Vorig jaar verscheen voor kinderen van rond de tien jaar Het Grote Wielrenboek van Susanne Roos. Het was een levendig boek waarin alle aspecten van het wielrennen aan bod kwamen. Roos bouwde haar boek onder andere op aan de hand van een grote meerdaagse wielerwedstrijd.
Nu is er Het is koers! van Studio Waaiman, waarachter schrijver Stefan Boonen en illustrator Tom Schoonooghe schuilgaan. Ook dit boekje vertelt wat er bij wielrennen komt kijken aan de hand van een wedstrijd, een kleinere van vijf rondes, maar dan voor nog jongere lezers. Het verhaal is hier een stuk beknopter en stipt in eenvoudige zinnetjes aan wat zoal met een en wielerwedstrijd te maken heeft: waar renners aan moeten denken, hoe een fiets in elkaar zit, hoe deelnemers gekleed zijn en wat voor termen je in de wielrennerij tegenkomt.
Terminologie wordt in het verhaal nauwelijks uitgelegd. Dat doet vermoeden dat het een boek is voor kinderen die meer dan gewoon geïnteresseerd zijn in deze sport: ze weten al dat ‘koersen’ hetzelfde is als een wedstrijd fietsen en ze zijn bekend met uitdrukkingen als ‘een tandje bij zetten’ en ‘het spel zit op de wagen’. Het boek is bovendien duidelijk Vlaams georiënteerd. Natuurlijk kunnen ouderen die het boek voorlezen dat allemaal uitleggen, maar alles duidt er op dat Het is koers! geschreven is voor het oog en dus voor kinderen die het in hun eentje lezen. Daarvoor worden verschillende trucjes gebruikt: woorden krijgen afwijkende typografie (hoofdletters, vet), zinnetjes worden gehighlight, regels verspringen en bepaalde tekstjes komen steeds weer terug zoals (in hoofdletters én gehighlight) JA ZEG, NEE ZEG. De vijf rondjes die worden gefietst hebben heel verschillende karakters. Dat etappe 2 zich in de bergen afspeelt wordt zonder uitleg wel duidelijk, maar ronde 4 gaat over veldrijden zonder dat die term ergens valt. Het is echter de vraag of dat erg is.Stripachtig
Het zal voor de lezers best lastig zal zijn zich te identificeren met de deelnemers aan de koers. Dat zijn er zeven, zowel jongens als meisjes, met namen als Bert Boter, Suza Kops, Tina De Wind en Eli Patat. Veel meer dan hun namen kom je over hen niet te weten (Bert rijdt graag op kop, Suza bijt op haar nagels, en Tina houdt van grapjes). Daar staat tegenover dat het boek waarschijnlijk niet met die intentie is geschreven. Studio Waaiman wilde een zelfleesboekje maken voor kinderen die beginnen met lezen. Om die reden is gekozen voor kleine woorden en minimale zinnetjes en trucjes zoals hiervoor genoemd. Vermeldenswaard zijn verder de stripachtige tekeningen. Die hebben vaak wat kolderieks. Ze sluiten aan bij de tekst en hoewel ze behoorlijk gedetailleerd zijn prikkelen ze toch de fantasie.









