Wat te doen als je gedwongen bent te verhuizen maar je wilt je huis niet uit? Dan neem je je huis toch gewoon mee! Dat is in ieder geval wat Annie Miller doet, begin 20e eeuw, in landelijk Idaho. Dit waargebeurde verhaal doet Dave Eggers, gelauwerd schrijver van vele boeken voor kinderen en volwassenen, geestig en beeldend uit de doeken in De bizarre verhuizing van mevrouw Millers villa.
Op rolletjes
Annie Miller was de vrouw van de van oorsprong Engelse Henry Miller, die ‘een van de rijkste mannen van Engeland, en van Idaho, en dus ook van beide samen’ was geworden dankzij de aankoop van een zilvermijn eind 19e eeuw bij het stadje Bellevue. Toen Annie en Henry gingen trouwen bouwde hij een prachtige villa voor haar, waar ze een zoontje kregen. Helaas overleed Henry na de eeuwwisseling. En daarna verloor Annie ook nog eens al haar geld door een louche bankier. Om in het onderhoud van haar en haar zoontje te voorzien wilde ze in haar tuin varkens gaan fokken, maar dat bleek wettelijk niet toegestaan in het stadje. Even buiten Bellevue mocht dat wel, maar dan moest ze haar enige bezit – het prachtige huis dat Henry gebouwd had – opgeven. Maar Annie was niet voor één gat te vangen en bedacht een win-winoplossing: ze verhuisde met huis en al. Op boomstammen werd het huis zes kilometer verderop gerold, waar Annie en haar zoontje nog lang en gelukkig leefden.
Nostalgische illustraties
Dit originele feitje uit de Amerikaanse geschiedenis zou voor veel Amerikanen onbekend zijn gebleven als Dave Eggers het niet had afgestoft voor zijn boek, en zonder de soepele vertaling van Marion Everink zouden Nederlandse kinderen er al helemaal nooit van gehoord hebben. En dat zou toch jammer zijn geweest. In de aanloop naar die spectaculair trage verhuizing van een heel huis stipt Eggers op natuurlijke wijze allerlei interessante ‘volwassen’ zaken aan. De zilverkoorts, een bank die failliet gaat – want: ‘dat gebeurt soms met banken’ –, de ‘Oude Wereld’, het wilde westen, waar de luxe villa van de Millers behoorlijk afstak tegen de hutjes en tenten waar de meeste mensen daar toen nog in woonden – zonder de lezer te overvoeren geeft Eggers zo een prachtig kijkje in een stukje van de Amerikaanse geschiedenis. De nostalgische illustraties in sepiatinten van Júlia Sardá, die meer ruimte innemen dan de tekst, passen daar perfect bij. Mede dankzij het formaat oogt het boek als een prentenboek, maar dan eentje die qua onderwerp en taalgebruik meer geschikt is voor een doelgroep vanaf een jaar of vijf.
Ongelooflijk feit
Nergens leest het boek als een vertaling; het kenmerk van een goede vertaling. En hoewel de alliteratie uit de titel (Moving the Millers’ Minnie Moore Mine Mansion) waar Dave Eggers in het boek zelf ook nog mee speelt, begrijpelijkerwijs sneuvelt, wordt zijn lichte, geestige toon mooi behouden:
‘Maar uiteindelijk kwam Annie tot de conclusie dat ze helemaal niet hoefde te kiezen. Ze kon het ene doen en het andere niet laten. Haha, had ik je daar even mooi te pakken!’
Net zo licht en geestig wordt de verhuizing beschreven, die ongeveer de helft van het boek beslaat. Kinderlijk eenvoudig lijkt het als je de illustraties ziet, even je huis op boomstammen zetten en wegrollen, maar de hele operatie neemt wel mooi een maand in beslag. ‘Dit is. Echt. Gebeurd.’ kan Eggers niet genoeg benadrukken. Want het is natuurlijk gewoon een ongelooflijk feit, dat een heel huis met minimale middelen ontworteld wordt en ergens anders weer neergezet. Bedacht door een vrouw die zich niet neerlegde bij een keuze tussen twee kwaden, maar ze wist om te buigen naar iets positiefs.
En daarmee doet het boek meer dan een originele historische gebeurtenis belichten, het laat zien dat out-of-the-box denken loont.









