Hele dagen zwerft Kat, in gezelschap van haar trouwe hond Beest, door de stad. Ze is het gewend om alleen te zijn: haar ouders bekommeren zich niet om haar, van school is geen sprake, broers of zussen heeft ze niet. Maar als haar oom Roemer overlijdt, zet dat van alles in werking. Deze oom, die ze nauwelijks kende, blijkt zijn huis te hebben nagelaten aan Kat en haar ouders. En niet zomaar een huis, maar een huis als een museum, vol allerlei interessante objecten. Tussen al die wonderbaarlijke dingen vindt Kat ook een doodgewone kiezel. Ze neemt hem mee en vergeet hem, tot hij op magische wijze om haar aandacht begint te vragen. Ondertussen ontmoet ze een mysterieuze man die gitaar speelt op haar ooms graf, een onbevreesde jongen vol ideeën en een half meisje vol energie. Het is het begin van een avontuur dat Kats leven zal veranderen.
Ruim baan voor het avontuur
Er is geen ontkomen aan: vanaf de allereerste pagina van Kiezel zitten we in Kats wereld. Het is een wereld zonder auto’s of mobieltjes, waarin school niet genoemd wordt en een kind dagen over straat kan zwerven zonder dat iemand ingrijpt. Die tijdloze setting geeft het verhaal vanaf het begin iets sprookjesachtigs en maakt dat het avontuur ruim baan kan krijgen. Vanuit kleine spannende speldenprikjes bouwt Bouwien Jansen dat avontuur uit: waarom denkt Kat bijvoorbeeld de zolderkamer uit het huis van haar oom te herkennen als ze daar nooit geweest is? En waarom voelt ze de noodzaak om haar kiezel ‘welterusten’ te wensen voor het slapen gaan, terwijl ze dat eigenlijk heel kinderachtig vindt? Als vanzelf worden we het verhaal ingetrokken, wordt de spanning groter en vallen dingen op hun plek. En dan blijkt het geheim van de kiezel zowel origineel als een tikkeltje schattig. De inlijstwaardige illustraties van Sanne te Loo in zachte kleuren op de cover en de schutbladen – inclusief een plattegrond om vaak naar terug te bladeren – passen er perfect bij.
Onaardig en wantrouwend
Jansen heeft een prettige, lichtvoetige schrijfstijl, en kleurt haar personages geloofwaardig en met diepgang in. Allereerst is daar Kat, die niemand nodig denkt te hebben en niemand vertrouwt. Zouden wij ook niet doen als we altijd alleen onze boontjes hadden moeten doppen. We snappen dus best dat ze de onbevangen Roef die ze bij het huis van haar oom ontmoet eerst wantrouwend en, laten we eerlijk zijn, ronduit onaardig benadert. Dat hij op zijn beurt altijd aardig tegen haar blijft doen, zorgt er niet alleen voor dat hij ons lezers voor zich inneemt, maar uiteindelijk ook Kat. Al geeft die zich geheel in stijl niet in een keer gewonnen; dat ze Roef in eerste instantie een ‘collega’ noemt is al heel wat. En grappig gevonden, dat ook.
Inclusiviteit
En dan hebben we nog Bel, Roefs zus. Dit meisje compenseert haar gebrek aan benen – voor zover dat nodig is – met een enorme daadkracht en energie. Of, zoals Kat zegt, ‘in dit halve meisje zat meer kracht en lef dan in de meeste hele mensen.’ Haar opmerking dat er ‘niks, maar dan ook helemaal niks’ zielig is aan dit meisje is eigenlijk overbodig; dat spreekt uit alles wat we over Bel lezen. Net zo inclusief schrijft Jansen over de liefde tussen twee mannen – dat de buitenwereld die inclusiviteit allesbehalve deelt, is een mooi onderdeel van de intrige. De enigen die een beetje uit de toon vallen naast al die genuanceerde personages van vlees en bloed zijn Kats inhalige, harteloze ouders. Nogal karikaturaal neergezet doen ze grappig genoeg vrij kleurloos aan, vergeleken met de rest van de cast. Hoe ze verschillen van een personage als Roefs moeder – wél een warme en betrokken ouder – ligt er daardoor iets te dik bovenop.
Verkeerde keuze
Gaandeweg het verhaal komt Kat erachter dat er in haar familie een groot geheim leeft. Een geheim waar zij het onderwerp – of eigenlijk: het lijdend voorwerp – van is, en dat voortkomt uit de keuzes van bepaalde volwassenen. Dat zo’n keuze met de beste bedoelingen gemaakt kan worden en toch achteraf de verkeerde blijkt te zijn, past in dit genuanceerde verhaal. Net als het feit dat een kind een volwassene aanspreekt op het maken van die keuze, en die volwassene haar daarin gelijk geeft en het goed probeert te maken. Altijd fijn in een kinderboek: een volwassene die het niet per se beter weet. Dat sommige dingen daarbij wel heel makkelijk samenkomen aan het eind van het verhaal nemen we dan graag voor lief.
Een boek om je met een gerust hart aan over te leveren.









