Hoe zet je al die geweldige leerkrachten in het zonnetje? Iedere dag in de weer met spelling, rekenen en aardrijkskunde. Iedere dag klaarstaan voor alle kinderen uit de klas. Edward van de Vendel weet met Juf je bent geweldig maar precies hoe hij alle juffen en meesters moet eren. In deze derde 12 ½-dichtbundel gaat het over herkenbare ervaringen op school. Ruim twaalf gedichten met ieder een unieke kijk op het onderwijs, met alle emoties en ervaringen die erbij horen. Gedichten over lievelingetjes en invaljuffen, over afscheid nemen en leren en over rekenen en spelen. De dichtbundel is voorzien van sfeervolle en speelse illustraties van Saskia Halfmouw.
Schilderen met woorden en humor
De serie van 12 ½ gedichtenbundels gaan over één bijzonder onderwerp, met gedichten die ontroeren, humoristisch zijn of een maatschappelijke kwestie aankaarten. Het onderwerp van Juf je bent geweldig maar past perfect bij de stijl en taaltovenarij van Van de Vendel. Zo blijkt uit alle twaalf gedichten, waar hij weer met woorden schildert en veel humor in verwerkt:
‘Meester Daryll,
Jij bent best populair
als stagiar,
ook al wilde je ons een spellinglesje geven
over worden op -air.
Je riep wel dertig keer: “Jongens, luister nou even!”
maar ja, wij didn’t care.’
Een ereplek voor iedereen in het onderwijs
Juf je bent geweldig maar is feest van herkenning voor iedereen die in het onderwijs werkt. En dan ook echt iedereen, want deze bundel gaat niet alleen over juffen en meesters. Van de Vendel heeft aan alle medewerkers binnen een school gedacht en hen de hoofdrol in een gedicht gegeven. Zoals de stagiair met zijn spellingles en de invaljuf met de lange naam. Maar ook die meester van vroeger waar je vol nostalgie aan terugdenkt. En Sjon, in een gedicht vol dankbaarheid en respect voor alle conciërges.
Ook de kansen die hij voor het onderwijs ziet, gaan Van de Vendel niet uit de weg. Zoals in het gedicht ‘Minilandjes’, waarin hij een mooie parallel schetst tussen onderbelichte onderwerpen en kinderen die niet opvallen. Hij gebruikt positiviteit en kinderlijke nieuwsgierigheid om met een kritische noot naar het onderwijs te kijken. In zijn woorden weet hij harde kritiek te vermijden, maar neemt suggesties voor verbeteringen en verpakt die op subtiele wijze in een gedicht:
‘Juf, waarom moeten we eigenlijk altijd
naar de rijken kijken,
naar de stoeren,
de sterken?
Het is toch veel belangrijker
om dat wat klein is
op te merken?’
Spelende kinderen en bevlogen leerkrachten
Evenals in de vorige twee bundels, is Van de Vendel bij Juf je bent geweldig maar de samenwerking aangegaan met een getalenteerde illustrator. Eerder verzorgden Martijn van der Linden en Philip Hopman de tekeningen, ditmaal is het de beurt aan Halfmouw. En wat een geslaagde samenwerking is het weer! De dynamische, sfeervolle illustraties van Halfmouw passen fantastisch bij het onderwerp onderwijs. Ze weet spelende kinderen, eigenwijze juffen en bevlogen meesters net zo goed in beeld te brengen als de zwaardere onderwerpen zoals pesten en het onderwijs in vroegere tijden.
Met deze derde 12 ½ gedichtenbundel is het duidelijk dat Van de Vendel een geslaagd concept heeft neergezet. De serie werkt: de dichtbundels staan vol met gedichten die raken en die je doen lachen. Goed om te zien dat er ook volop aandacht is voor de tekeningen. In Juf je bent geweldig maar krijgt Halfmouw alle ruimte om haar talent en creativiteit tentoon te stellen. Het vierde deel van de 12 ½ gedichtenbundels is ook al aangekondigd en zal tekeningen bevatten van Marije Tolman.











