In mijn leven heb ik een aantal grote beslissingen genomen. Mijn pad veranderde door die momenten. De emigratie naar Australië was één zo’n beslissing. Ik verruilde mijn leven in een klein en vaak koud en regenachtig land naar een supergroot land aan de andere kant van de wereld waar de zon ontelbare uren schijnt en de afstanden groot zijn.
Ik hou van Nederland, de mensen, de regen, de grijze lucht en de zonnekadootjes. Ik hou van het kneuterige, het culturele, het spontaan kunnen koffiedrinken bij vrienden, familie. Ik hou van de taal, de discussies, het gefilosofeer. Ik hou van Nederlandse boeken.
En toch kon ik die beslissing om weg te gaan, nemen omdat mijn liefde voor mijn Australische man groter was dan de grond onder mijn voeten. Maar het afscheid van Nederland was een houden-van vol tranen.
Weer een afscheid
En eenmaal in Australië, na jarenlange pogingen om van het nieuwe land te houden, overleed mijn man. Noodgedwongen moest ik afscheid nemen van mijn lief, mijn leven zoals het was, mijn toekomst die ik droomde. Weer een houden-van vol tranen en ik verhuisde naar de andere kant van Australië om dichter bij een paar van mijn inmiddels volwassen kinderen te zijn. En bij een kleinzoontje.
Heimwee
En nu, na een dertig jarige relatie met het nieuwe land, kinderen die opgaan in een carrière en de wereld bereizen, een kleinzoon die elke dag naar school gaat en vrienden maakt, besluit ik terug te keren naar mijn geboorteland. Ik heb heimwee naar dat wat me altijd vertrouwd is gebleven, naar dat waarin ik mij geborgen en thuis voel, naar mijn basis, de eerste grond onder mijn voeten. Maar ik hou inmiddels ook van dit gigantische land, waarin mensen niet zomaar spontaan op bezoek komen daar ik veel te afgelegen woon, waar ik altijd in de auto moet stappen om bij een winkel te kunnen komen, waar ik uren moet rijden om in de stad te zijn. Ik ben verknocht geraakt aan de ruimte, de natuur, mensen. En dus weet ik dat het weer een afscheid van tranen wordt omdat er zoveel houden-van is.
Gemis
‘Oma, raad eens hoeveel ik van je hou?’
Ik glimlach, omdat we een uur geleden het klassieke boekje Raad eens hoeveel ik van je hou, geschreven door Sam McBratney en geïllustreerd door Anita Jeram, gelezen hebben.
‘Nou?’
‘Ik vlieg door de lucht naar Nederland en dan kom ik bij je,’ zegt mijn kleinzoon en hij haalt een vliegtuigje uit zijn speelgoeddoos en zwaait ermee voor mijn neus.
‘Natuurlijk kom je regelmatig bij Oma. En het zal zo leuk zijn om te vliegen. Oma zal je Nederland laten zien. Ik zal ook regelmatig naar jou vliegen en weer even hier zijn.’
‘Maar ik zal je ook missen, Oma, want als jij in dat andere land bent, dan ben je niet meer hier.’ Mijn kleinzoon trekt een verdrietig gezicht en ik doe verwoede pogingen geen traan te laten maar een moment later klaart hij al op en roept: ‘Maar jij stuurt me dan wel veel lego, hè Oma?’
Ik knik beamend. ‘Heel veel.’
‘En ik hou van jou, Oma, van Australië naar Afrika, naar Bali, naar Frankrijk, naar de hele wereld tot aan Nederland en weer helemaal terug,’ roept mijn kleinzoon waarna mijn wangen onmiddellijk volgeplakt worden met kusjes en hij zijn armen stevig om me heen slaat. ‘Want ik zit voor altijd in jouw hart, hè Oma?’
Terwijl ik tegen mijn tranen vecht, knik ik en zeg: ‘Ja, als je van elkaar houdt zit je voor altijd in elkaars hart en ben je dichtbij.’
‘Net zoals jouw man, Oma? Die is er niet meer, maar die is toch altijd dichtbij. Wel een beetje gek, maar als je van elkaar houdt dan kan dat.’
‘Raad eens hoeveel ik van jou hou?’ zeg ik terwijl ik mezelf dwing vrolijk te blijven.
Mijn kleinzoon zucht demonstratief luid. ‘Dat weet ik nu heus wel, Oma. Dat hoef je niet meer te zeggen. Dat zeg je altijd.’









