo geeft ons veel om over na te denken. Voorafgaand aan ons kapitalistische denken en ons idee van heerschappij over de natuur moet er iets geweest zijn dat we gemeenschappelijk hadden. Ook wij hadden behoefte aan een scheppingsverhaal en dat staat helemaal niet zo ver van de legendes van de Inuit, de Anangu, de Bidjogo, de Sami enzovoort. Opvallend is ook dat het getal zeven, dat bij ons zo symbolisch is, eveneens van grote betekenis is bij de Cherokee in Oklahoma en Nort-Carolina. Ze kennen zeven familiegroepen, zeven plechtige ceremonies, zeven kleuren van het universum en zeven windrichtingen. En hoever staat de Zondvloed in de Bijbel eigenlijk af van de Laboon bij de Moken?
We staan misschien toch niet zover af van elkaar als we onze band met de natuur en de aarde weten terug te vinden. Roots van Nat Cardozo is een prachtig en wijs boek om die blik te openen: ‘Misschien is dit het moment om te beseffen dat de natuur in onszelf zit, in en onder onze huid, in onze ROOTS’, schrijft ze tot slot.
Roots is geschreven en getekend met het hart.









