Miet De Bruyn
Column

Laat me wèl lachen!

Steven van Ammel is literair journalist, columnist en boekhandelaar in de Brusselse boekhandel Passa Porta. In zijn recentste column in De Standaard der Letteren zegt hij dat de volgende vraag hem daar het vaakst gesteld wordt: ‘Kan u me misschien een grappig boek aanbevelen?’ Waar mensen dan, met een armbeweging richting de boeken, regelmatig nog aan toevoegen: ‘Of is het allemaal kommer en kwel?’ Dat is het helaas inderdaad vaak wel, ook in boeken.

Wat snap ik die vraag van potentiële boekenkopers goed, want ze zijn dun gezaaid, de boeken die ons laten lachen. Het moet moeilijk zijn, een grappig boek schrijven. Daar ga ik tenminste vanuit, want anders zou het toch vaker gebeuren? Natuurlijk is grappig zijn niet evident, en grappig schrijven misschien nog minder. Humor is immers uiterst subjectief en komt in oneindig veel vormen. Volgens Van Ammel in diezelfde column, kan je voor een lichtzinnige klucht terecht bij Jonas Jonassen, voor zwartgallige kolder bij Dimitri Verhulst, bij Martin Amis voor talige, bij Thomas Bernhard voor duistere en bij Peter Buurman en Rob van Essen voor absurde humor. Wat van Essen betreft kan ik dat helemaal beamen: heerlijke absurde, nihilistische humor.

Heel andere humor, maar ook lachen gegarandeerd met de romans van Toon Kortooms. Kortooms werd in 1916 geboren in Deurne en overleed in 1999 in Bloemendaal. Hij was journalist, docent Nederlands en auteur en schreef kinderboeken, verhalenbundels en een dertigtal vooral streekromans. Bekende titels van hem zijn Beekman en Beekman en Help! De dokter verzuipt … Lang, lang geleden las ik meerdere van zijn romans. Ik weet niet meer precies welke dat waren, maar ik weet nog wel dat ik onbedaarlijk gelachen heb, dat de romans vol zaten met doldwaze komische situaties en dat ik er ontzettend vrolijk van werd. Nooit heb ik later nog zo hard gelachen om een boek. De romans staan in de boekenkast van mijn ouders en het wordt hoog tijd om ze daaruit op te diepen en ze te herlezen. Niks helpt zo goed tegen onze dagelijkse dosis kommer en kwel als uitbundig lachen.

Veel en luidop gelachen heb ik ook terwijl ik luisterde naar de Young Adult roman Neem nooit een beste vriend van Erna Sassen, op Storytel voorgelezen door Kevin Hassing. Wat een boek, wat een humor en wat een voorlezer! Het boek is het vervolg van Zonder titel en vertelt hoe het voortgaat met hoofdpersoon Joshua en zijn vrienden Sergio, Dylan en Lindsey. Ze zitten niet op een roze wolk, deze vier jonge mensen. Ze worstelen allemaal met hun identiteit en hun seksualiteit en er zit veel verdriet in dit boek. Maar ook heel veel liefde en warmte. En humor dus. Dat ik zo vaak moest lachen, is zowel te danken aan de grote vertelkunst en het schitterende taalgebruik van Erna Sassen als aan het ongelooflijke voorleestalent van Kevin Hassing. Allebei kruipen ze helemaal in de huid van de personages, zìjn ze beurtelings Joshua, Sergio, Dylan en Lindsey. Als je én wil lachen én wil meeleven met de zorgen van deze vier knappe, zoekende jonge mensen, dan moét je deze boeken lezen, of nog beter, luisterlezen, voorgelezen door Kevin Hassing. Al mis je dan wel de al even schitterende illustraties van Martijn van der Linden. Val je net zo hard voor deze boeken als ik, dan is er goed nieuws: begin mei verschijnt deel drie uit de reeks: Neem een kip, op Storytel opnieuw voorgelezen door Kevin Hassing. Alleen al de titel, laat me lachen. 🙂 Wat mij betreft kan het niet snel genoeg mei zijn!