Wat een plezier moet Philip Bunting hebben gehad bij het schrijven van De meest krankzinnige dieren ter wereld. Op zijn beurt heeft vertaler Robbert-Jan Henkes zich kunnen uitleven op woordspelletjes en grappige taalvondsten. Het is niet mogelijk ook maar één bladzijde in het boek te lezen zonder dat je moet glimlachen of schateren. Als je niet beter weet zou je kunnen denken dat Bunting zijn fantasie heeft botgevierd op niet bestaande dieren. Maar de schroefhoorngeit, de punkschildpad, de macaroni-pinguïn en de plofmier: ze bestaan echt.
Philip Bunting is schrijver en illustrator. Hij verzorgt zijn boeken helemaal zelf. En dat zijn er sinds 2017 ondertussen tientallen. Ze zijn vertaald in 35 talen en de auteur zelf, Engelsman van geboorte, is sinds zijn verhuizing naar Australië in dat land overladen met prijzen. Hij snijdt de meest uiteenlopende onderwerpen aan met een aanstekelijke humor. De schijnwerpers staan doorgaans gericht op de dierenwereld zoals in zijn twee boeken Wild enthousiast over mama’s en Wild enthousiast over papa’s, maar hij publiceert ook de wonderlijkste weetjes over afval, bomen en de oerknal.
In 2022 verscheen in Nederlandse vertaling De meest nutteloze dieren (vertaald door Edward van Vendel). De meest krankzinnige dieren heeft dezelfde opzet als die voorganger.
Priemende ogen
Bunting bespreekt bijna zestig dieren in het boek. Aan elk daarvan worden één of twee pagina’s gewijd. Het gaat om koddig aandoende tekeningen, waarvan opvalt dat de beesten de lezer stuk voor stuk met priemende ogen aankijken. Alsof ze verbaasd zijn over alle aandacht die ze krijgen om hun eigenaardigheden.
Het verhaal van elk dier opent in de kop met de Nederlandse naam met daaronder de Latijnse nomenclatuur. Die is steeds doorgestreept en vervangen door een fantasienaam waarop schrijver en vertaler zich duidelijk hebben uitgeleefd. De wetenschappelijke naam voor de zeeduivel (Pterois volitans) wordt zo in quasi-Latijn ‘zwemlievereeneindjeommius’ en de wombat (Vombatus ursinus) waarvan de drolletjes een kubusvorm hebben krijgt als naam ‘kakkus kubus’.
Vertaler Robbert-Jan Henkes zette ook alle door Bunting gelatiniseerde fantasiebenamingen in zijn eigen potjeslatijn om. De ‘pongus goatus’ (Schroefhoorngeit) in het origineel van Bunting werd zo bij hem de ‘poepistinkii geitus’ en de ‘incognito pincheus’ (Decoratorkrab) vertaalde Henkes als ‘mommus maskeradus’.
De teksten waarin te lezen valt waarom het besproken dier zo bijzonder is zijn dik gekruid met humor, maar toch informatief en serieus. Dat geldt ook voor de met pen geschreven krabbels bij de verschillende organen of ledematen van het dier. Kortom: het boek is fantasierijk, maar niet gefabuleerd.
Hielke en Sietse
De uitleg over de Pauw-bidsprinkhaan, de ‘Coecoeloerus cnalvoorzyncoppus’, bijvoorbeeld begint met: ‘Het is geen pauw. Of bidsprinkhaan. En ook geen kreeft. Maar misschien wel krankzinniger dan alle drie bij elkaar’. Waarna een kernachtige beschrijving volgt van zijn herkomst, zijn voeding en de manier om die binnen te krijgen, en zijn scherpe gezichtsvermogen. De Blauwe pauw, de ‘kippus aanstellerus’, wordt omgeven met penaantekeningen als ‘belachelijke uitslover’, ‘meer staart dan vogel’ en ‘ze krijsen, niet normaal!’. Hilarisch zijn het soort kanttekeningen als bij de Panterkameleon (‘caleidoscopia puilogia’): ‘Heten allemaal Hielke of Sietse*’ met de asterisk erachter als verwijzing naar de toelichting ‘* Geeft niks als je het niet snapt. Daar moet je een kameleon jaar oud voor zijn’.
Dat De meest krankzinnige dieren ter wereld dwars door al die humor heen toch een serieuze ondertoon heeft blijkt uit de afsluitende tekst in het boek dat we van al de krankzinnige dieren in dit kostelijke boek in elk geval één ding kunnen opsteken: hoe belangrijk het voor iedere levensvorm is om zich aan te kunnen passen aan de eigen leefomgeving. Dat geldt ook voor ons mensen: ‘We zijn allemaal op onze eigen manier stuk voor stuk best fantastisch (en ook best een klein beetje krankzinnig)’.
De meest krankzinnig dieren ter wereld is een boek om steeds weer even op te pakken als je wat katterig of stuurs voelt. Je bent er dan zo weer bovenop. En als je alles in het boek gezien hebt begin je gewoon weer opnieuw te bladeren en te snuffelen. Heerlijk.









