De twaalfjarige Lucia werkt op een Curaçaose plantage. Samen met onder andere Martinus. Ze zijn tot slaaf gemaakt, moeten hard werken en worden slecht behandeld. Tijdens haar rituele inwijding naar volwassenheid verschijnt een reusachtige hagedis voor haar ogen. Ze moet moed houden en er staat haar een zware opdracht te wachten.
Ondertussen is de plantage-eigenaar streng. Wanneer er hoog bezoek komt, morst Martinus per ongeluk water op het bezoek met straf tot gevolg. Wanneer Tula, die als een vader voor de kinderen is, hen helpt, wordt hij dagen opgesloten in een soort rieten mand zonder eten en drinken. Voor Tula is dit het kantelpunt. Hij komt in opstand. Met behulp van Lucia en Martinus worden boodschappen doorgegeven naar de plantages in de buurt. Er zal een slavenopstand ontstaan onder leiding van Tula.
‘Martinus slikt. Hij aait over het brandmerk op zijn arm. ”Natuurlijk wil ik vrij zijn,” zegt hij. “Maar…” Maar Lucia zegt niets. Ze denkt terug aan het moment dat zij als kind een brandmerk kreeg. Ze schreeuwde het uit van de pijn en viel toen flauw.’
Lucia’s onmacht
De opdracht van Tula wordt verteld vanuit Lucia, een jong meisje dat opgroeit op een Curaçaose plantage rond 1795. De mishandelingen bij de tot slaaf gemaakten en het machtsmisbruik van de plantage-eigenaren worden zo duidelijk beschreven, dat de lezer het onrecht, het gevaar en de onzekerheid van Lucia bijna kan voelen. Zo weet Raven tot in detail te vertellen hoe Lucia zich voelt, wanneer Tula bestraft wordt voor zijn hulp aan de kinderen. Sterk in dit verhaal zijn de onmacht en hopeloosheid van de kinderen maar ook hun onbegrip en angst wordt heel duidelijk. Daarnaast brengt het de lezer die bekend is met de geschiedenis van Tula een verdiepende laag door het waargebeurde verhaal, vanuit een ander perspectief bekeken.
‘”Maar hij heeft een verkeerde keuze gemaakt. Het is oorlog, Lucia, en die winnen we niet met lieve woordjes. Hij was wit”, zegt Martinus. ‘En wit is fout.”’
Historische relevantie
Tula is een belangrijke figuur in de Curaçaose geschiedenis. Door zijn opstand in 1795 wordt hij tegenwoordig herdacht, onder andere met het Tula Museum op Curaçao. Het is waardevol dat Raven zowel het historische als het spirituele in het verhaal verwerkt. Zo krijgt de lezer begrip voor wat er leefde onder de tot slaaf gemaakten – hun verdriet, woede, maar ook hun verzet. Raven laat niet alleen fysieke strijd zien, maar spreekt ook via symboliek en spiritualiteit. De Yoruba Orisha-verschijning in de gedaante van een hagedis, het ritueel van montamentu – dit zijn elementen die het verhaal niet alleen historisch verantwoord, maar ook mystiek maken en het geeft een extra laag.
De opdracht van Tula is geschreven voor lezers vanaf ongeveer 10-12 jaar, maar veegt desondanks de zwaarte van het thema niet onder het tapijt. De taal is helder, de beschrijvingen zijn beeldend zonder te overdrijven. Sommige passages zijn heftig, met scènes van straf, mishandeling en leed die niets vergoelijken. Hoewel deze deels noodzakelijk zijn om de ernst van het verleden te tonen, kan het voor jonge lezers (of lezers die zich sterk met personages identificeren) belastend zijn.
‘”We zullen hén laten dansen”, gromt Miguel. “En wat voor dans…”
“Een dodendans,” knikt Jan.’
Geen duidelijke overwinning
Hoewel Raven het verhaal krachtig afrondt voor Lucia en Martinus, is het duidelijk dat het grotere conflict – de opstand en de nasleep daarvan – niet in alle opzichten een ’opgeloste’ afloop kent. Voor lezers die gewend zijn aan volledige afronding kan dat wat onbevredigend zijn. Maar het reflecteert wel de harde werkelijkheid: er is geen duidelijke overwinning, maar wel een nasleep en herinneringen. Doordat er afgewisseld wordt tussen Lucia’s persoonlijke beleving, spirituele visioenen, anderstalige benamingen, dagelijkse harde realiteit en de onrust op de plantages, kan het tempo soms wat haperen.
‘Lucia kijkt machteloos toe. Vallende mensen. Oorverdovend gekrijs. Het is een nachtmerrie, maar dan één die echt is. Je wordt niet wakker, want je bént wakker.’
De opdracht van Tula is een belangrijke bijdrage aan de jeugdliteratuur over het slavernijverleden. Robin Raven brengt met zorg en durf een verhaal dat enerzijds hartverscheurend is, anderzijds hoopvol – over moed, verzet en menselijkheid. Het boek nodigt uit tot gesprek: over verleden, herinnering, over welke rol je zelf kunt spelen als je getuige bent van onrecht, maar het is ook een morele en educatieve toevoeging.
Verhalen vertellen is het leven vertellen
Robin Raven (1962) volgde de lerarenopleiding en studeerde Theologie en Levensbeschouwing. Hij gaf les op basisscholen en in het voortgezet speciaal onderwijs. Vanaf oktober 2011 is hij fulltime schrijver en verteller, hij schrijft kinderboeken, romans, recensies voor de Beatlesfanclub.nl, columns voor de krant en af en toe teksten voor het Rijksmuseum in Amsterdam.









