Wie is als kind niet opgegroeid met beren? Met knuffelbare als de teddybeer en later misschien als vermaak in een circus een beer die danste of andere kunstjes kon. Beer Baloe kwam tot ons via boeken en films onder de titel Jungleboek en Paddington op dezelfde manier. Voor volwassenen wordt de beer ineens een gevaar zoals in Grizzly en The Revenant.
Al die verbeeldingen hebben weinig met de werkelijkheid te maken. Lotte Stegeman vond dat beren nodig eens zelf aan het woord moesten komen. Dat doet ze in het pas verschenen Wij beren samen met illustratrice Marieke ten Berge. Ze weten beiden waar ze het over hebben. Stegeman verbleef korte tijd tussen de beren in Alaska en Ten Berge maakte kennis met ijsberen op Spitsbergen.
In het begin van het boek verwijst Stegeman naar het beeld dat wij al jong van beren hebben meegekregen en laat de bruine beer zeggen: ‘Daar kun je ons dus van kennen. Al ken je ons dan niet echt, want er klopt vaak geen hout van. Het is tijd voor ons echte verhaal. Waar wél een hout van klopt’. Deze bruine beer is één van de acht soorten die in het vervolg hun opwachting maken. De andere zijn de Amerikaanse zwarte beer, de brilbeer, de lippenbeer, de pandabeer, de ijsbeer, de honingbeer en de kraagbeer. De bruine beer maakt het meeste indruk, vinden de andere zeven (en hijzelf). Dus paradeert hij als een soort interviewer of gespreksleider door het boek met zijn portret aan het begin van elk gesprek.
Muurbloempje
Niet elke beer is zo mondig als deze gespreksleider. Hij moet de anderen soms aanmoedigen. De brilbeer verschijnt bijvoorbeeld als een muurbloempje dat het liever kort houdt en soms haar tekst kwijt is, waarvan bruine beer dan de eerste zin maar voorzegt: ‘Het begint met: het is niet alsof…’.
In alle gesprekken richt de aan het woord zijnde beer zich tot de lezer met tal van verwijzingen naar de invloed die de mens op haar territorium of leefomstandigheden heeft gehad door bejaging of schade aan het milieu of anderszins. Door de opwarming van de aarde hebben sommige beren een kortere winterslaap, de ijsbeer heeft door het smelten van de ijskap meer moeite om aan voedsel te komen en de Amerikaanse zwarte beer kwam in de mensenwereld eten halen toen daar opzettelijk afvalbelten werden gemaakt om ze ten behoeve van toeristen dichtbij te lokken.
Winnie de Poeh
Wij beren is gemoedelijk van toon en gekruid met humor. De beren introduceren zichzelf soms met een begroeting die naar hun leefgebied verwijst (‘Eh..Hola… Buenos dias’, ‘Hi y’all’, ‘Ni hao’) en op een toon die bij hun karakter past. Er zijn tekstuele grapjes in zinnen als ‘Dat wij ijsberen daar last van hebben staat als het topje van een ijsberg boven water’ en in ‘dierlijke’ gezegdes als ‘… dan is mijn tegenstander het haasje’ en ‘Ik zie er beerachtig uit, maar ik ben een vreemde eend in de bijt’.
Wij beren bevat, naast de vertellingen van de acht beren over zichzelf, nog een paar andere delen die gaan over vroege voorouders (jawel, de beer kwam ook ooit in Nederland voor), bekende beren uit de geschiedenis (zoals die waaraan Winnie de Poeh zijn naam ontleende), vergelijkingen tussen mens en beer, hoe wij het beste met deze dieren kunnen omgaan en ‘berenpaspoorten’: feitelijke beschrijvingen van de beren betreffende levensduur, biotoop, gewicht, voedsel en dergelijke.
Rare jongens
Ook hier weer humor, zoals, na de uitleg dat we de uitdrukking ‘een ongelikte beer’ te danken hebben aan Ovidius, deze afsluitende zin: ‘Rare jongens, die Romeinen’. Of in de licht ironisch aandoende slotopmerking in het paspoort van elke beer: ‘En dan nog iets over onze jongen omdat iedereen dat leuk vindt’. Want we willen als mens blijkbaar toch altijd liefst nog iets schattigs in de beren herkennen.
Dat Wij beren een heerlijk boek is geworden om eens lekker voor te gaan zitten is niet alleen aan de teksten van Stegeman te danken. De prachtige tekeningen op basis van verschillende technieken van de hand van Ten Berge zijn veel meer dan zomaar illustraties. Ze verbeelden niet alleen het postuur van de beren, maar ook de manier waarop ze de wereld in kijken.
Wij beren komt in woord en beeld op de lezer met het boek in zijn hand over alsof auteur en illustrator naast je zitten.









