Miet De Bruyn
Column

‘Literatuur is er niet om ons op te voeden’

‘Literatuur is er niet om ons op te voeden’, dat is in essentie wat Rob van Essen zegt in zijn literaire preek, die hij onlangs hield in Nijmegen en die te lezen is op zijn blog Reddend zwemmen. En oh jongens, wat ben ik het met hem eens! Ik zou zelfs nog verder willen gaan: wat is literatuur? Volgens Wikipedia: ‘Literatuur, ook letterkunde, schone letteren of kortweg letteren, is de verzamelde schriftelijke neerslag van een land of van een periode, voor zover het geschriften betreft die hun waarde ontlenen aan veronderstelde vormschoonheid of emotioneel effect.’ Nou, nou! Ook volgens Wikipedia: ‘Lectuur in de ruime betekenis verwijst naar alles wat gelezen kan worden. Lectuur in de strikte betekenis is de lagere populaire vorm van geschreven fictie.’ Wablief?

Ik hield hier al eerder een pleidooi voor ‘en’ in plaats van ‘of’ en ik doe dat nu weer. Wat is ‘hoog’ en wat is ‘laag’? En is het tegengestelde van ‘populair’ niet ‘elitair’? Waarom zou een boek alleen waardevol kunnen zijn als het ‘moeilijk’ is, ‘complex’ en ‘maatschappelijk relevant’? Wat is er mis met toegankelijk en populair zijn? Of zit daar misschien toch een tikje jaloezie in van sommige ‘hoge’ schrijvers? Zo herinner ik me bijvoorbeeld het gezeur over Bob Dylan die in 2016 de Nobelprijs voor literatuur won, terwijl er zoveel ‘echte’ schrijvers die niet kregen. Huh?

Als ik in de stemming ben voor een boek om mijn tanden in te zetten, dan kan ik voor leestips terecht bij de literaire bijlagen van kranten en tijdschriften. Dat geldt niet voor populaire boeken, want die worden daar stelselmatig doodgezwegen of neerbuigend behandeld. Zo laat je ten onrechte een heleboel lezers in de kou staan. Zelf hou ik bijvoorbeeld van heel verschillende soorten boeken. Soms wil ik geprikkeld worden door nieuwe inzichten en vervoerd worden door schoonheid. Maar soms heb ik helemaal geen zin in nadenken en wil ik gewoon volkomen meegesleept worden door een leuk, ontspannend, goed geschreven verhaal. Populair of niet, dat maakt absoluut niets uit, maar goed geschreven is voor mij wel een vereiste. In slecht geschreven verhalen heb ik geen zin, maakt niet uit hoe gerenommeerd de auteur is of hoe hoog de serieuze pers oploopt met een boek. Gelukkig is er Instagram en zijn er book communities waar wel tips uitgewisseld worden over die zogenaamde populaire boeken.

Tot mijn stomme verbazing kwam ik er recent achter dat er door sommigen neergekeken wordt op Thea Beckman. Zo zou onder andere haar taalgebruik te clichématig zijn en haar personages niet voldoende uitgewerkt. Niet mijn mening en ze houdt mij en heel veel anderen dan ook absoluut niet tegen, om dol te zijn op het werk van Beckman. Ze is vooral bekend om haar historische verhalen, maar mijn favoriet is de Toekomsttrilogie: Kinderen van Moeder Aarde, Het helse paradijs en Het Gulden Vlies van Thule. De trilogie speelt zich af in het paradijselijke Thule, zeshonderd jaar na de Derde Wereldoorlog. Thule heette eerder Groenland en is ontstaan na het kantelen van de aarde, ten gevolge van een kernoorlog. Opmerkelijk aan Thule is dat het wordt bestuurd door vrouwen, zonder leger, zonder wapens. Het land wordt echter bedreigd door de heerszuchtige Badeners, die het voorzien hebben op de grondstoffen in Thule. Zal het hen lukken om Thule te veroveren en te onderwerpen? Als je het antwoord op die vraag wil weten, laat je dan lekker helemaal meeslepen door dit ongelooflijk boeiende en spannende verhaal. Gezellig op de bank onder een zachte plaid, een beker warme chocolademelk erbij en genieten maar!

Tot slot nog een citaat van Rob van Essen: ‘Wilt u levende literatuur, lees dan dode schrijvers. En pak het escapisme dat ze bieden met beide handen aan.’ Vrolijk Kerstfeest en Gelukkig Nieuwjaar!