‘Waar was ik toen ik nog niet geboren was, mama?’ Zo’n typisch onschuldige kindervraag, waarbij je als ouder even moet nadenken over een goed antwoord. En ook al staan kleuters over het algemeen lekker praktisch in de wereld en met beide benen in het hier en nu, met een beetje filosofie kun je best bij ze aankomen. Graag dan wel zo laagdravend mogelijk ingestoken en appetijtelijk verpakt. Zoals in het prentenboek op rijm Als ik er ben van Claudia Jong en Lies Schroeyen.
PSSST… Daarin ontmoeten we een minimensje dat meteen maar met de deur in huis valt: ‘PSSST… ik ben nog niet geboren’. Om dan te melden dat het hier bijna niet meer op kan wachten met alles wat er aan geluiden buiten die warme buik klinkt: ‘Laat me eruit, ik wil erbij!’. Deze baby-to-be staat net als veel kleuters zelfverzekerd, en met zichzelf als middelpunt, in het leven. Behalve dan dat hij of zij nog even geboren moet worden. Maar dromen over alles wat komt, dat kan alvast met verve:
‘Als ik eruit mag, zal ik er zijn:
het mooiste mensje van het land.
Niet te groot en niet te klein
en vanaf dag één briljant.’
Geen twijfel mogelijk, dit is een superkind. Met een ontwapende brutaliteit die doet denken aan die van Lola uit de Charlie en Lola-boeken van Lauren Child. Lekker onbevangen zelfbewust.
Het grote Als Met dezelfde bravoure wordt er verder gedroomd en worden er alvast piketpaaltjes gezet voor de komende jaren. Want Als ik er ben heeft meerdere lagen, en één ervan is die van een telboek voor de allerkleinsten. Dus gaat het van ‘Als ik 1 ben, kan ik lopen’ naar ‘Als ik 6 ben, leer ik lezen’. En met ieder jaartje ouder wordt er ook een schepje bovenop gedaan in de ongekende mogelijkheden die het leven in petto heeft. Of, zou kúnnen hebben, natuurlijk. ‘schrijf meteen mijn eerste boek. / Ik praat met Russen en Chinezen / en mag bij koningen op bezoek.’ Helemaal tot tien tellen is best ver voor dit kleine krieltje. Het blijft steken bij negen-en-een-kwart. Een knipoog naar het vrolijke babyshower- of kraamcadeau dat Als ik er ben natuurlijk ook gewoon is.
Vreugde in verf gevat ‘Als ik 3 word, eet ik taart
met ooms en tantes op mijn feest.
In de tuin staat een oliepanterpaard,
dat is een zeer bijzonder beest.’
Dat illustrator Schroeyen ervoor kiest in beeld niet aan de haal te gaan met dat rare beest, maar beren en konijnen om de verjaarstafel zet, siert haar. Zo blijft er volop ruimte voor de voorlees- en luisterhoofden om dat zelf in te vullen.
Als ik er ben was voor Schroeyen haar debuut. En is meteen raak. Haar tekeningen zijn van een heerlijke frisheid. Met groot opgezette vlakken in ijspastels vult ze de ruimte om de strofes van Jong heen, waarbij ze er heel losjes figuurtjes naast en overheen lijkt te strooien. Gewapend met krijt, penseel en inkt zet ze daarvoor trefzekere lijnen neer, die ze hier en daar royaal vult met alles wat het blikje oranje-roden en rozes biedt. Het is lief, maar nergens zoet. Het is stoer, maar nergens hard. Het voelt aan als Koningsdag en lente tegelijk. Kun je vreugde beter treffen?
Eigenlijk is Als ik er ben voor iedereen die samen wil tellen, dromen of uitkijken naar nieuw leven. Én voor wie tijdens het voorlezen een heel klein beetje durft te filosoferen over wat je allemaal had kunnen worden en over wat je van je leven hebt gemaakt. Tot nu toe dan. Want dit boek is een ode aan de toekomst. Het is achteruitdenken over wat er nog komt.