In de nacht van de gestolen schilderijen vertelt Martine Gosselink het spannende verhaal van Mies die niks met geschiedenis heeft. Tot ze met haar klasgenootje Amin wordt meegevraagd naar het Mauritshuis, omdat ze een werkstuk moeten schrijven over de geschiedenis. Samen met een paar andere vrienden van hem, die wel geïnteresseerd zijn in geschiedenis, verandert het verplichte museumbezoek in een verhaal over roofkunst en familiegeschiedenissen. Dan blijkt dat geschiedenis helemaal niet saai is. In het museum komen ze een mevrouw tegen, die vertelt dat het schilderij van het schrijvende meisje familie van haar is. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zou dit zijn gestolen. Toch is het niet eenvoudig om het schilderij mee naar huis te krijgen.
‘“Het gaat om dat schilderij waar jullie zojuist naar keken. Dat was vroeger van mijn familie, ik zie het vandaag voor het eerst in het echt.”
Ik hapte naar adem. “Is het geroofd? Dat lazen we net op het bordje dat erbij hangt. Geroofd door de nazi’s.”
“Ja, dat klopt. Het gebeurde in 1942, midden in de oorlog. Ik ben hier voor een afspraak met de conservator van het museum, om hem te vertellen dat het van mijn familie is. We willen het terug hebben.”’
Milo Arts, de directeur, legt uit hoe het werkt in een museum met de aanvragen van werken die geroofd zouden zijn. De groep raakt zo geïnteresseerd dat ze inspiratie opdoen voor de onderwerpen van hun werkstuk. Milo Arts, die over een paar dagen met pensioen gaat, nodigt de jongeren uit om na sluitingstijd naar het Mauritshuis te komen, waar hij ze meer vertelt over de geschiedenis van kunstenaars en de betekenis van kunstwerken. Het verhaal wordt spannend, wanneer Mies een zwarte schim ontdekt die hen volgt door het museum.
‘“Dit is niet wat jullie denken.” Zegt hij met schorre stem. “Jullie denken vast dat ik schilderijen steel. Dat ik een dief ben. Maar het is anders. Omgekeerd.”’
Ervaringsdeskundige
Martine Gosselink is sinds 2020 directeur van het Mauritshuis. Ze is kunsthistorica en kinderboekenschrijfster. Gosselink combineert feiten met fictie. Ze beschrijft hoe rechtmatige eigenaars van gestolen schilderijen die terug opeisen, maar soms is er onvoldoende bewijs dat het ook echt hun schilderij was, en in dat geval wordt het niet teruggegeven.
Gosselink neemt de lezer mee langs cultureel erfgoed, ethiek en kunstgeschiedenis en trekt hem mee het museum in. Het verhaal nodigt uit om naar het Mauritshuis te gaan om de doeken in het echt te ontdekken. Zo verwijst Gosselink naar De stier van Paulus Potter met interessante feitjes over het werk, bijvoorbeeld dat het door Willem V werd meegenomen naar Parijs en dat de Fransen het wilden houden.
Elk hoofdstuk begint met een kleine illustratie van Jeska Verstegen, die in 2024 het Gouden Penseel ontving voor het best geïllustreerde kinderboek. De illustraties bevatten expressieve lijnen in grijstinten. Het sobere kleurgebruik past bij de avontuurlijke, historische sfeer van het boek.
Gevoelige vraagstukken
‘“Jij kan er toch niets aan doen?” zegt ze. “Wat jouw opa deed, is toch niet jouw schuld?”’
Het boek is helder en vlot geschreven, maar vraagt volledige aandacht van de lezer om geen details te missen. Martine Gosselink durft gevoelige vraagstukken te bespreken, die te maken hebben met bijvoorbeeld het Antisemitisme in de Tweede Wereldoorlog. Het gaat meestal om schilderijen die uit huizen van Joodse families werden geroofd. In het boek wordt ook verwezen naar Hitler, die het liefst zijn eigen museum had gehad. Toen hij wist dat zijn einde naderde, had hij alles willen vernietigen, zo staat geschreven in het boek. Doordat dit niet gebeurd is, zijn veel werken bewaard gebleven.
De nacht van de gestolen schilderijen is een spannend boek dat het heden en de geschiedenis samenbrengt. Gosselink bespreekt morele dilemma’s, zoals wanneer je een schilderij teruggeeft aan een nabestaande van de familie of tijdens noodlottige ongevallen, waar hulp bij nodig is.
Daarnaast komt de lezer in een warm bad vol geschiedenisfeitjes, die Verstegen weer ondersteunend illustreert met haar tekeningen. Het boek geeft stof tot nadenken en napraten, over wat een lezer zelf zou doen, bijvoorbeeld bij het teruggeven van het schilderij of wat er had kunnen gebeuren als…









