Acht-acht-acht-tien of achttien?

Door: Evert Zoutewelle

Van elke honderd kinderen zijn er ongeveer vijf die stotteren. Eenmaal volwassen blijft er van hen nog één over die stottert. Dat komt niet doordat de andere vier kinderen extra hun best hebben gedaan. Het heeft meer te maken met domme pech, aldus Jelmer Soes, de auteur van Het grote vrolijke stotterboek. In deze lichtvoetige bundel, voorzien van illustraties door Coen Hamelink, wordt de lezer op een onbezorgde en speelse manier meegenomen in de wereld van stotteren. Want waarom stotter je niet als je zingt of rapt en wat kun je bijvoorbeeld doen als iemand niet uit zijn woorden komt? Het boek heeft duidelijk als doel om jonge mensen voor te lichten over stotteren en biedt aanknopingspunten om zelf met stotteren om te gaan. Wel wil de auteur dit op een luchtige manier doen, zoals de titel al suggereert. De vraag dringt zich op of er ook ruimte is voor moeilijkere emoties rondom stotteren. Of is dat niet altijd nodig?

Stotterende dieren
In het boek worden verschillende veelvoorkomende vragen over stotteren behandeld. De meeste vragen zijn relevant en worden op een speelse maar wetenschappelijk verantwoorde manier beantwoord. Daarnaast staan er ook wat minder voor de hand liggende vragen in. Want stotteren jongens even vaak als meisjes? En kunnen dieren ook stotteren? Ook is er een vraag gewijd aan de voordelen van stotteren: ‘Ook zo’n hekel aan een meester of juf die moeilijke vragen stelt in de klas?’. De auteur adviseert vervolgens om te doen alsof je een begin van een antwoord maakt en niet verder komt dan de eerste letters. Naast een officieel volkslied van het fictieve Stotterrijk bevat het boek talloze kleine humoristische illustraties. En vergeet niet het onderdeel ‘rekenen voor stotteraars’. Want als een stotteraar acht-acht-acht-tien uitspreekt, welk getal wordt er dan eigenlijk bedoeld? Soes windt in Het grote vrolijke stotterboek geen doekjes om zijn boodschap: er mag gelachen worden. En het liefst heel veel.

Bekende stotterende Nederlanders
Tussen alle vragen door komen andere stottergerelateerde onderwerpen aan bod. Zo interviewt Soes drie bekende stotterende Nederlanders, waaronder politicus Don Ceder en rapper Typhoon. Deze interviews laten een ander licht schijnen op het fenomeen stotteren. Zo vertelt Typhoon dat hij een aantal jaar iedere vrijdagmiddag naar logopedie moest, terwijl zijn vrienden buiten konden spelen. Don Ceder deelt in weer een ander interview dat hij als politicus voor andere mensen op wilde komen, maar aanvankelijk veel te bang was dat hij zou gaan stotteren. Hij vertelt dat hij op heeft moeten houden met zichzelf zielig te vinden en dat hij heeft moeten leren om te durven stotteren. De interviews maken indruk: op eerlijke wijze wordt uit de doeken gedaan wat stotteren met hen gedaan heeft en wat voor gevolgen het stotteren tot op de dag van vandaag heeft. 

Stotteren hoort bij mij
Net als bekende Nederlandse stotteraars spreekt de auteur zich uit over zijn eigen stotterverleden. Bijzonder mooi beschrijft Soes hoe hij langzamerhand het stotteren heeft leren omarmen. Waar hij als klein kind steeds heftiger ging stotteren, ging hij in een daaropvolgende fase juist minder spreken. Want minder praten betekent minder stotteren. Uiteraard valt dat niet voor altijd vol te houden en besluit hij om het zwijgen én het stotteren aan te pakken. Daarna beschrijft Soes het lange proces van acceptatie: van een drumleraar die beweert dat hij Soes’ stotterproblemen af kan leren tot en met het besef dat stotteren onlosmakelijk met hem verbonden zal blijven. Hij besluit zijn eigen levensverhaal met de volgende woorden: ‘Natuurlijk denk ik nog steeds soms: wat zou het heerlijk zijn om niet meer te stotteren. Maar dit hoort bij mij. Mijn stotteren is er. Mijn stotteren zal er altijd zijn. En mijn stotteren mag er altijd zijn.’

Stotteracceptatieproces
Hoewel de titel doet vermoeden dat het boek een en al vrolijkheid is, geeft Het grote vrolijke stotterboek ook ruimte aan moeilijkere emoties rondom het stotteren. Waar de vele grappige tekeningetjes en de humoristische antwoorden op veelgestelde vragen wel eens het gevoel geven dat er iets weggelachen moet worden, boren de interviews en het hoofdstuk over het stotterverleden van de auteur een diepere laag aan. Dit is zeker gewenst. Er zullen ongetwijfeld kinderen zijn die juist de luchtige toon van het boek kunnen waarderen, maar het is ook goed mogelijk dat er behoefte is aan erkenning en herkenning van lastigere gevoelens. Daar waar moeilijkere emoties en kwetsbaarheden worden besproken, is dit boek op zijn sterkst en kan het écht van betekenis zijn voor (jonge) mensen die midden in hun ‘stotteracceptatieproces’ zitten. En dat woord, zou Soes kunnen zeggen, is niet alleen voor stotteraars lastig om uit te spreken.

Het grote vrolijke stotterboek

Het grote vrolijke stotterboek

Jelmer Soes

Illustrations by: Coen Hamelink

Uitgever: Blauw Gras

ISBN 9789493374041

124 pagina’s

Prijs: € 16,99

Kopen bij Libris