Enkele maanden geleden, in februari 2025, won Lex Paleaux’ Liften naar de hemel de Boekhandelsprijs 2025 voor het beste Nederlandse boek volgens boekverkopers. Deze coming of ageroman over de zestienjarige hoofdpersoon Quintin is uitgebracht als volwassenenroman maar ook uitermate geschikt voor middelbare scholieren: hij is geschreven vanuit het perspectief van de tiener en bevat volop vaart en de nodige spanning.
Hoofdpersoon Quintin is een jongen die niet wil deugen, zoveel is vanaf het begin duidelijk. Hij is van school gestuurd, heeft in een jeugdinrichting gezeten en drijft zijn omgeving en zichzelf tot wanhoop. Het liefste wat hij wil, is ‘ergens heen waar niemand [hem] kent’. Zijn ouders zoeken zo’n plek voor hem en vinden deze in Canada. Daar komt hij in Winnipeg bij de familie Decker in huis. Zij, en met name de onbetrouwbare, schijnheilige vader Decker, zien het als hun christenplicht Quintin op te vangen. Door de week moet hij werken op de boerderij van Fletcher, een hardvochtige boer in the middle of nowhere. Ver van huis en haard moet hij zich staande zien te houden in een strenggelovige omgeving bij mensen die pas écht niet deugen want liefdeloos zijn, wreed en bijzonder onrechtvaardig. Het is een harde leerschool voor de tiener die al snel terug naar huis wil, maar zich uiteindelijk bewonderenswaardig staande houdt. Al vroeg in de roman is duidelijk dat Quintin zichzelf weliswaar niet altijd mee heeft, maar ook getekend is door een traumatische ervaring in zijn vroege tienerjaren. Deze ervaring heeft hem in de knop gebroken en is er de oorzaak van dat hij zijn vertrouwen in mensen is verloren. Hij wil er niet over praten, maar wat er gebeurd is wordt wel mondjesmaat met de lezer gedeeld, genoeg om de gebeurtenis en impact op Quintin te begrijpen.
Lachen om niet te hoeven huilen
Quintin groeit op in Friesland in een christelijk gezin. Door zijn opstandige puberstrapatsen is de relatie met zijn ouders niet al te best, maar met pake en beppe heeft hij wel een goede band. Al in het begin van de roman wordt duidelijk dat pake overleden is en ook dat hij door Quintin in vertrouwen is genomen. ‘Onderweg naar de hemel nam hij als bagage de belofte om mijn vertrouwen niet te beschamen met zich mee’. Aan beppe heeft Quintin desgevraagd verteld wat zijn grootste wens is: ergens naartoe gaan waar niemand hem kent en waar hij opnieuw kan beginnen. Zij bekostigt daarop zijn reis naar Canada. Vele maanden later komt hij tot het inzicht dat dat ‘opnieuw beginnen’ daar niet gaat lukken, omdat hij zijn eigen herinneringen niet kan vergeten. Een nog belangrijker inzicht is dat hij niet in staat is zijn donkere herinneringen met iemand te delen en dat hij steeds een toneelstuk opvoert waar hij zelf bijna in is gaan geloven. Hij laat mensen lachen, opdat ze niet zien hoe verdrietig hij is. Quintins verwarring en zoektocht is goed beschreven en laat zien hoe eenzaam deze adolescent is.
De vrouw van God
Het christelijk geloof en God zijn nadrukkelijk aanwezig in de roman. ‘Jij gaat weer een kind van God worden, dat is mijn taak’, zegt vader Decker tegen hem bij hun eerste kennismaking. Dat blijkt een moeilijke missie. Quintin heeft al vanaf zijn zevende een bewijs van Zijn niet-bestaan ervaren en er is geen enkel moment in zijn leven geweest dat hij zich veilig heeft gevoeld in Zijn Aanwezigheid, stelt hij, afgezien van een bijna-doodervaring waarin hij denkt naar de hemel te mogen. Maar zelfs dat bleek valse hoop, want het was toen niet de hand van God die hem van onder het ijs naar zich toe trok maar die van pake -misschien voor Quintin wel Zijn plaatsvervanger op aarde. Later, als hij voor de zoveelste keer ervaart dat God hem op cruciale momenten in de steek laat, dringt de Reviaanse waarheid tot hem door: God staat er alleen voor -net als hij- en Hij is net zo eenzaam. De Dood is Zijn vrouw, is Quintins theorie: ze troost, verzorgt en neemt uiteindelijk alle pijn weg. Hoewel deze waarheid en ook Quintins vreselijke tijd bij de familie Decker en bij boer Fletcher bepaald niet vrolijk stemmen is er genoeg humor in de roman, onder andere juist door zijn onbevangen en kritische benadering van geloofskwesties. Bovendien is hij een jongen die zich manmoedig en daarmee hoopgevend staande houdt in de meest nare situaties en zijn er ook lichtpuntjes als een empathische, rekkelijke dominee in Winnipeg die een aardige zoon heeft met wie Quintin bevriend raakt.
Paleaux verwijst niet alleen naar Reve, hij schetst ook een tijdsbeeld door andere ‘intertekstuele’ 20e eeuwse elementen langs te laten komen als Giph, Het kleine huis op de prairie, de beschrijving van mevrouw Fletcher als een ‘kruising tante Sidonia en vrouwtje Theelepel’, Ome Willem en Ciske de Rat. 20e eeuws zijn ook enkele stereotyperingen zoals het feit dat wat Duitsers zeggen als een bevel klinkt en de beschrijvingen van de stem van de moeder van zijn vriend Mike, ‘warm en vriendelijk’, en die van mevrouw Fletcher, ‘een zachte stem’. Quintins band met het stierkalfje Drum, lieflijk afgebeeld op de omslag van de roman, is wat voorspelbaar, maar wel mooi beschreven.
Liften naar de hemel is het vijfde boek van de 48-jarige Paleaux. Hij schreef eerder over jongeren in een psychiatrische jeugdkliniek, over existentiële eenzaamheid en seksueel misbruik en put in zijn werk veelal uit eigen ervaring. De verbinding met de realiteit is ook in zijn laatste, bekroonde boek voelbaar en dat ‘echtgebeurd’-element is beslist een waarde in deze toegankelijke roman die vooral een aanbeveling is voor jongeren.









