Doe mee aan de ‘peperkoekenhuisjesinstorttest’!

Door: Iris Kraaij

Ben je fan van sprookjes of denk je juist dat sprookjes niet bestaan? Hoe dan ook De grote boze wolf onderzoekt sprookjes van Catherine Cawthorne is een echte must read. Deze schrijfster kwam op het idee om dit boek te schrijven toen haar kinderen werden voorgelezen door hun opa. Dezelfde ‘onzinnige’ sprookjes die zij als kind hoorde. Het leek haar een goed idee om een boek te schrijven waarin belangrijke informatie over sprookjes wordt onthuld. In het boek kijk je je ogen uit door de kleurrijke illustraties van Sara Ogilvie. Hoe goed haar werk wordt gewaardeerd, blijkt wel uit het feit dat ze kunstwerken heeft mogen maken voor de Engelse koningin en Nelson Mandela. Het boek is vertaald door Johanna Rijnbergen.

Niet de boze wolf, maar de wijze wolf
De Grote Boze Wolf bewijst in dit boek dat er niets klopt van sprookjes en dat hij ‘helemaal-niet-zo-boze wolf’ is. Aan de hand van zes klassieke sprookjes checkt hij met wetenschappelijke feiten wat er klopt van deze verhalen. Het gaat om ‘De drie biggetjes’, ‘Assepoester’, ‘Hans en Grietje’, ‘Jaap en de bonenstaak’, ‘De prinses op de erwt’ en ‘Roodkapje’. Niet al deze sprookjes zijn voor iedereen bekend en dus vertelt de wolf op geheel eigen wijze een beknopte versie van het verhaal. Dit doet hij met veel drama en humor, waarbij de illustraties onmisbaar zijn. De illustraties geven kracht aan het verhaal en laten het verhaal leven. Aan het eind van ieder sprookje laat de wolf van zich horen door te vertellen dat het echt allemaal onzin is. Sla je de bladzijde om dan vind je daar vragen met een wetenschappelijk onderbouwd antwoord. Denk aan vragen als: ‘Welk dier zou je huisje wel omver kunnen blazen?’ ‘Kun je echt glazen muiltjes dragen?’ en ‘Kan een plant echt tot in de wolken groeien?’ Bij een aantal sprookjes wordt het verhaal afgerond met een eenvoudig experiment. Daarvoor heb je spullen nodig die al in huis zijn of die je in de supermarkt kunt kopen.  Bijvoorbeeld bij het ‘De peperkoekenhuisjesinstorttest’, de ‘prinsessenonderbroekgevoeligheidstest’ en een wedstrijdje blazen.

Sprookjes ‘doen’
Elk verhaal laat de lezer in actie komen. Je wordt vanaf het allereerste begin aangesproken door de wolf door middel van een brief. De brief start met ‘Hoi slimmerik’, – dat spreekt iedereen wel aan – , en zet aan tot verder lezen. Het sprookje wordt in het kort verteld maar net even anders dan andere versies van het sprookje, zo wordt een beroep gedaan op wat je al weet van een sprookje. Ook door kritische vragen word je getriggerd om na te denken. De wolf geeft duidelijk zijn mening, wat kan leiden tot instemming of weerstand. En de experimenten laten de lezer ook fysiek in actie komen. Het verhaal nodigt uit tot samen lezen en interactie. Niet alleen kinderen, maar ook volwassenen worden aangesproken, die laatsten op hun rol als opvoeder. De details in de illustraties zetten aan tot kritisch kijken en ook de opmaak zorgt daarvoor. Die is speels, met diverse lettertypen, tekstballonnen en korte, cursief gedrukte stukje tekst. Hierdoor is het voor een kind leuk om ook zelfstandig het boek in te duiken.

Euro-pa-pa en paars haar
Hoewel sprookjes al generaties lang meegaan en soms wat ouderwets kunnen aandoen is dit verhaal helemaal van deze tijd. Er worden ontbijtgranen gegeten, Lego gesorteerd, selfies gemaakt en elektrische gitaar gespeeld. Met een knipoog wordt zelfs het songfestival lied Euro-pa-pa genoemd. Ook zie je zonnebrillen en kleding van nu.  Om de sfeer van een sprookje te behouden is er soms ook voor gekozen om juist te laten zien dat het een verhaal van vroeger is. Zo was een prinses vinden vroeger helemaal niet zo gemakkelijk omdat er toen nog geen internet was. Wat ook van deze tijd is, is de aandacht voor diversiteit. Het glazen muiltje kan iedereen passen dus ook de man met baard in een jurk. De prinsessen hebben haakneuzen en kijken niet heel vriendelijk. Dat is niet bepaald het schoonheidsideaal dat we kennen van sprookjes. Oma heeft een stoer paars kapsel en alle huidskleuren zijn vertegenwoordigd.

Dieren
Niet in alle sprookjes komen dieren voor en toch hebben zij een opvallend grote rol in dit boek. Er komen huis- en boerderijdieren, exotische dieren, insecten en waterdieren in voor. De dieren worden vooral ingezet om het antwoord op een vraag te verduidelijken. Het bed van de prinses op de erwt moet wel zo hoog zijn geweest als twee giraffen op elkaar. En alleen een walvis had het huis van de drie biggetjes om kunnen blazen. De dieren worden ook veel in de illustraties gebruikt zonder dat deze in de tekst genoemd worden. Iedereen mag het glazen muiltje passen dus ook de beer, de kikker en het varken.

Het verhaal is geschreven vanuit de wolf, hij laat de mens een beetje oenig overkomen en zet de dieren in hun kracht. Je leeft helemaal met hem mee. Je herkent zijn gevoelens als het gaat om onrecht, verbazing, vertrouwen, teleurstelling, geluk en plezier.

De schrijfster van het boek vond als kind sprookjes angstaanjagend. Een van de redenen om dit boek te schrijven was dan ook om die angst weg te nemen bij kinderen die er nu kennis mee maken. Met het neerzetten van de feiten, een dosis humor en de grappige illustraties zal haar dat wel lukken.

 

(Kijk op de website van de uitgeverij voor een leesfragment.)

De Grote Boze Wolf onderzoekt sprookjes - Kloppen de 'Feiten' in je favoriete verhalen?

De Grote Boze Wolf onderzoekt sprookjes – Kloppen de ‘Feiten’ in je favoriete verhalen?

Catherine Cawthorne

Translation by: Johanna Rijnbergen

Illustrations by: Sara Ogilvie

Uitgever: Uitgeverij Lemniscaat

ISBN 9789047716730

32 pagina’s

Kopen bij Libris