Als rechtgeaarde lezer vind ik het boek altìid beter dan de film, maar daarop is één uitzondering: The Horse Whisperer.  Deze film van en met Robert Redford uit 1998 is gebaseerd op de gelijknamige roman van Nicholas Evans, die verscheen in 1995. Het verhaal gaat over de tiener Grace Maclean en haar paard Pilgrim, die samen een vreselijk ongeluk krijgen en vervolgens aan een lang herstelproces beginnen. De film is opgenomen in de machtige besneeuwde bergen van Saratogo Springs in Upstate New York en in de oneindig weidse landschappen van Montana. Zelfs de beste auteur krijgt deze onbeschrijflijke natuurpracht niet op papier; vandaar in dit geval mijn voorkeur voor de film. Bovendien is het ook een paardenfilm en ben ik gek op paarden.

Een aantal jaren geleden, ontmoette ik Aloïs, een Zuid-Duitse Koudbloed, een boerentrekpaard, een blonde vos met prachtige lange manen en een lange blonde paardenstaart. Na onze eerste paar ritjes in de piste, voelde ik dat paardrijden eigenlijk helemaal niet was wat ik met hem wilde. Waar het mij om ging, was de band tussen ons. Die band kwam er, en hoe. Hij hinnikte van ver als hij mij zag komen en ik was altijd net zo blij om hem te zien. Ik werd zijn Mens en hij werd mijn eigen Grote Vriendelijke Reus. Uren brachten we door in elkaars gezelschap, duidelijk tot groot wederzijds genoegen. Helaas is hij intussen niet meer, maar mijn liefde voor paarden is nu nog onvoorwaardelijker dan ze al was.

Paarden zijn kuddedieren én prooidieren: ze hebben elkaar nodig én oneindig veel ruimte. Ze zijn van nature erg gevoelig en zeer sociaal, maar ook uitermate schichtig. In het wild moeten ze immers altijd op hun hoede zijn voor roofdieren. En wat doen wij? Eerst vangen wij dit schuwe prooidier en vervolgens leggen we op zijn zwakste plek een zadel. Vervolgens gaan we – en de mens is echt wel een roofdier, ook voor paarden – daar dan ook nog op zitten: alsof een paard in het wild zou rondrennen met een wolf op zijn rug. Geen wonder dat paarden zich daar uit alle macht tegen verzetten. Daarnaast zetten wij hen vaak voor het grootste deel van de dag in een kleine box. Paarden, die buiten in de natuur, al grazend elke dag kilometers en kilometers afleggen, zo opsluiten: hoe verzin je het! Geen wonder dat ze daar zenuwachtig en ongelukkig van worden. Als het arme paard toch nog een klein beetje geluk heeft, staat het niet alleen in de stal of in de wei. Een paard kan namelijk absoluut niet zonder de anderen. Liefst heeft hij soortgenoten bij zich, maar met een geit of een ezel als maatje, maak je het ook al blij. En wij veroordelen dit sociale dier vaak tot levenslange eenzame opsluiting.

Voor Aloïs zocht ik een andere aanpak dan de klassieke en zo kwam ik in aanraking met Natural Horsemanship, een totaal andere manier van omgaan met paarden in gevangenschap; een manier die de natuurlijke staat van paarden zo dicht mogelijk probeert te benaderen. Als je het mij vraagt, zouden er trouwens alleen nog vrije paarden moeten zijn, maar helaas vraagt niemand het mij. Bovendien is mijn verzuchting allicht niet erg realistisch. Maar als we deze gevoelige dieren dan toch domesticeren en gevangen zetten, laten we hen dan alsjeblief wel zo goed mogelijk behandelen.

Dat is wat men ook probeert te doen in The Outside of a Horse van Ginny Rorby. Het boek is gebaseerd op waargebeurde feiten en vertelt het verhaal van de 13-jarige Hannah Gale. Haar moeder is recent overleden en haar vader is een Irak-veteraan met Post Traumatisch Stress Syndroom. Het leven van Hannah en haar vader ontspoort behoorlijk, maar geraakt weer op de rails door hun ontmoeting met de paarden van een naburig paardenpension. Voor zover ik weet, bestaat er (nog) geen Nederlandse vertaling van dit erg aangrijpende boek. Maar voor iedereen die van paarden houdt en die bereid is om na te denken over een andere manier van met hen omgaan, is dit boek de moeite die het misschien kost om in het Engels te lezen, méér dan waard.