De laatste blauwe fles

Door: Evert Zoutewelle

Tonke Dragt: een klinkende naam. Vele bekroningen staan op de naam van deze grande dame van de jeugdliteratuur, zoals ze onlangs beschreven werd in een interview in dagblad Trouw. Haar werk staat voor velen gelijk aan urenlang leesplezier over mysteries, intriges en dappere personages. Over ridders in verre landen, gevaarlijke vensters en planeetonderzoekers. Dragt is op 12 juli 2024 overleden. Nog vóórdat haar laatste verhaal zijn weg vond naar het grote publiek. De schat van de blauwe boekanier is voor het eerst in 1964 verschenen als Kinderboekenweekgeschenk, toen nog onder de naam De blauwe boekanier. In samenwerking met auteur Rindert Kromhout en illustrator Anna Grunske is het verhaal van Dragt naar de tijd van nu gebracht.

Mysterieuze verzen
De Schat van de blauwe boekanier bevat alle ingrediënten voor een spannend zeeroversverhaal. Er is een jongen, Joris Jas, met een onvervuld verlangen naar de zee. Er is een nietsontziende boekanier die de wereldzeeën afstruint op zoek naar manieren om zichzelf te verrijken én er spoelen mysterieuze verzen aan in blauwe flessen:

‘Immer immer moet ik dolen
Met mijn schip over de zee.
Goud, juwelen, heb ‘k gestolen
Voor de Fransen, de Spanjolen
En toch ben ik niet tevree’

Als Joris Jas door zijn oom op pad gestuurd wordt om zijn schip terug te kapen van de Blauwe Boekanier, komt het verhaal op stoom. Sluwe listen en verzinsels zorgen ervoor dat tot het einde spannend blijft wie de schat zal vinden. Ook komen er machthebbers in het spel die andere bedoelingen met de schat lijken te hebben én is er sprake van een oude liefde van de boekanier. Het eenzijdige karakter van deze liefde drijft de boekanier tot waanzin. Uiteindelijk blijkt de waarde van een schat relatief te zijn, want wat is een goudschat waard als de liefde onbeantwoord blijft?

Naar deze tijd
Het taalgebruik, zoals de uitgeverij vermeldt, is van extra glans voorzien door Rindert Kromhout. In het nawoord schrijft Kromhout dat Dragt hem gevraagd had om het taalgebruik ‘op te poetsen’. Zijn oppoetsbeurt lijkt zich vooral te hebben gericht op het tempo binnen het verhaal, wat vrij hoog ligt voor een verhaal van Dragt. De taal daarentegen blijft vrijwel overal Tonke-trouw. Als Joris Jas een list verzint om het schip terug te kapen, wil hij een gesprek met een van de bemanningsleden: ‘”Geen tijd!” roept de bootsman. “Help liever voor de donder en haal een pot verf.”‘ De stem van Dragt blijft duidelijk hoorbaar door het verhaal heen.

De illustraties zijn grotendeels gemaakt door Dragt zelf en zijn even sfeervol en mysterieus als altijd. Vooral de paginagrote pentekening van het café Het roestige Anker op de kaft aan de binnenzijde maakt indruk: vechtende zeebonken, gokkende piraten en laveloze zeelui. Je blijft kijken en ontdekken. Tegen het einde van het verhaal zijn de illustraties verzorgd door Grunske in een modernere, maar toch passende stijl. Doordat de illustraties van zowel Dragt als Grunske in verschillende tinten blauw zijn uitgevoerd, passen ze goed bij elkaar en vormen ze één geheel. Ook past het binnen het idee van deze uitgave om zowel het verhaal als de illustraties naar de tegenwoordige tijd te brengen.

Het laatste verhaal
Het verhaal voelt op veel momenten aan als werk van Dragt, zowel in taal als in illustratie. Alleen het hoge verteltempo en natuurlijk de illustraties van Grunske laten doorschemeren dat andere handen aan het verhaal hebben meegewerkt, maar dit is niet storend. Sterker nog: de modernisering is door Kromhout en Grunske met veel liefde en aandacht uitgevoerd, dat merk je direct als je de uitgave in handen hebt. Wat voornamelijk achterblijft na het lezen van De schat van de blauwe boekanier is het besef dat dit verhaal voor eeuwig het laatste verhaal van Tonke Dragt is.

Illustraties: Tonke Dragt.

De schat van de blauwe boekanier

De schat van de blauwe boekanier

Tonke Dragt en Rindert Kromhout

Illustrations by: Tonke Dragt en Anna Grunske

Uitgever: Leopold

ISBN 9789025887919

124 pagina’s

Prijs: € 17,99

Kopen bij Libris