Met kinderboeken over de plantenwereld kunnen intussen hele bibliotheekkasten worden gevuld. Toch komen er steeds weer nieuwe. Over die wondere wereld raak je niet snel uitgepraat. Met De plant die aan land krooplegt Casper van der Kooi, bioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen, op zijn manier uit hoe fascinerend het gedrag van planten is. Op een toon van “Wist je dat…?” serveert hij in heel kort bestek allerlei weetjes over planten die de nieuwsgierigheid prikkelen.
Van der Kooij beschrijft in slechts enkele zinnen hoe plantengroei ontstaan is uit de zee, iets waarover trouwens weinig met zekerheid is te zeggen: ‘Was het aan de kust van Bretagne, waar een zeewier vastgeklampt aan een grote kei langzaam droogviel? Of was het ergens in een tropische lagune die langzaam opdroogde? Waar en hoe dit precies is gegaan weten we niet.’
Bladgroenkorrels
De twee woordjes ‘alle leven’ uit de ondertitel Hoe alle leven vanuit de plantenwereld is ontstaan wekken de indruk dat het boek meer beschrijft dan planten. Weliswaar duiken dieren op, maar dan alleen om wat zij bijdragen aan de verspreiding van de plant door hun rol bij de bestuiving of het verspreiden van de zaden. Waarschijnlijk verwijst de ondertitel naar de belangrijkste functie van planten voor de aarde en wat er op leeft. Ze maken zuurstof via (het in de tekst uitgelegde begrip) fotosynthese, iets waar bladgroenkorrels voor zorgen. Die zijn daarmee de belangrijkste fabriekjes op onze aarde.
Voor het overige gaat het boek over een kleine selectie van planten die in de loop van de geschiedenis ontstonden waar in verband met het ontstaan van de soorten iets wetenswaardigs over te vertellen valt: mossen, varens, paardenstaarten en zo verder.
Wieken
De interessantste verhaaltjes gaan over de voortplanting waarvoor in de natuur bepaalde vormen van samenwerking nodig zijn. Zo voorzien ondergrondse schimmels varens van voedingsstoffen en hebben planten in de evolutie soms geniale methoden ontwikkeld om hun zaden te verspreiden. Er zijn bijvoorbeeld zo ontzettend veel eikels omdat veel ervan door muizen, eekhoorns en herten worden opgepeuzeld en die grote dosis nodig is om ook nog nieuwe bomen te kunnen laten groeien; een esdoorn voorziet zijn zaadjes van helikopterwieken zodat ze verder weg kunnen dwarrelen; distels hebben zaadjes met klittenband zodat ze aan dieren vast blijven zitten en zo verder verspreid raken; en paardenbloemen maken de zaadjes zo pluizig dat ze gemakkelijk op de wind meevaren.
Weetjes
De plant die aan land kroop is geïllustreerd door de broer van de schrijver, kunstenaar Rik van der Kooi die zich toelegt op natuurtekeningen. Die zijn met hun verschillende toetsen prachtig. Soms verfijnd, zoals een minutieus geschilderde paardenbloem, maar grof en veegachtig waar dat past, zoals in de weergave van de oerwereld waaruit de planten ontstonden.
Dit nieuwe plantenboek is al bij al niet erg diepgravend en nogal selectief in zijn voorbeelden, maar er staan voldoende leuke weetjes in om de jonge lezer nieuwsgierig te maken naar andere boeken met uitgebreidere verhalen. De bioloog-auteur zal tevreden zijn als dat het effect is van zijn boek.









