Onze oudste kleinzoon leerde dit trimester op school voor het vak Nederlands over romantiek en realisme, niet alleen als literaire stromingen, maar ook over beide begrippen als levenshouding. Volgens het handboek van onze kleinzoon is de romantiek een levenshouding die wordt aangehangen door mensen die ‘zich niet goed in hun vel voelen, hun eigen gevoelswereld belangrijk vinden en die graag vluchten uit de harde werkelijkheid bijvoorbeeld in fantasie, de natuur, dromen, herinneringen’. Terwijl mensen die een realistische levenshouding hebben ‘juist niet op de vlucht gaan voor de werkelijkheid, vaak opkomen tegen onrecht en onrechtvaardigheid proberen aan te vechten’. Nou, nou!
Zouden deze definities misschien iets te maken kunnen hebben met het feit dat er zo weinig goede boeken worden geschreven die positief, luchtig, vrolijk en grappig zijn en juist veel – weliswaar ook goede – boeken die problematisch, treurig en zwaar op de hand zijn? Volgens deze definities zijn de realisten immers ‘de goeien’ en de romantici ‘de slechten’ of toch minstens ‘de dwazen’. En als je dat voor waar aanneemt (onder andere omdat je het al in je jeugd zo meekrijgt), is het huidige boekenaanbod niet onlogisch, want de meeste (jonge) auteurs schrijven liefst over en voor ‘de goeien’. Maar het slaat natuurlijk nergens op! We doen het immers allemaal allebei, vluchten èn vechten. Laten we daarom die zogenaamde definities eens van dichterbij bekijken.
Waarom een romanticus zich per definitie niet goed in zijn vel zou voelen, ontgaat mij volkomen. Dat hij zijn eigen gevoelswereld belangrijk vindt: uiteraard en gelukkig maar, zou ik zeggen! Ik zie alleen niet in waarom dat alleen voor romantici zou gelden. Nog volgens deze definities staan de realisten in de werkelijkheid en op de barricaden. Superfijn dat ze daar staan, alleen zie ik alweer niet in waarom dat voorbehouden zou zijn aan realisten. Net zomin zijn het alleen de romantici die soms willen ontsnappen aan de werkelijkheid. Dat laatste moet natuurlijk geen splendid isolation worden, net zomin als vechten tegen onrecht gewelddadig moet worden.
En daar ben ik weer: ook hier gaat het niet om ‘of’, maar om ‘en’. Elke mens is immers én een romanticus én een realist. Niemand kan alleen maar en voortdurend op de barricaden staan. Om het gevecht vol te houden moet elke strijder op tijd en stond even ontsnappen aan alle strijdgewoel. Evenmin kan niemand alleen maar leven van dromen en moet elke mens vroeg of laat de werkelijkheid onder ogen zien. Natuurlijk is het goed dat we onrecht bestrijden en moeten we dat vooral ook blijven doen. Maar het is even goed – en even realistisch – dat we allemaal af en toe moeten kunnen ontsnappen aan alles en iedereen.
En dat kan bijvoorbeeld met Samen op het eiland Zeekraai van Astrid Lindgren, een leuk, grappig ‘feel good’ kinderboek. Het verhaal gaat over de familie Melkerson, die voor de zomermaanden een huis huurt op Zeekraai, een eilandje voor de kust van Zweden. Vader Melkerson, de jongens Pelle, Johan en Nico en hun grote zus Malin hebben het er geweldig naar hun zin. Ze voelen er zich meteen thuis en sluiten vriendschap met de andere eilandbewoners. Terwijl vader Melkerson met twee linkerhanden het bouwvallige huis probeert op te knappen, beleven zijn vier kinderen allerlei avonturen: ze vieren het midzomernachtsfeest, gaan vissen op zee en krijgen een zeehondje om voor te zorgen. Maar dan dreigt het huis verkocht te worden… Zeekraai: dat zalige, zomerse Scandinavische eiland, waar ze allebei welkom zijn: de realisten en de romantici.









