beetje angstig dat is alles van de Noorse schrijver Alexander Kielland Krag begint in medias res met een nauwgezette beschrijving van de eerste angstaanval van hoofdpersoon Casper als ik-verteller. Het is die beschrijving die direct duidelijk maakt dat de relativering uit de titel niet op z’n plaats is. Terwijl Casper gewoon gezellig op de bank zit met zijn vrienden Olivier en Aksel wordt hij plotseling en heel heftig overvallen door misselijkheid, trillende handen en onvaste benen, een hamerend hart en een labiel gevoel. De misselijkheid lijkt een illusie, verdwijnt ‘net zo plotseling als ze kwam’. Niks aan de hand, durft Casper dus te denken.
Hoofdpersoon Casper is 17 jaar, bijna 18, en zit nog op de middelbare school. Hij voetbalt met z’n vrienden en heeft een sociaal leven met liefdesperikelen, feestjes, korte vakanties met z’n maten en een schijnbaar bijbehorende inname van alcohol. Het verhaal speelt zich voornamelijk in Oslo af, soms in een vakantiehuisje buiten de stad. Het bestrijkt enkele maanden vanaf een vorstig februari. Aksel is de stoerste van het stel, zijn vocabulaire is nogal eens doorspekt met grof taalgebruik. Met name vriend en buurjongen Olivier staat Casper na; de jongens schelen vier dagen en zijn als broers. Ze kennen elkaar al hun hele leven, wonen naast elkaar, kunnen elkaar zelfs zien vanuit hun slaapkamers.
Angsten
Dat Casper zijn vrienden en zelfs Olivier niet vertelt over zijn vreemde aanvallen is begrijpelijk omdat hij in eerste instantie niet weet wat hem overkomt, denkt dat het een incident is en zich er later vooral voor schaamt. Als de aanvallen terugkeren, dringt na een tijdje tot Casper door dat het angst is wat hem overvalt, althans ‘een soort van’. Zijn hoofd lijkt een spelletje met hem te spelen: ‘Er niets is om bang voor te zijn, en toch ben ik bang.’ Casper wil niet ziek zijn en al helemaal niet mentaal ziek. Dat hij dat wel is, beschrijft Kielland Krag vanuit Caspers perspectief uitgebreid en invoelbaar waardoor je intens meeleeft met wat hem overkomt en wat dat met hem doet.
Kielland Krag beschrijft dit bovendien met originele neologismen als ‘februaridonker’ en ‘vriesadem’ en in een mooie beeldende stijl met metaforen voor de angst als een onophoudelijk weerbericht met code oranje of erger. ‘In mij is het zo donker als vlak voor een regenbui’, zegt Casper. Soms slaat er een bliksem door zijn borst of regent het er. Een andere keer hangt een lagedrukgebied over hem heen dat noodweer in zijn lijf veroorzaakt en stormwaarschuwingen in zijn hoofd. Angstaanvallen zijn als onderhuidse aardbevingen en kunnen verdwijnen ‘zoals wanneer een zee van vloed naar eb gaat’.
Vriendschap en andere warmte
‘Ik maak me zorgen om mijn jongens’ zegt vriendin Lea al in een vroeg stadium tegen schoolvriend Casper. Zij heeft een broer met mentale problemen en ziet al snel dat het niet goed gaat met Casper. Ook Olivier heeft zijn zorgen, wat duidelijk wordt in de mooi beschreven tedere vriendschap voor zijn vriend, de aandacht en oplettendheid en de ruimte die hij Casper geeft door soms met hem mee te doen alsof er niets aan de hand is. Aksel uit zich minder fijngevoelig, maar is niet minder betrokken. Kielland Krag geeft in de beschrijving van de vrienden overtuigend vorm aan een citaat dat Casper op zijn telefoon heeft opgeslagen: ‘Spring en het valnet zal verschijnen’. Ook thuis ontbreekt het Casper niet aan aandacht en steun. Zijn vader is vanaf het allereerste moment alert, merkt direct iets aan Casper op wat hij zelf (nog) niet kan zien en probeert hem te helpen.
Beetje angstig dat is alles is de tweede young adultroman van Alexander Krielland Krag. Het boek is uitgegeven door de jonge uitgeverij Blauw Gras, die schrijver Edward van de Vendel in 2024 startte. De naam van de uitgeverij is natuurlijk een knipoog naar Van den Vendels bekende bluegrassliefdeboek uit 1999 waarin overigens ook een lieve Olivier een belangrijk personage is. Van de Vendel heeft Kielland Krags boek mooi vertaald.
Kielland Krags jongerenroman probeert een angststoornis invoelbaar te maken en slaagt daar goed in, zeker voor de vrienden van Casper, die aan het eind weten wat ‘je weet wel’ is, dan vlot kunnen anticiperen en daardoor helpend zijn. Casper deelt aan het eind van het verhaal zijn inzicht over de keerzijde van vele privileges van huidige tieners: tegenover onder andere mogelijkheden, informatie en geld staan verwachtingen, hoge standaarden, druk en … angst. Maar gelukkig zijn er vrienden, ‘als kleine verlichte huisjes ver weg in de bergduisternis. Je kunt ze niet missen.’









