Wanneer Abel op een dag wakker wordt, weet hij meteen dat er iets niet goed is. Het is al laat in de ochtend, veel later dan normaal om op te staan. De zon lijkt feller en warmer te schijnen. En het is stil…er is geen rook, geen lawaai, niets wat lijkt op oorlog. Een oorlog tussen de noorderlingen en zuiderlingen. Abel maakt hier deel van uit. Er is een uitgaansverbod en er is geen school. Dreigementen van luchtaanvallen hangen in de lucht, misschien zelfs ook wel met bommen. Het is nog altijd gevaarlijk om naar buiten te gaan.
In het ouderlijke bed treft Abel zijn moeder aan, in de gedaante van een hert. Het beest leek net zo geschrokken als hij en kijkt hem aan met haar diepdonkerbruine ogen. Het waren weliswaar hertenogen, maar de blik was zonder enige twijfel die van zijn moeder. Hij ziet bij haar dezelfde angstige verwarring als die hij voelt.
Een kleine wandeling in de buurt stemt Abel niet gerust. ‘Zijn buurman is een beer geworden. Sluw, onberekenbaar en levensgevaarlijk. Beter dan die slappe zak die hij was.’ Goldewijk neemt geen blad voor de mond, zijn taal is duidelijk en direct. Buurvrouw Mannie kan Abel vertellen dat zijn vader een hond is geworden, wie haar vanochtend al heeft achternagezeten.
Met de uren worden de mensen in een dierenlichaam steeds meer dier, na verloop van tijd blijft er niets menselijks over. De moeder van Abel heeft door dat ze verandert en geeft hem een wijze boodschap mee: ‘Ik wil niet dat je de moed opgeeft. Beloof je dat, Abel? En ik wil dat je weet dat wij van je houden, ook als we dat niet meer kunnen laten zien, of niet meer kunnen begrijpen, of weet ik veel wat.’
Je voelt de eenzaamheid en machteloosheid van Abel, hij is helemaal op zichzelf aangewezen, zonder volwassen of überhaupt mensen om zich heen.
‘Hoi, als je nog een mens bent…’
In zijn zoektocht naar een ander overgebleven mens, vindt Abel een advertentie in de winkel. De opdracht luidt: ‘Ga op zoek naar een verstopte walkietalkie, zoek kanaal 19 en samen gaan we proberen te overleven.’
Dat laat Abel zich geen twee keer zeggen. Hij ontmoet een meisje: Kat (leuk bedacht als je denkt dat Kat ook een dier is). Kat is vijftien jaar, helemaal in het zwart, zélfs haar ogen lijken zwart. Twee kinderen, Abel de zuiderling en Kat de noorderling gaan dit avontuur aan. De oorlog is voelbaar en ze spreken af het daar niet over te hebben. Ze besluiten er voor elkaar te zijn en gaan samen op zoek naar andere overgebleven mensen en de zee, die wil Kat heel graag zien.
Bepakt en bezakt op een Vespa gaan ze op pad, alleen het noodzakelijke mag mee. Onderweg gaan ze winkels en huizen aan om eten te zoeken, verlaten auto’s langs de kant van de weg worden beroofd van hun benzine om de brommer lopend te houden. Kat is een echte dierenvriend dus wil onderweg alle dieren van de boerderijen redden door ze vrij te laten uit hun kooien.
Tussen deze twee jonge mensen hangt een haat-liefde sfeer, ze noemen elkaar ‘tamme marmot’ en ‘dode spin’, wat al een beetje de karakters aangeeft. De oorlog maakt dat ze beide op een bepaalde manier naar de mensheid kijken, dat is meteen het hoofdthema van het boek. ‘Muziek en verhalen kunnen alleen maar bestaan als er mensen zijn. Die maken het’, aldus Abel.
Kat denkt hier anders over: ‘Mensen zijn nergens goed voor. Als ze geen oorlog voeren, zijn we wel op een andere manier alles kapot aan het maken: aan het vreten en kopen en boren en vervuilen. Elkaar naar het leven staan. Elkaar pijn doen. Het zijn hebberige, egoïstische, kortzichtige, walgelijke wezens die nergens respect voor hebben’.
De twee hebben ook interessante gesprekken over het waarom alle mensen dieren zijn geworden?
Strusse
Tijdens hun reis komen ze in Strusse, een dorpje waar de oorlog flink tekeer is gegaan. Weer merk je dat de oorlog in de kinderen is geslopen. Een mooie gedachten van Abel: ‘Als zuiderling schaamde hij zich tegenover een noorderling. Natuurlijk kon hij zeggen dat noorderlingen ook hún huizen opbliezen, dat er ook honderden onschuldige mensen aan hún kant waren omgekomen. Maar wat wilde hij daar dan mee zeggen? Dat het daarom geoorloofd was?’ Grote gedachten voor jonge mensen.
Kat vindt het verschrikkelijk wat daar is gebeurd en wil dat Abel zijn excuses aanbiedt, zijn excuses voor wat de zuiderlingen daar hebben veroorzaakt. Dat kan Abel niet. Kat besluit alleen verder te gaan.
Tijdens de afwezigheid van Kat leest Abel stiekem in haar dagboekje en ontdekt Kat’s geheim. Hij gaat naar haar op zoek.
‘Als je alle haat van alle liefde aftrekt, dan blijft er altijd nog iets over. Dat zijn wij. Dat denk ik. Dat hele kleine beetje was best wel fantastisch. Misschien is dat dan toch nog een goeie slogan voor de mensen: ‘De mensheid was toch een heel klein beetje fantastisch.’
Zwaar, maar prachtig om over te denken
Dit boek is voor de jonge? lezer die graag nadenkt over thema’s als oorlog, zin van leven, de mensheid, het universum.
Prachtige zinnen zetten je aan tot denken: ‘De wereld was niet opgehouden met mooi zijn. Daar had hij helemaal geen mensen voor nodig. Misschien was het zelfs makkelijker voor de wereld om mooi te zijn zonder mensen.’
‘Wat in jullie hart zit. Wat muziek maakt. Wat zingt en droomt en koestert en bouwt, maar ook schreeuwt en haat en graait en vernietigt.’
Yorick Goldewijk won de Gouden Griffel voor ‘Films die nergens draaien’. De Engelse vertaling van dit boek werd uitgeroepen tot Times Children’s Book of the Year. Goldewijk schrijft nooit bewust een verhaal voor een bepaalde doelgroep of leeftijd. Hij zet op papier wat hij wil vertellen. Op zijn eigen manier, die past bij hem en het verhaal. Daar zijn tot nu toe steeds totaal verschillende boeken uit ontstaan, dat is wat hij leuk vindt.









