Miet De Bruyn
Column

Maria en Bob

Recent zag ik twee boeiende en uitstekende muziekfilms. De eerste was Maria, van regisseur Pablo Larraín, over het leven van de wereldberoemde operazangeres Maria Callas, met in de hoofdrol een schitterende Angelina Jolie. De tweede film was A Complete Unknown van regisseur James Mangold, met een briljante Timothée  Chalamet als de jonge Bob Dylan. Je zou het op het eerste gezicht misschien niet zeggen, maar Maria en Bob hebben veel gemeen.

Operastemmen streven over het algemeen technische perfectie na en zien vaak het theatrale als iets bijkomstig, terwijl Callas altijd de dramatiek, liet primeren. Ze had een grote stem, die ze uitstekend wist te controleren, maar ze had bovenal een stem met een ziel en dat was voor La Divina, waar het echt om ging. Haar leven lang kreeg ze daarover kritiek van collega’s en puristische operakenners en -liefhebbers.

In A complete Unknown volgen we Bob Dylan van zijn aankomst in New York in 1961, tot zijn optreden op het Newport Folkfestival van 1965. Dylan begon zijn carrière als een folky: met een akoestische gitaar, zijn stem en een mondharmonica. Maar ook toen al schreef Dylan zijn eigen liedjes en dat was behoorlijk ongewoon in ‘folkmiddens’. Op het Newport Folkfestival van 1965 trad Dylan vervolgens aan met een volledige band en speelde hij elektrisch. Zowel de organisatoren van het festival als sommige enggeestige folkfans in het publiek, waren woedend en Dylan werd uitgejouwd en in de ban gedaan.

Zowel Maria als Bob deden niet wat van hen verwacht werd: zij bleven niet binnen hun categorie. Waarom doen we dat eigenlijk: categoriseren? Volgens Wikipedia is kunnen categoriseren een erg handige eigenschap van onze hersenen. Als we iets met twee poten en vleugels zien, dan weten we dat het een vogel is. We hoeven zo niet elke vogel apart te beoordelen, maar ze kunnen in de groep ‘vogels’ worden geplaatst en we kunnen hun gedrag ongeveer voorspellen. Volgens ChatGPT geven verwachtingen en voorspellingen ons een gevoel van veiligheid, van zekerheid en van verbinding. Als iets of iemand niet aan onze verwachtingen voldoet, kan dat ons gevoel van vertrouwen, en stabiliteit bedreigen, of zelfs voelen als een persoonlijke afwijzing. Zo bekeken, is het geen wonder dat we daar heftig op reageren en het lekker overzichtelijk vinden, als mensen veilig in hun hokje blijven zitten. Maar gelukkig zijn er dan Maria en Bob en met hen nog anderen, die vrank en vrij buiten de lijntjes kleuren en ons zo laten zien dat er ook leven is buiten ons hokje.

Buiten de lijntjes kleuren, dat doet Ronke ook in De nacht van Ronke, een jongerenroman van Jef Aerts, uit 2021. Ronke wordt door haar ouders op sterrenkamp gestuurd. Sterrenkunde is een van haar passies. Maar eigenlijk is haar grootste liefde hardlopen. Het liefste zou ze dat in de open lucht doen, maar Ronke is blind en sinds ze op het strand een klein meisje omver liep en daarbij ernstig verwondde, trappelt ze letterlijk én figuurlijk ter plaatse. Op het kamp maakt ze kennis met Nouri, die haar uitdaagt om weer buiten te oefenen, met hem als buddy. Ronke wil niets liever, ook al probeert iedereen haar sinds het ongeluk op het strand, dat juist te beletten. Dus aanvaardt ze de uitdaging van Nouri. Wanneer hij een fantastische plek vindt om Ronke te laten rennen, beseft Ronke dat Nouri die plek niet zomaar gekozen heeft. Nouri heeft namelijk een geheim … Als je niet houdt van hokjesdenken en als je wil weten hoe het afloopt met Ronke en Nouri: lezen, dit prachtige boek!